Nogal wat vennootschappen in ons land oefenen niet langer echt activiteiten uit. Zo blijkt dat meer dan 140.000 vennootschappen voor 2013 geen jaarrekening meer hebben ingediend. Veel van die vennootschappen zijn eigenlijk 'slapende of spookvennootschappen', lichten de ondertekenaars van de tekst toe.

Die 'slapende' structuren zadelen de rechtbanken en parketten met veel werk op, omdat bij het verdwijnen ervan een hele procedure komt kijken. Bovendien wijst het wetsvoorstel op het gevaar dat achter die spookvennootschappen schuilt. Ze kunnen immers worden gebruikt als dekmantel voor illegale activiteiten.

Vandaag kan de rechtbank van koophandel op vraag van iedere belanghebbende of van het openbaar ministerie de ontbinding uitspreken van een vennootschap die drie jaar op rij geen jaarrekening heeft ingediend.

Voortaan kunnen de kamers voor handelsonderzoek van de rechtbanken nagaan of ondernemingen nog actief zijn en eventueel gerechtelijk kunnen worden ontbonden. Daarna zouden ze dan de zaak met een gemotiveerd advies doorverwijzen naar de feitenkamer bij de rechtbank, die de ontbinding kan uitspreken na de betrokkenen te hebben gehoord. Dat zou ook gelden voor vennootschappen die de concurrentie verstoren door de voorwaarden voor de uitoefening van het beroep aan hun laars te lappen.

Het wetsvoorstel voorziet ook dat sneller op de bal kan worden gespeeld. Nu kan de ontbinding enkel volgen als een vennootschap drie jaar op rij nalaat de jaarrekening neer te leggen. Voortaan kan dat bij het niet neerleggen van de jaarrekening en kan de vordering tot ontbinding al volgen zeven maanden na de afsluiting van het boekjaar.

Een vennootschap zou de kans krijgen haar situatie te regulariseren. Dat geldt nu ook al voor vennootschappen die zouden worden ontbonden omdat ze drie keer op rij hun jaarrekening niet hebben ingediend. De commissie keurde een amendement goed dat een burgerlijke procedure toevoegt. De tekst legt een beroepsverbod van maximaal drie jaar op wanneer iemand de verplichtingen in de vennootschapswetgeving met de voeten treedt. Een zaakvoerder van een vennootschap die niet meewerkt, riskeert op die manier dat hij drie jaar lang geen zaakvoerder kan zijn.

Nogal wat vennootschappen in ons land oefenen niet langer echt activiteiten uit. Zo blijkt dat meer dan 140.000 vennootschappen voor 2013 geen jaarrekening meer hebben ingediend. Veel van die vennootschappen zijn eigenlijk 'slapende of spookvennootschappen', lichten de ondertekenaars van de tekst toe. Die 'slapende' structuren zadelen de rechtbanken en parketten met veel werk op, omdat bij het verdwijnen ervan een hele procedure komt kijken. Bovendien wijst het wetsvoorstel op het gevaar dat achter die spookvennootschappen schuilt. Ze kunnen immers worden gebruikt als dekmantel voor illegale activiteiten. Vandaag kan de rechtbank van koophandel op vraag van iedere belanghebbende of van het openbaar ministerie de ontbinding uitspreken van een vennootschap die drie jaar op rij geen jaarrekening heeft ingediend. Voortaan kunnen de kamers voor handelsonderzoek van de rechtbanken nagaan of ondernemingen nog actief zijn en eventueel gerechtelijk kunnen worden ontbonden. Daarna zouden ze dan de zaak met een gemotiveerd advies doorverwijzen naar de feitenkamer bij de rechtbank, die de ontbinding kan uitspreken na de betrokkenen te hebben gehoord. Dat zou ook gelden voor vennootschappen die de concurrentie verstoren door de voorwaarden voor de uitoefening van het beroep aan hun laars te lappen.Het wetsvoorstel voorziet ook dat sneller op de bal kan worden gespeeld. Nu kan de ontbinding enkel volgen als een vennootschap drie jaar op rij nalaat de jaarrekening neer te leggen. Voortaan kan dat bij het niet neerleggen van de jaarrekening en kan de vordering tot ontbinding al volgen zeven maanden na de afsluiting van het boekjaar. Een vennootschap zou de kans krijgen haar situatie te regulariseren. Dat geldt nu ook al voor vennootschappen die zouden worden ontbonden omdat ze drie keer op rij hun jaarrekening niet hebben ingediend. De commissie keurde een amendement goed dat een burgerlijke procedure toevoegt. De tekst legt een beroepsverbod van maximaal drie jaar op wanneer iemand de verplichtingen in de vennootschapswetgeving met de voeten treedt. Een zaakvoerder van een vennootschap die niet meewerkt, riskeert op die manier dat hij drie jaar lang geen zaakvoerder kan zijn.