Met handschoentjes aan is zijn werk uit zijn atelier gedragen. Er zo voor zorgend dat er toch maar niets mee gebeurde of aan veranderde. En nu is kunstschilder Ben Sledsens toch opnieuw met verf in de weer in de galerie, om hier en daar nog wat retouches aan te brengen. "Het mag eigenlijk niet", weet hij. "Normaal stop ik ook met schilderen zodra het werk mijn atelier uit is, maar ik wil een paar details die mij storen toch nog aanpassen. Zie je die arm hier, bij het meisje in die hangmat? Die heb ik net iets meer afgebogen. Voor mij is het belangrijk dat die juist zit, maar de meeste mensen zullen het niet merken."
...

Met handschoentjes aan is zijn werk uit zijn atelier gedragen. Er zo voor zorgend dat er toch maar niets mee gebeurde of aan veranderde. En nu is kunstschilder Ben Sledsens toch opnieuw met verf in de weer in de galerie, om hier en daar nog wat retouches aan te brengen. "Het mag eigenlijk niet", weet hij. "Normaal stop ik ook met schilderen zodra het werk mijn atelier uit is, maar ik wil een paar details die mij storen toch nog aanpassen. Zie je die arm hier, bij het meisje in die hangmat? Die heb ik net iets meer afgebogen. Voor mij is het belangrijk dat die juist zit, maar de meeste mensen zullen het niet merken." Ook de kopers van Sledsens' werk niet. Zijn schilderijen van utopische landschappen en scènes waarin Sledsens graag zelf zou willen leven, zijn alweer allemaal verkocht. Nog voor de retouches en nog voor zijn solo-expo op 3 september opent bij Tim Van Laere Gallery in Antwerpen. De werken krijgen een eigenaar in de Verenigde Staten, Rusland, China, Indonesië, Engeland, Nederland, Israël en België. En dat voor een bedrag tussen 8000 en 68.000 euro. Sledsens werd daarom al omschreven als het nieuwe wonderkind van Tim Van Laere Gallery, die onder meer ook Rinus Van de Velde en Kati Heck onder de vleugels heeft. Zelf relativeert de kunstenaar dat liever. "Zoiets staat kort in een krantenartikel, daar ga ik me niet door laten beïnvloeden. Ik ben bovendien geen kind meer", glimlacht hij. "De reacties van het grote publiek zijn voor mij belangrijker. Ik vind het best moeilijk om tijdens een opening met zoveel mensen te praten, maar dat heb ik er wel voor over. Na twee jaar schilderen wil je toch weten wat ze van je werk vinden." Al zal de opening er door het coronavirus anders uitzien. Bezoekers kunnen de expo in groepjes van dertig bezichtigen, met een mondmasker op. De rest moet buiten zijn beurt afwachten. De rij die daardoor ontstaat, zou een mooie marketingstunt kunnen zijn, maar die is volgens de galerie niet meer nodig. "Als Ben exposeert, is het hoe dan ook drummen", klinkt het. BEN SLEDSENS. "Zodra ik wist dat ik wilde schilderen, ben ik er honderd procent voor gegaan en was er geen plan B. Ik denk ook dat dat de enige manier was. Op veilig spelen door tegelijk op iets anders in te zetten, had niet gewerkt voor mij. Het had kunnen mislukken, maar dan was dat maar zo. Zodra ik startte aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen, wist ik bijvoorbeeld al dat ik bij Tim Van Laere Gallery wilde horen. Het had evengoed tien jaar kunnen duren voor ik hier terechtkwam. Dan was ik waarschijnlijk toch werk blijven maken en had ik daarnaast misschien een baantje gezocht. Er zijn zoveel kunstenaars die het zo moeten doen." SLEDSENS. "O, maar ik wil nog veel meer. Daarom werk ik ook graag samen met Tim. Hij begrijpt wat ik wil en zorgt voor een goede basis. Na deze soloshow heb ik bijvoorbeeld twee museumshows op het programma staan, bij het Kunstmuseum Luzern en Centro de Arte Contemporàneo in Malaga. Daar kijk ik enorm naar uit." SLEDSENS. "Een reactie die ik regelmatig krijg, is dat mensen gelukkig worden van mijn werk. Dat is misschien niet mijn opzet, maar het is wel een heel mooi compliment. Iedereen mag mijn werk interpreteren zoals hij wil. Ik wil mensen echt niets opleggen. Zolang ze maar even kunnen ontsnappen aan deze wereld. Escapisme is zo belangrijk." SLEDSENS. "Ik ben zelf een escapist, ik houd heel erg van alles wat niet echt is. Het is logisch dat zoiets ook in mijn werk sluipt. Er zijn al zoveel anderen die via opiniestukken, sociale media of kunst hun mening uiten. Ik denk niet dat ik daar nog veel aan toe te voegen heb. Als mens van de 21ste eeuw weet ik wel wat er allemaal gaande is, maar daarom hoeft het nog niet in mijn werk te zitten. Ik ben geen kunstenaar die problemen wil aanklagen. En iets maken wat niet dicht bij jezelf ligt, lukt niet. Dan ga je liegen en je mag niet liegen in je werk. Ik doe dus gewoon wat ik wil en ik heb geluk dat dat werkt." SLEDSENS. "Het is ook hard werken, jezelf blijven pushen en zoeken naar vernieuwing, om te blijven verrassen. Het is ook durven mislukken. Ik durf afgewerkte schilderijen weg te gooien." SLEDSENS. "De werken blijven meestal toch in mijn atelier staan. Soms overschilder ik ze. En breng ik ze dan toch eens naar het containerpark, dan haal ik er eerst een mes doorheen, zodat ze onherkenbaar worden. De schilderijen hebben dan trouwens ook nog geen handtekening, dus ik kan nog altijd ontkennen dat ze van mij zijn" ( lacht). SLEDSENS. "Dat is al gebeurd. Ik ben strenger voor mezelf dan sommige anderen als ze naar mijn werk kijken. Ik zie waar ik naartoe wil, maar het blijft toch telkens opnieuw laag voor laag zoeken. Soms neem ik me voor: als dit werk lukt, ga ik nooit meer twijfelen. Dat lukt dan tot ik aan het volgende werk begin. Dan twijfel ik toch opnieuw." SLEDSENS. "En toch. Kunstschilder zijn is een heel eenzaam beroep. Ik ben altijd alleen in mijn atelier. Ik zit eigenlijk altijd in quarantaine. Die eenzaamheid is een kwelling, zeker omdat je in je atelier ook de hele tijd worstelt om jezelf te verbeteren. Op dat vlak herken ik me dus wel in het beeld van de getormenteerde kunstenaar. Tegelijk heb ik die worsteling nodig om gelukkig te zijn. Of om een voldaan gevoel te krijgen, want ik wil altijd maar meer en beter. Dat legt druk, ja. De druk om jezelf te kunnen evenaren, is de hoogste die er is, maar die kan ik wel aan. Maar van de druk om te verkopen, daar trek ik me niets van aan." SLEDSENS. "Mijn ideaalsituatie is net dat ik me daar niet mee bezig hoef te houden. Ik zou het niet kunnen om een prijs op mijn werk te plakken. Ik wil gewoon alles op alles kunnen zetten tijdens het schilderen, zonder dat iets me daarvan afleidt. Daarom ben ik zo blij dat de galerie zich over de verkoop ontfermt. Ik weet wel dat mensen het door het beperkte aanbod soms lastig vinden dat ze er maar niet in slagen een werk van mij aan te kopen, maar ik ga er mijn werkwijze niet voor aanpassen. Het zou oneerlijk zijn te zoeken naar makkelijke oplossingen om toch maar meer te kunnen verkopen. Ik wil op mijn eigen tempo blijven werken. Dat betekent dat ik ongeveer een maand aan een schilderij werk. Dat is best lang voor moderne kunst. Er zijn kunstenaars die in een halfuur een werk maken dat geweldig is. Misschien raak ik daar ook nog wel, maar op dit moment blijft mijn werkritme traag." SLEDSENS. "Misschien kan ik een hele school opstarten, zoals dat vroeger werd gedaan. Dat klinkt wel cool, maar ik denk niet dat het ervan zal komen. Let op, ik heb respect voor kunstenaars die wel met assistenten samenwerken. De stroming die zegt dat kunstenaars hun werk alleen moeten maken, volg ik niet. Zonder de ideeën van de kunstenaar zou het eindresultaat nooit tot stand komen. Waarom dat eindresultaat dan niet sterker maken door in een team te werken? Modeontwerpers maken hun stuks ook niet zelf, hè. Maar zelf zou ik niet weten wat ik assistenten kan laten doen. Doeken op- en afspannen misschien. Alleszins niet schilderen, want zelfs een ondergrond zou er dan niet uitzien precies zoals ik dat wil." SLEDSENS. "Het is een groot compliment dat veel mensen graag willen leven met mijn werk, maar ik besef ook dat ik niet genoeg werken kan maken om aan de vraag te voldoen. De expo's zijn wel vrij toegankelijk voor iedereen. Op die manier bereikt mijn werk toch een heel breed publiek. Tim en de collega's van de galerie zorgen er daarnaast voor dat mijn schilderijen goed terechtkomen. Zij weten heel goed in welke collecties ze moeten worden geplaatst en bekijken dat ook op internationaal niveau. Bij veel kopers merk je dat ze een enorme passie voor kunst hebben. Het is een aparte wereld, die van verzamelaars, maar ook wel een mooie." SLEDSENS. "Er zijn veel goede kunstenaars die niet kunnen leven van hun vak, maar dat is in de sportwereld bijvoorbeeld niet anders. Voetballers verdienen goed hun brood, zelfs al spelen ze bij een minder belangrijke ploeg. Terwijl een topzwemmer of topturner veel minder goed verdient. Dat is de oneerlijkheid van de wereld. Zelf heb ik het geluk dat ik veel steun krijg van andere kunstenaars." SLEDSENS. "Dat zou je misschien wel kunnen zeggen, omdat ik schilder. Schilderkunst is toegankelijker, of tegenwoordig toch. Het was een tijd anders, maar vandaag is schilderkunst weer helemaal terug. Het is momenteel wel een uitdagende periode door de coronacrisis, maar tegelijk merk je dat veel jonge kunstenaars zich daardoor nog meer op hun werk kunnen focussen. Hopelijk geeft dat binnenkort een boost aan het aantal kunstwerken dat op de markt komt." SLEDSENS. "Nee, want iedereen maakt uniek werk. Hoe meer, hoe beter dus." Wat als die trend naar schilderkunst opnieuw wegebt? SLEDSENS. "Dat kan, maar de schilderkunst op zich zal nooit verdwijnen. Als je echt goed bent, zal je werk ook in andere omstandigheden overleven. Dat zie je ook bij kunstenaars zoals Henri Matisse, Claude Monet en Pablo Picasso. Hun invloed leeft nog altijd onder nieuwe generaties kunstenaars. Zelf leer ik enorm veel van de kunstgeschiedenis. Het mooiste compliment zou zijn dat andere schilders zich ook ooit gaan baseren op mijn werk. Daarvoor vecht je tot je sterft."