De Nederlanders Ferry van Tongeren en Jaap Sinke hadden een autoverhuurbedrijf kunnen runnen. Of ze hadden een kippenfarm kunnen leiden. Of villa's in Sri Lanka kunnen verhuren. "Die villa's stonden daar toch maar te vergaan, ze waren voor een appel en een ei te koop. Ik had mijn gezin al bijna zover om er enkele te kopen en op te knappen", vertelt Van Tongeren. Zijn gezinsleden zeiden uiteindelijk nee tegen zijn zoveelste idee. Ze hadden samen een wereldreis gemaakt en hadden hem sinds hun vertrek al de meest uiteenlopende toekomstplannen horen opperen.
...

De Nederlanders Ferry van Tongeren en Jaap Sinke hadden een autoverhuurbedrijf kunnen runnen. Of ze hadden een kippenfarm kunnen leiden. Of villa's in Sri Lanka kunnen verhuren. "Die villa's stonden daar toch maar te vergaan, ze waren voor een appel en een ei te koop. Ik had mijn gezin al bijna zover om er enkele te kopen en op te knappen", vertelt Van Tongeren. Zijn gezinsleden zeiden uiteindelijk nee tegen zijn zoveelste idee. Ze hadden samen een wereldreis gemaakt en hadden hem sinds hun vertrek al de meest uiteenlopende toekomstplannen horen opperen. Van Tongerens echte plan was nochtans te rentenieren. Zijn reclamebureau Doom & Dickson, dat werkte voor klanten zoals Hema en Amstel, had hij verkocht omdat hij "helemaal klaar" was met de sector. "Alles wat je maakt, moet worden gekeurd door mensen die er misschien niet eens verstand van hebben. Heel vervelend. Na een tijd verlies je je veerkracht, ben je het zat", legt hij uit. Al kon Van Tongeren het plannen smeden toch niet laten. "Toen ik op een gegeven moment tegen mijn vrouw zei dat ik wilde weten hoe je dieren opzet, reageerde ze plots wel positief. Wellicht dacht ze dat het niet meteen een gekte zou worden." Sinke grinnikt en pikt in. "En dat het overzichtelijk zou zijn." Hij kijkt even rond in het atelier, een oud slachthuis in Haarlem. "Langs hier kwamen de levende dieren binnen, langs daar gingen ze, euh, weer buiten." Tegenwoordig zijn de dieren een natuurlijke dood gestorven voordat ze hierheen worden gebracht en gaan ze opnieuw buiten als kunstwerken. Onder de naam Darwin, Sinke & van Tongeren werken de voormalige reclamemakers niet als klassieke taxidermisten, maar inspireren ze zich op de dierenstillevens van zestiende- en zeventiende-eeuwse kunstenaars zoals Jan Weenix, Frans Snijders en Melchior d'Hondecoeter. Niet dat dat bij het oorspronkelijke plan hoorde. Van Tongeren zou een jaar lang bij een taxidermist werken. Gratis. "Dat was de enige manier om hem duidelijk te maken dat ik het serieus meende. Ik had toch tijd." Alleen sloeg Van Tongerens hoofd tegen het einde van dat jaar naar eigen zeggen op hol. "Ik zag hoe de traditionele taxidermisten werkten en hoeveel meer er eigenlijk mogelijk was." Enter Jaap Sinke, de man die ook bij Doom & Dickson al partner was. "Ik dacht: dit zou zomaar iets kunnen zijn." Het werd plots weer heel serieus. Sinke stopte ook met zijn reclamewerk, om samen met Van Tongeren twee jaar lang te experimenteren met taxidermie. "In de reclamewereld gebruik je heel veel energie om iets te maken. Als we die energie nu eens steken in dingen die we zelf mooi vinden, in plaats van in zaken die iemand anders wil hebben? Dan zijn er toch altijd mensen die dat waarderen? Dat was de filosofie", vertelt Sinke. "We hebben dus, ongeacht wat het kostte, gewerkt tot we een collectie hadden die wij tof vonden." Alleen bleek niet iedereen die collectie tof te vinden. "Ik denk dat veel mensen niet kunnen uitstaan wat wij doen", bevestigt Van Tongeren. "Van de composities die wij met dieren maken, worden klassieke taxidermisten bijvoorbeeld helemaal misselijk. Dat we vogels uit Azië en Afrika bij elkaar zetten, kan volgens hen niet. Ze vinden dat we een loopje nemen met hun vak. Dat er een groot verschil is tussen wat wij en zij doen, daar staan ze niet bij stil." Al zijn er ook andere - vooral jonge - taxidermisten die het volgens Van Tongeren fantastisch vinden dat er nieuwe mogelijkheden zijn. "Voor ons is het alleszins een stuk prettiger werken. Wij maken het werk en iemand kan het kopen of niemand kan het kopen." Kunstenaar Damien Hirst kocht al snel het werk uit de eerste collectie van Sinke en Van Tongeren. Al het werk. "Onze galeriehouder vond dat fantastisch, maar wij waren daar helemaal niet blij mee. We hebben dan ook eerst gezegd dat het niet kon", vertelt Sinke. "Daarna stelden we voor dat hij zes werken kon kopen, niet alle 39", vult Van Tongeren aan. "Wij hadden tenslotte twee jaar lang onze tijd en ons geld in de collectie geïnvesteerd. Die moest dan ook worden gezien, en dat kon niet wanneer Hirst meteen alles opkocht. De galeriehouder vond ons knettergek, maar wij bleven eisen stellen." Die maakten toch weinig indruk op Hirsts managers. "Niets kon, het standaardantwoord was nee. We mochten eerst zelfs niet melden dat Hirst onze werken had gekocht. Ze zouden gewoon verdwijnen, je zou er niets meer van horen", aldus Sinke. "Tot Hirst op een dag, net toen wij helaas in Nederland waren, zelf een kijkje ging nemen in de galerie. Hij besliste toen dat hij echt al het werk wilde en dat we zijn naam mochten vermelden. Het was meteen klaar. Daarvoor had hij ons werk alleen maar in de catalogus gezien." Sinke en Van Tongeren kijken daar ondertussen al niet meer van op. Ze verkopen vandaag ook al vaak via Instagram. "Dat is echt waanzinnig", vindt Van Tongeren. "Een man uit Bangkok zag bijvoorbeeld onze kooi met vogels op Instagram en liet weten dat hij er ook zo een wilde." Hij heeft er nog een kunnen kopen, maar sindsdien willen Sinke en Van Tongeren toch vooral focussen op nieuw werk. "Je zou nochtans een apart businessmodel rond de kooien kunnen maken", vermoedt Sinke. "Het mooiste huis waar ik ooit ben geweest, was trouwens een Engels landhuis waar we zo'n kooi gingen afleveren. Het hele huis hing vol met de zeventiende-eeuwse vogelschilderijen waarop we ons inspireerden." Anderen inspireerden zich dan weer op de vogelkooi van Darwin, Sinke & Van Tongeren. "Op een veiling in Frankrijk dook plots een exacte kopie op", zegt Sinke. Van Tongeren: "Het veilinghuis hield in eerste instantie toch vol dat het niet om een kopie ging, terwijl dezelfde vogels waren gebruikt, in dezelfde houdingen, op dezelfde kooi. Dan kom je terecht in een heel vervelende wereld van advocaten en ellende." Met gedateerde foto's konden Sinke en Van Tongeren bewijzen dat zij het werk eerst hadden gemaakt, waardoor de kooi niet werd geveild. Toen ze later met een anoniem e-mailadres bij het veilinghuis polsten naar de kooi, bleek die wel nog te koop. "Dat is frustrerend", verzekert Van Tongeren. "Je wilt liever alleen aan je dieren werken, maar dat kan niet. Je moet je werk ook verkopen en dus relaties onderhouden." Dreigen Sinke en Van Tongeren als taxidermist-kunstenaars dan ook niet hun veerkracht te verliezen, zoals hen eerder al overkwam in de reclamesector? "We hebben vooraf afgesproken dat we niet met vervelende mensen werken", weerlegt Sinke. "Dat lukt aardig, al hebben we daardoor bepaalde afslagen niet genomen." De kunstsector bleek hen bij een eerste kennismaking ook niet zo te liggen. "Voordat we onze eerste collectie voorstelden, bezochten we allerlei kunstbeurzen. We vonden het er onaangenaam, heel steriel. Mensen reageerden er ook arrogant", aldus Van Tongeren. "We kwamen er een beetje gedesillusioneerd buiten, we zagen ons daar niet met ons werk staan. Toen we zo'n kunstbeurs in Londen verlieten en langs een etalage met een antiek paardenskelet kwamen, wisten we meteen: in dit soort galerie horen wij thuis. In de traditionele kunstwereld was onze start niet hetzelfde geweest." Nog altijd komen veel klanten van Sinke en Van Tongeren uit Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. "Al komen ze ondertussen ook uit Azië en Australië, een beetje van overal eigenlijk", zegt Sinke. "Waarschijnlijk had de interesse uit Amerika en Groot-Brittannië in het begin vooral te maken met het feit dat we verkopen via het onlineplatform 1stdibs. Veel klanten op dat platform zijn mensen die werken in de creatieve industrie: regisseurs, stylisten, interieurarchitecten. Mensen die zien dat ons werk anders is dan dat van andere taxidermisten, mensen die het waarderen dat je er zo hard aan hebt gewerkt." Lees: mensen die weten waarom ze er ook zoveel voor moeten betalen. Foto's van Darwin, Sinke & Van Tongeren zijn te koop vanaf 1500 euro, de kleinere originele werken vanaf 3000 euro. De heraldiek met een cobra, een ratelslang, een adder, een python, een boa, een anaconda en een zwarte mamba, die ze gingen ophangen aan het plafond van een villa in Palm Springs, verkochten ze voor 95.000 euro. "Zodra je klaar bent met een dier, ziet het er opnieuw hetzelfde uit als toen je eraan begon. Alleen is het dan opgezet en vereeuwigd. Daarom zien mensen niet altijd hoe arbeidsintensief ons werk is", verklaart Van Tongeren. "Neem nu zo'n kooi. Alleen al om de vogels daarvoor te verzamelen, onderneem je zeker tien ritten door Europa. Je weet nooit zeker wat je zult aantreffen. Toen ik een damhert ging ophalen, bleek dat de verkoper het gewoon in de sloot had laten liggen met een bak eroverheen. Haalde hij die eraf, dan zat het dier vol maden. Dat laad je natuurlijk niet in je wagen, maar je hebt er wel 300 kilometer voor gereden." Een strijd, noemen Sinke en Van Tongeren het, om als taxidermist aan de beste dieren te geraken. "Nu kopen we ook wel bij andere taxidermisten, maar in het begin moesten we echt in onze auto springen en naar Denemarken rijden voor een pinguïn. Soms stoot je dan op handelaren die niet weten hoeveel ze voor een overleden dier mogen vragen. Toen ik een ara ging kopen, zei ik de verkoper dat ik er twee vijftig voor wilde geven, waarop ik de eurobiljetten op tafel legde. De man reageerde verrast. Hij dacht dat ik twee euro vijftig cent bedoelde", lacht Van Tongeren. "Andere handelaren weten dan weer heel goed dat hun dieren ook dood nog veel waard zijn. Ze zetten ze online voor de hoogste bieder. Daardoor worden de dieren steeds duurder." Sinke en Van Tongeren proberen daarom een zo groot mogelijk netwerk uit te bouwen, ook in de wereld van de dierentuinen. De opgezette tijger die in hun atelier staat, komt bijvoorbeeld uit een zoo. "We gingen er eigenlijk vogels ophalen, maar toen de beheerder van het park per ongeluk een vriezer met een tijger erin opende, hadden we alleen daar nog oog voor. Al duurde het wel even voor we die konden meenemen, want alle papieren in orde brengen, is altijd een hele toestand", weet Sinke. "De meeste dierentuinen doen trouwens niets met de dieren die overlijden", merkt hij. "Er sterven regelmatig dieren en ze willen liever dat niemand dat weet." Van Tongeren wordt er een beetje kregelig van. "Ze gooien de dieren liever weg dan dat ze ervoor zorgen dat ze vereeuwigd worden. Zeker als zeldzame dieren worden verbrand, vind ik dat echt schandalig." Kan hij dan niet beter vooraf al afspraken maken met bepaalde dierentuinen en dieren die stilaan wat ouder worden al reserveren? "In theorie zou het kunnen", grijnst Van Tongeren. "Maar we hebben het lef nog niet gehad. We hebben ondertussen ook een vriezer vol, dus we zijn niet meer zo happig." Onder andere een slang en vele dozen vol vogels vullen de grote vriescel. En tussen dat alles? Een doos Magnums. Sinke: "Het blijft natuurlijk wel een vriezer."