Toen het gemeenschappelijk vakbondsfront van de sector van de dienstencheques een staking aankondigde, was dat ongewoon nieuws. De maandenlange onderhandelingen over een loonsverhoging liepen spaak. Terwijl het interprofessioneel akkoord in een loonsverhoging van 1,1 procent voorziet, willen werkgevers niet verder gaan dan 0,6 procent. In de praktijk zijn dat peanuts. De lonen in de sector liggen erg laag. Het minimumloon bedraagt 11,04 euro per uur. Bovendien werken negen op de tien werknemers deeltijds, de helft minder dan 60 procent.

Ook van de nieuwe Vlaamse regering krijgt de sector weinig steun. De dienstencheques worden weliswaar duurder voor de gebruiker, maar dat komt de werknemers niet ten goede. De prijsstijging komt voort uit een daling van de fiscale aftrek voor de gebruiker van 30 naar 20 procent. Het gaat dus om een besparingsoperatie voor de schatkist.

Zorgketting

Hoewel de lonen in de sector veel te laag zijn, dateert de jongste staking intussen al van meer dan tien jaar geleden. Dat hoeft niet te verbazen. De dienstencheques dienen exclusief voor huishoudelijke hulp: schoonmaken, koken of strijken bij mensen thuis, en daarbuiten bijvoorbeeld boodschappen doen, vervoer aanbieden of strijken in ateliers. Het gaat om werk dat ook vaak onbetaald gebeurt: schoonmaken en strijken zijn huishoudelijke taken die vrouwen traditioneel 'gratis' doen. Ook in zijn betaalde vorm blijft het versnipperd en geïsoleerd werk, dat veelal niet gezien, noch gewaardeerd wordt. Het gaat merendeels om werk in de beslotenheid van privéwoningen, zonder rechtstreeks contact met collega's. Dat is niet de beste basis voor sociale actie. Dat die er nu toch komt, zegt veel over hoe groot het ongenoegen is.

Stereotypen wegen op het werk in de sector van de dienstencheques .

De problemen in de dienstenchequesector weerspiegelen het gebrek aan maatschappelijke waardering voor huishoudelijk werk en bij uitbreiding alle reproductieve arbeid. Dat is het werk dat op dagelijkse basis gebeurt om het leven gaande te houden: zorgen, schoonmaken, koken, troosten, steunen. Het is werk dat, zowel in zijn betaalde als in zijn onbetaalde vorm, nog steeds voornamelijk door vrouwen wordt uitgevoerd. Uit tijdsbestedingsonderzoeken blijkt keer op keer dat vrouwen significant meer tijd dan mannen besteden aan het huishouden, zeker aan het repetitieve deel ervan. Ja, vaders zijn betrokken bij de kinderen, doen boodschappen en klussen, maar de dagelijkse routine van de was en de plas blijft vooral een vrouwenzaak.

Wie het geluk heeft over een voldoende hoog inkomen te beschikken, kan het huishoudelijk werk uitbesteden, bijvoorbeeld via dienstencheques, aan een poetshulp en/of een strijkatelier. Ook dan, tegen een karig loon, blijft het vrouwenwerk: minder dan 3% van de werknemers in de sector van de dienstencheques zijn mannen. Ook wanneer reproductief werk wordt doorgegeven, belandt het dus in handen van vrouwen. De dienstenchequesector illustreert dat als geen ander.

Op dat onevenwicht enten zich andere ongelijkheden. Zo stuurt een weinig inspirerend activeringsbeleid kortgeschoolde vrouwen en vrouwen met een migratie-achtergrond steevast naar de dienstencheques. Meer dan 4 op 10 werknemers hebben een migratie-achtergrond. Alleenstaande moeders zijn goed voor 15 procent van de werknemers in de sector: dat is bijna dubbel zoveel als hun aandeel in de totale Vlaamse werkende bevolking. En zo vormt de sector van dienstencheques een kruispunt, waar sociale ongelijkheid, genderongelijkheid en een al te stereotiepe oriëntatie van nieuwkomers elkaar tegenkomen.

Volwaardig werk

Nochtans is het werk van de poetshulpen en mensen in de strijkateliers cruciaal om de samenleving te laten draaien en de werkzaamheidsgraad op te trekken. Hun inspanningen houden de huizen van meer dan een miljoen gezinnen proper. De Vlaamse regering zou dat moeten beseffen en zorgen voor goede werkomstandigheden en lonen die financiële zelfstandigheid geven.

De maatregelen moeten bovendien niet ver gezocht worden. De Vlaamse overheid zou dienstenchequebedrijven bijvoorbeeld enkel kunnen erkennen als ze hun personeel de mogelijkheid geven voltijds te werken en als ze hun mensen goed begeleiden. Schoonmaken is zwaar werk, waar veel meer bij komt kijken dan doorgaans wordt gedacht, denk maar aan kennis van tiltechnieken en bescherming tegen chemische producten. Bovendien zijn schoonmaaksters kwetsbaarder voor seksueel grensoverschrijdend gedrag, omdat ze meestal geïsoleerd in privéwoningen werken. Extra omkadering is dus geen overbodige luxe.

Inkomensafhankelijke tarieven zouden dan weer toelaten de lonen van de werknemers op te trekken én lagere inkomens de kans te geven gebruik te maken van de cheques. Want wie houdt het huis van de poetsvrouw schoon? Als één groep opslag verdient, dan wel deze vaak kwetsbare werknemers die het anderen gemakkelijker maken om te werken.

Pas als reproductief werk naar waarde wordt geschat en beschouwd wordt als een onmisbaar onderdeel van de economie, kan de emancipatie zich ook op dat terrein voltrekken.

Belgische stakers (en al wie solidair wil zijn) kunnen alvast hun licht opsteken bij Khadija Hyati. Zij zit het Nederlandse schoonmakersparlement voor en vertelde op de voorbije Vrouwendag over de acties van schoonmakers om meer waardering en loon te krijgen. Met een succesvolle staking, onder meer.

Furia is een feministische en pluaristische overleg- en actiegroep.