Jonas Dhaenens bouwde als zestienjarige vanuit zijn slaapkamer Combell uit tot een verborgen kampioen. De hostingspecialist is niet bekend bij het grote publiek, maar ongeveer 70 procent van alle websites in België draait op de netwerkinfrastructuur van Combell. Het Gentse techbedrijf mikt voornamelijk op de kmo-markt en is ondertussen ook de marktleider in Nederland, Denemarken, Zweden en Zwitserland.
...

Jonas Dhaenens bouwde als zestienjarige vanuit zijn slaapkamer Combell uit tot een verborgen kampioen. De hostingspecialist is niet bekend bij het grote publiek, maar ongeveer 70 procent van alle websites in België draait op de netwerkinfrastructuur van Combell. Het Gentse techbedrijf mikt voornamelijk op de kmo-markt en is ondertussen ook de marktleider in Nederland, Denemarken, Zweden en Zwitserland. Met Combell leidde Dhaenens al een bedrijf met meer dan 100 miljoen euro omzet. Nu fuseert hij zijn bedrijf met de Nederlandse sectorgenoot TransIP tot team.blue. De TransIP-oprichter Ali Niknam blijft aandeelhouder, maar wil focussen op zijn fintechstart-up Bunq. De nieuwe groep heeft een omzet van 170 miljoen euro, 600 werknemers en 1,2 miljoen klanten. Dhaenens wordt de CEO van team.blue, dat op meer dan een miljard dollar zou worden gewaardeerd. Niet-beursgenoteerde techbedrijven moeten over die lat springen om een 'unicorn' genoemd te worden. Begin dit jaar kreeg het Brusselse Collibra ook dat felbegeerde en zeldzame etiket. Dhaenens streefde niet naar die waardering, al is ze mooi meegenomen en onderstreept ze zijn ambitie: in zijn niche bij de top drie van Europa horen. Dhaenens omschrijft zijn strategie als buy and build, overnames doen bij de vleet in de versnipperde hostingmarkt en tegelijk in de activiteiten blijven investeren. Om die groei te ondersteunen, trok hij in 2014 eerst het investeringsfonds Waterland aan. Eind 2018 werd dat afgelost door de Britse investeerder HG Capital.Als tiener wist Dhaenens al dat hij ondernemer zou worden. In het secundair onderwijs bedacht hij samen met zijn schoolkameraad Frederik Poelman de naam Combell, een verwijzing naar de telecomgiganten Alcatel en Bell. Vanuit zijn slaapkamer begon Dhaenens met de verkoop van domeinnamen en webruimte voor websites aan kmo's. Helemaal in het begin was hij nog louter een doorverkoper, maar toen de business snel aansloeg, begon hij een eigen aanbod uit te bouwen en zelf serverruimte te huren om de websites van zijn klanten te hosten. Frederik Poelman, de meest technische van de twee, zette vanaf de beginjaren ook mee zijn schouders onder het bedrijf. Hij is er nog altijd actief, als verantwoordelijke voor de Belgische en de Zwitserse activiteiten.Dhaenens en Poelman zagen veel eerder dan hun Belgische concurrenten de kansen van de fel versnipperde Belgische markt. "Niet zo lang na de opstart konden we een klantenportefeuille overnemen van een concurrent die ermee wou stoppen", zei Dhaenens daar enkele jaren geleden over aan Trends. "Combell was een piepjong bedrijf, maar we wisten dat we niet alleen organisch moesten groeien, maar ook overnames moesten zoeken. Ik heb er toen ook een punt van gemaakt vanaf het begin over onze overnames te communiceren, zodat iedereen in de sector aan ons zou denken als ze hun bedrijf wilden overlaten. Er waren toen ook zeer veel kansen. Veel ondernemers waren in de hosting gestapt uit technische interesse en konden vaak minder goed overweg met het administratieve en het financiële deel van het werk. Ik ben zelf niet zo'n techneut, ik wou gewoon een mooi bedrijf bouwen."Zowel Dhaenens als Poelman zou nog even proberen door te studeren. Dhaenens begon aan de opleiding handelswetenschappen, maar haakte al na enkele maanden af. Hij had geen tijd om zijn studies te combineren met Combell. Dhaenens mag dan wel geen diploma hebben, hij is niet ongeschoold in ondernemen. Hij komt uit een echt ondernemersnest. Zijn vader was verzekeringsmakelaar en zijn moeder heeft met BioShop twee biosupermarkten in het Gentse. Aan Trends vertelde Dhaenens eerder dat zijn eigen strategie deels schatplichtig is aan zijn ouderlijke roots. "Ik ben een man van beredeneerde risico's, die niet graag al zijn eieren in dezelfde mand legt. Dat heb ik van mijn ouders geleerd, in het bijzonder van mijn vader ,die als verzekeraar voortdurend bezig moest zijn om risico's correct in te schatten. Zo heb ik er altijd op toegezien dat Combell zich, ondanks de vele overnames, niet al te diep in de schulden stak of te afhankelijk werd van één leverancier of zelfs één markt. De internationale expansie van Combell is voor mij een manier om de risico's te spreiden."