Veel tevredenheid. En terecht. Sinds 2012 gaat het aantal starters omhoog. Meer dan 10.000 kwamen er bij in vijf jaar. En in 2016 werd er 313 miljoen kapitaal gevonden voor starters. Het moet benoemd worden zoals het is: dat is goed. Maar we zouden veel meer moeten willen, gezien de ontwikkeling van de economie en het belang van starters daarin. Een aantal pistes om meer te willen.

Iedereen erkent het grote belang van starters. Wat in de jaren '90 werd voorspeld, zien we nu ook. Open grenzen en digitalisering maken dat beginnende kleintjes op kunnen tegen de bestaande groten. Maar toch doen we dat nog steeds vanuit de optiek dat starters moeten starten binnen de reguliere marktwerking, als het gaat om financiering, regelgeving, administratie. En dat is onlogisch. Drie speerpunten als we de starters echt willen gaan zien als een hoeksteen van onze economie.

Ten eerste mogen we niet tevreden zijn met het opgehaalde kapitaal. 313 miljoen is te weinig voor een economie als de Belgische. Het blijft ook een habbekrats binnen de volledige financiering van de economie. Maar vooral: in de belangrijkste dossiers, de doorgroeiende starters, zijn die ondernemers de laatste twee jaar buiten België moeten gaan om hun financiering rond te krijgen. In het geval van de grootste leidde het mee tot de verplaatsing van de hoofdzetel naar de VS. Dus eerste speerpunt : ook al bieden we al heel wat financiële instrumenten aan, als het gaat om kapitaal en om liquide middelen zijn we nog steeds niet 'competitief'. Het betekent risiconemen, ook vanuit de overheid, maar met een relatief beperkt budget dat vlot beschikbaar is, creëren we een enorme hefboom .

313 miljoen euro kapitaal voor starters is een habbekrats binnen de financiering van de economie

Ten tweede administratie en regelgeving. Vanuit de politiek wordt al heel lang beloofd dat de administratieve druk voor ondernemen moet verlaagd worden. Hoe jonger en hoe kleiner de onderneming, hoe groter de relatieve druk van administratie en regelgeving op de werking van de onderneming. Als het de overheid menens is, lijkt het een goeie zaak om de rollen om te keren: neem de administratieve en regelgevende complexiteit over van starters. Verbind je als overheid aan een termijn waarbinnen de uitleg over wat mag en wat niet en hoe het moet, wordt geleverd aan de starters. Ook voor kleinere ondernemingen die willen exporteren kan dit cruciaal zijn.

Ten derde : tweede kansen beleid. Onlangs brak Unizo er een lans voor. Een paar maanden geleden diende sp.a er een voorstel over in bij het Vlaams Parlement. Ondernemers na een niet frauduleuze faling hebben een veel grotere kans om goeie ondernemers te zijn als ze herkansen. Om dat mogelijk te maken is er "second chance" beleid nodig. Maak de afwikkeling van een faling veel korter, maak duidelijk aan de bevolking dat falingen maar in zeer kleine mate aan fraude te wijten zijn. In Vlaanderen denken we gemiddeld dat 1 op de 3 faillissementen aan fraude te wijten zijn, terwijl het tussen de 5 en 10% ligt. Die perceptie is de hoofdoorzaak waarom er geen degelijk tweede kansenbeleid bestaat voor ondernemers. Zorg dus dat die ondernemers een degelijke tweede kans krijgen na een snelle afwikkeling van het faillissement, het levert meer ondernemers op met een hogere kans op slagen.

Dus drie voorstellen omdat we ondanks de terechte tevredenheid vinden dat we verder moeten springen met startende ondernemingen: meer en vlot kapitaal beschikbaar maken, administratie en regelgeving overnemen en een degelijk tweede kansen beleid zullen de toename van toekomstige, solide ondernemingen nog versnellen.

Veel tevredenheid. En terecht. Sinds 2012 gaat het aantal starters omhoog. Meer dan 10.000 kwamen er bij in vijf jaar. En in 2016 werd er 313 miljoen kapitaal gevonden voor starters. Het moet benoemd worden zoals het is: dat is goed. Maar we zouden veel meer moeten willen, gezien de ontwikkeling van de economie en het belang van starters daarin. Een aantal pistes om meer te willen. Iedereen erkent het grote belang van starters. Wat in de jaren '90 werd voorspeld, zien we nu ook. Open grenzen en digitalisering maken dat beginnende kleintjes op kunnen tegen de bestaande groten. Maar toch doen we dat nog steeds vanuit de optiek dat starters moeten starten binnen de reguliere marktwerking, als het gaat om financiering, regelgeving, administratie. En dat is onlogisch. Drie speerpunten als we de starters echt willen gaan zien als een hoeksteen van onze economie.Ten eerste mogen we niet tevreden zijn met het opgehaalde kapitaal. 313 miljoen is te weinig voor een economie als de Belgische. Het blijft ook een habbekrats binnen de volledige financiering van de economie. Maar vooral: in de belangrijkste dossiers, de doorgroeiende starters, zijn die ondernemers de laatste twee jaar buiten België moeten gaan om hun financiering rond te krijgen. In het geval van de grootste leidde het mee tot de verplaatsing van de hoofdzetel naar de VS. Dus eerste speerpunt : ook al bieden we al heel wat financiële instrumenten aan, als het gaat om kapitaal en om liquide middelen zijn we nog steeds niet 'competitief'. Het betekent risiconemen, ook vanuit de overheid, maar met een relatief beperkt budget dat vlot beschikbaar is, creëren we een enorme hefboom . Ten tweede administratie en regelgeving. Vanuit de politiek wordt al heel lang beloofd dat de administratieve druk voor ondernemen moet verlaagd worden. Hoe jonger en hoe kleiner de onderneming, hoe groter de relatieve druk van administratie en regelgeving op de werking van de onderneming. Als het de overheid menens is, lijkt het een goeie zaak om de rollen om te keren: neem de administratieve en regelgevende complexiteit over van starters. Verbind je als overheid aan een termijn waarbinnen de uitleg over wat mag en wat niet en hoe het moet, wordt geleverd aan de starters. Ook voor kleinere ondernemingen die willen exporteren kan dit cruciaal zijn.Ten derde : tweede kansen beleid. Onlangs brak Unizo er een lans voor. Een paar maanden geleden diende sp.a er een voorstel over in bij het Vlaams Parlement. Ondernemers na een niet frauduleuze faling hebben een veel grotere kans om goeie ondernemers te zijn als ze herkansen. Om dat mogelijk te maken is er "second chance" beleid nodig. Maak de afwikkeling van een faling veel korter, maak duidelijk aan de bevolking dat falingen maar in zeer kleine mate aan fraude te wijten zijn. In Vlaanderen denken we gemiddeld dat 1 op de 3 faillissementen aan fraude te wijten zijn, terwijl het tussen de 5 en 10% ligt. Die perceptie is de hoofdoorzaak waarom er geen degelijk tweede kansenbeleid bestaat voor ondernemers. Zorg dus dat die ondernemers een degelijke tweede kans krijgen na een snelle afwikkeling van het faillissement, het levert meer ondernemers op met een hogere kans op slagen. Dus drie voorstellen omdat we ondanks de terechte tevredenheid vinden dat we verder moeten springen met startende ondernemingen: meer en vlot kapitaal beschikbaar maken, administratie en regelgeving overnemen en een degelijk tweede kansen beleid zullen de toename van toekomstige, solide ondernemingen nog versnellen.