Als je wil begrijpen hoe de economische wereld in elkaar steekt, moet je twee basisbegrippen hanteren. Opsplitsen en weer samenbrengen. Je haalt de zaken uit elkaar om te kunnen specialiseren, je wordt steeds beter in een piepklein proces. Chirurgen kennen al lang geen 'mens' meer, maar een knie, een kankertumor of een nier. Charlie Chaplin kon de sterk gespecialiseerde arbeider in de fabriek belachelijk maken, maar die is allang vervangen door nog meer gespecialiseerde robots. En we brengen alles samen via plannen, processen en systemen. Samenbrengen is veel moeilijker dan opsplitsen, zoals iedereen weet die langer dan een dag in een ziekenhuis heeft doorgebracht. Bedrijven ontwerpen steeds ambitieuzere supply chains, waar tientallen gespecialiseerde elementen op elkaar moeten inspelen. Dat loopt fabelachtig goed tot een aardbeving, een sabotage of 'een ...

Als je wil begrijpen hoe de economische wereld in elkaar steekt, moet je twee basisbegrippen hanteren. Opsplitsen en weer samenbrengen. Je haalt de zaken uit elkaar om te kunnen specialiseren, je wordt steeds beter in een piepklein proces. Chirurgen kennen al lang geen 'mens' meer, maar een knie, een kankertumor of een nier. Charlie Chaplin kon de sterk gespecialiseerde arbeider in de fabriek belachelijk maken, maar die is allang vervangen door nog meer gespecialiseerde robots. En we brengen alles samen via plannen, processen en systemen. Samenbrengen is veel moeilijker dan opsplitsen, zoals iedereen weet die langer dan een dag in een ziekenhuis heeft doorgebracht. Bedrijven ontwerpen steeds ambitieuzere supply chains, waar tientallen gespecialiseerde elementen op elkaar moeten inspelen. Dat loopt fabelachtig goed tot een aardbeving, een sabotage of 'een menselijke fout' het hele boeltje onderuit haalt. Maar ook daar hebben we geleerd snel bij te sturen. Luchthavens liggen weleens een dag plat en dat levert emotionele beelden voor het journaal, maar dat megacoördinatiesysteem hervat snel zijn gewone doen. In een primitieve landbouwomgeving is er geen scheiding tussen productie en consumptie. Men eet wat men teelt. Er wordt weinig handel gedreven. Maar zodra productie en consumptie (van voeding en andere goederen) worden gescheiden en de transportsystemen werken, beginnen economieën snel te groeien, omdat elke eenheid zich kan specialiseren (in wijn, in graan, in staal) en iedereen profiteert van de enorme welvaart die vrije handel aan alle gespecialiseerde partijen brengt. Maar het profijt was over de landen heen de voorbije eeuwen verre van gelijk verdeeld. Tussen 1820 en 1990 steeg het aandeel van het inkomen van de rijke landen van 20 tot bijna 70 procent. De kennis om winstgevende productie en distributie op te zetten bleef in handen van een kleine club landen. Globalisering 1.0 was een grote ongelijkmaker. Het was ondenkbaar dat men in Peru of India auto's zou ontwerpen, vliegtuigen zou assembleren of complexe verzekeringspolissen zou afsluiten. Maar vanaf 1990 is de situatie radicaal veranderd. Het aandeel in het wereldinkomen van de rijkste landen neemt systematisch af. De innovatieve kracht kan niet langer lokaal worden gehouden. Callcenters kunnen in India, biotechnologie in Singapore en raketten in China en... Noord-Korea. Productie en consumptie kunnen steeds verder worden gescheiden. Wij eten Keniaanse boontjes. Je softwareontwikkelaars (en hackers) wonen waarschijnlijk niet in je buurt. Met 3D-printing wordt de volgende stap steeds helderder. Goedbetaalde jobs met veel toegevoegde waarde kunnen overal ter wereld. Globalisering betekende tot dertig jaar geleden: uitbuiting op wereldschaal. Nu betekent globalisering 2.0 steeds meer: concurrentie voor alle productiefactoren op wereldschaal. De twee partijen ervaren dat op radicaal verschillende wijze. De Chinese middenklasse groeit als kool en drijft de consumptie. De Amerikaanse en Britse middenklasse heeft heimwee naar de tijden toen bijna alle meerwaarde naar hen kwam en stemt voor Trump en de brexit. Wereldwijd voel je de botsing tussen economen die pleiten voor 'zonder grenzen' en populisten die pleiten voor 'nieuwe grenzen'. Die laatste voeren een gevecht van de vorige eeuw. Chirurgen kunnen op afstand opereren, experts kunnen vanop afstand machines herstellen. Als het mogelijk is een wagentje op Mars te herstellen vanop de aarde, kan telerobotica stilaan alle grenzen doorkruisen. Robots zullen steeds minder respect opbrengen voor landsgrenzen. Richard Baldwin spreekt over 'virtuele immigratie'. Een hotelkamer in de Trump Tower in New York kan gepoetst worden door een robot die gestuurd wordt in de Filipijnen. Als onze militairen het bewaken moe zijn, kunnen ze vervangen worden door een robottenhuurlingenleger dat met joystick wordt aangestuurd in Zwitserland, Costa Rica of Singapore. Globalisering 2.0 zal met andere woorden ook 'intelligentie op afstand' introduceren. En denk dan aan álle vormen van intelligentie, variërend van 'hoe voer ik een complexe chirurgische ingreep uit', tot 'hoe poets ik een hotelkamer', tot 'hoe vang ik een gestresseerde reiziger op'? Ik schrijf deze column overigens in Londen, niet in Vlaanderen.