De kamer heeft vorige week de minimale dienstverlening bij het spoor gestemd.
...

De kamer heeft vorige week de minimale dienstverlening bij het spoor gestemd. Daarmee geraakt dat aanslepende dossier eindelijk uit de houdgreep waarin de vakbonden en de politiek elkaar al hebben sinds de invoering ervan in het regeerakkoord stond. Het uiteindelijk goedgekeurde voorstel is van de hand van minister van Mobiliteit François Bellot (MR). Het komt er omdat vakbonden en directie na lange onderhandelingen niet tot een vergelijk kwamen. Voor de bonden was elke vorm van afspraak over minimale dienstverlening tijdens spoorstakingen een inbreuk op het stakingsrecht, terwijl de directie zocht naar een middel om de impact van stakingsdagen te beperken. Volgens de nieuwe wet moeten werknemers bij een stakingsaanzegging 72 uren op voorhand meedelen of ze meestaken dan wel willen werken. Die informatie moet de NMBS de mogelijkheid geven een minimale dienst te verzekeren voor de reiziger. Eigenlijk is dat de minimale dienstverlening light en komt Bellot tegemoet aan kritiek van de Raad van State op een eerder wetsontwerp. Zo kan het spoorbedrijf in deze versie geen werknemers opvorderen. Allicht is dat de reden waarom de bonden minder luid protesteren dan gewoonlijk. Ze beperken zich tot de belofte te onderzoeken hoe ze deze wet juridisch nog kunnen aanvechten. Dat er nu eindelijk een beslissing valt, is een goede zaak. Op deze manier komt er in de ideologische loopgraven plaats voor een gezond reizigersperspectief. Want al bij al verziekt deze aanslepende discussie al drie jaar het vraagstuk hoe de NMBS een gezond bedrijf kan worden. En daarvoor zijn tevreden reizigers nu eenmaal de belangrijkste grondstof. .