Brené Brown schreef : "Iedereen heeft wel een verhaal dat je hart breekt. En als je goed luistert, hebben velen een verhaal dat je op de knieën krijgt. Maar je moet er wel naar willen luisteren." Ik denk dat weinig mensen echt liegen. Maar ze vertellen niet alles. Ik ken veel succesvolle mensen. Als je met hen praat, zie je dat ze het goed hebben. Maatschappelijke erkenning, veel vrienden, een leuke auto, vegetarisch eten, want dat is in. En op de vraag: "Hoe gaat het?" krijg je een eerlijk antwoord: "Prima, ik mag echt niet klagen."
...

Brené Brown schreef : "Iedereen heeft wel een verhaal dat je hart breekt. En als je goed luistert, hebben velen een verhaal dat je op de knieën krijgt. Maar je moet er wel naar willen luisteren." Ik denk dat weinig mensen echt liegen. Maar ze vertellen niet alles. Ik ken veel succesvolle mensen. Als je met hen praat, zie je dat ze het goed hebben. Maatschappelijke erkenning, veel vrienden, een leuke auto, vegetarisch eten, want dat is in. En op de vraag: "Hoe gaat het?" krijg je een eerlijk antwoord: "Prima, ik mag echt niet klagen." Sommige van die mensen ken ik beter. Tegen mij vertellen ze iets anders na de eerste verhaaltjes, maar soms kunnen ze niet eens wachten. Dan hoor je die andere verhalen. De verhalen die je hart breken en die je af en toe op de knieën krijgen. Zonder duidelijke redenen voelen ze hun energie wegvloeien. Is dit het leven dat ze gewild hebben? Tussen hen en de anderen - hun collega's, familie en vrienden - staat een glas. Ze praten tegen dat glas, niet tegen de anderen. Inderdaad, ze hebben een boeiende baan, maar die baan is vooral schijn. Nee, echt liegen tegen klanten doen ze niet, maar de volledige waarheid vertellen ze ook niet. Telkens opnieuw staan ze voor morele dilemma's. Moreel fout is het allemaal niet, maar toch... De collega's zijn begripvol, maar ergens stopt het toch. Zoals Rode Duivel Dries Mertens in een interview zei (ik moet toch iets over het voetbal schrijven): "In het voetbal heb je vrienden, maten, maar in het professionele voetbal heb je collega's. Ze zijn ook je concurrenten." En onder het laagje succes , de nieuwste kleren, de leuke vakantie in Japan schuilt een vreemde tristesse, een soort paradise-lostgevoel, om de talen eens af te wisselen. Je hebt het gemaakt, laat daar geen twijfel over bestaan, maar je behoort tot de sandwichgeneratie. Die ouders die maar blijven leven. Gelukkig maar, je hebt zo veel aan hen te danken, het zijn lieve en soms zieke mensen. Maar de situatie beknot je wel eindeloos. Want je kunt toch niet ondankbaar zijn? Ach, het is vooral die permanente zorg, bij elke onverwachte telefoon: er zou toch niets met moeder zijn? De kinderen zijn oud genoeg om zich niet meer te laten controleren, en ze zijn te jong om er gerust in te kunnen zijn. En ze blijven toch zo lang thuis. Dat veroorzaakt spanningen. Ik hoor in die gesprekken de stilzwijgende of de luide zuchten: ik zorg voor iedereen, wie zorgt voor mij? Al die jaren keiharde inzet, hier op het werk. Ik was er voor iedereen, mijn inzet stond buiten twijfel, dankzij mij werden de normen gehaald. Maar dat lijkt snel vergeten. Steeds sneller. Ik vrees dat mijn bedrijf niet veel geheugen meer heeft. Wie zal zorg dragen voor de zorgdrager? Als je goed luistert naar die verhalen, hoor je de burn-out sluimeren. Dat is als die tweede laag als een vulkaan door de eerste schiet. We houden die tweede laag in bedwang met pillen, en op het werk met een aangepast hr-beleid. De bedoeling is er niet te veel over te praten, want die tweede laag bestaat op het werk niet echt, die is privé. Af en toe hoor je of lees je over de zelfmoord van succesvolle mensen. Die van topchef Anthony Bourdain of die van Kate Spade, die boeiende tassen ontwierp. Verhalen die je op de knieën krijgen. Van buitenlanders, want we fluisteren als het over Belgen gaat, mensen die dicht bij ons staan. Want we moeten wel vooruit. Alle statistieken op de eerste laag moeten op groen blijven. De eerste laag. Maar vreemd genoeg is er dan die andere laag, die onderstroom. Een vriendin vertelde me over een Afrikaan die bij haar een grote oude kleerkast kwam ophalen, voor 50 euro. Hij floot onafgebroken. Hij was gelukkig. Voor zijn vijf kinderen, wat een kleerkast. Toen dacht ik: hoe vaak loop ik al fluitend rond? En u, lezer? Vanuit de tweede laag antwoorden a.u.b. Ik zie toch niet wat u antwoordt.