Op de Smart City Expo in Barcelona hebben we vertegenwoordigers van een grote Finse stad ontmoet. De stad besloot een Europese aanbesteding uit te schrijven. Omdat wij geen Fins praten, vertaalde de stad het volledige bestek in het Engels. De vertaling nam een extra maand in beslag. Toen we de uitnodiging ontvingen om het bestek digitaal in te dienen, was het geschreven in het Engels, maar het e-platform was nog volledig in het Fins.

Dat voorbeeld is typerend voor hoe wordt zakengedaan in een digitaal Europa. Enerzijds kijken Belgische internetbedrijven en start-ups al snel over de grens naar andere Europese markten. Als groeien in de lokale markt niet langer kan, wordt het buitenland een must. Anderzijds maken regelgeving en verschillen in cultuur het vaak een uitdaging te internationaliseren in het versnipperde Europa.

Een eengemaakte Europese digitale markt is een van de tien prioriteiten van de Europese Commissie. En dat is ook nodig. Om de interne markt van de Europese Unie geschikt te maken voor het digitale tijdperk, moeten onnodige belemmeringen in de regelgeving uit de weg worden geruimd. Een evolutie van individuele nationale markten naar een enkel Europees wetboek moet plaatsvinden.

Ook cultureel is er een versnippering. De taal, de organisatiecultuur en de manier van zakendoen verschillen per markt en per land. Zo ondervonden wij dat het als Belgisch bedrijf mogelijk is in Noord-Europa zaken te doen in het Engels en vanop afstand. In Frankrijk is dat dan weer volledig anders. Daar als Franssprekende Belgische iets aan de man brengen, vergeet het. Voor elk land heb je een aparte strategie, aparte mensen en een apart netwerk nodig. Je begint al te begrijpen waarom Europese e-commercebedrijven het moeilijk hebben hun zakenmodel pan-Europees uit te rollen.

Toch zijn er veel voordelen aan internationaliseren in Europa. Dankzij onze centrale locatie op het oude continent, is het makkelijk als techstart-up vanuit België te opereren. Als we ons dan toch moeten verplaatsen, zijn de afstanden relatief kort en blijven we in dezelfde tijdzone. De euro bespaart ons de risico's van wisselkoersen. We mogen ook niet vergeten dat al heel wat wetgeving en ondersteuning voor de interne Europese marktwerking bestaat. De Europese Commissie is met haar subsidieprogramma's een belangrijke publieke investeerder van veel start-ups. Ook is het makkelijk Europese werkkrachten te vinden, zeker in een internationale stad als Brussel. Er zijn meer professionele softwareontwikkelaars in Europa dan in de Verenigde Staten.

We moeten internationaliseren in één digitaal Europa.

In de Belgische start-upscene wordt bij internationaliseren al te snel gedacht aan de plas oversteken naar de Verenigde Staten of andere continenten. Bij succesverhalen in de pers hebben we het over Silicon Valley. Ik zou het veel interessanter vinden meer bij te leren en te lezen over de vele business-to-businessbedrijven die succesvol en duurzaam internationaliseren in Europa. Toch vertrekken internationale start-upmissies, zij het georganiseerd door incubatoren of werkgeversorganisaties, al snel naar exotische bestemmingen. Ik wil daar absoluut geen afbreuk aan doen, maar laat ons eerst proberen te wandelen in Europa vooraleer te willen lopen.

We moeten openstaan om met Europeanen zaken te doen, desnoods in een andere taal. We moeten voorbij het idee dat lokale oplossingen beter zijn. De Europese Unie moet nog meer netwerkmogelijkheden ontwikkelen en het start-upecosysteem verbeteren door clusters, mensen en lokale ecosystemen in heel Europa met elkaar in contact te brengen. Enkel door Europa als één digitale markt als topprioriteit te beschouwen tijdens de volgende Europese legislatuur, kunnen beleidsmakers Europese techstart-ups echt helpen te groeien. Op dat Europese niveau kunnen we over een dikke maand stemmen.