Het Lam Gods is het belangrijkste kunstwerk dat we in Vlaanderen bewaren. Het meesterwerk van de broers Van Eyck ondergaat sinds 2012 een ingrijpende restauratie. Die vindt plaats in een atelier achter glas in het Museum voor Schone Kunsten (MSK) in Gent. Millimeter per millimeter verwijderen de restaurateurs vernis en andere overschilderingen, waardoor we het veelluik voor het eerst in meer dan 400 jaar zien zoals Hubert en Jan van Eyck het hebben geschilderd.
...

Het Lam Gods is het belangrijkste kunstwerk dat we in Vlaanderen bewaren. Het meesterwerk van de broers Van Eyck ondergaat sinds 2012 een ingrijpende restauratie. Die vindt plaats in een atelier achter glas in het Museum voor Schone Kunsten (MSK) in Gent. Millimeter per millimeter verwijderen de restaurateurs vernis en andere overschilderingen, waardoor we het veelluik voor het eerst in meer dan 400 jaar zien zoals Hubert en Jan van Eyck het hebben geschilderd. De tweede fase raakte net op tijd klaar voor het Van Eyck-jaar, dat dit jaar plaatsvindt. De gerestaureerde panelen zijn teruggekeerd naar de Sint-Baafskathedraal, waar het reusachtige kunstwerk voor is gemaakt. Er wachten nog zeven panelen op een restauratie. Het Lam Gods zou volledig gerestaureerd moeten zijn tegen eind 2024. Binnenkort zijn de gerestaureerde buitenpanelen uitzonderlijk te zien in het MSK tijdens de tentoonstelling Van Eyck. Een optische revolutie. Die expo noemt zich "de grootste Van Eyck-tentoonstelling ooit". Van Jan van Eyck is maar een twintigtal werken bewaard. Meer dan de helft daarvan komt naar Gent. Het MSK vult ze aan met werk uit Van Eycks atelier en een honderdtal topstukken uit de late middeleeuwen en de Italiaanse renaissance. De voorbereiding nam vijf jaar in beslag. Een maand voor de opening gingen al meer dan 50.000 tickets over de toonbank, vertelt Cathérine Verleysen. Verleysen is waarnemend directeur, sinds ze in maart 2018 het roer overnam van Catherine de Zegher, die eerst tijdelijk en daarna definitief uit haar ambt werd ontzet. De medewerkers van het MSK lieten eind 2018 een brief rondgaan waarin ze het vertrouwen in De Zegher opzegden. Ze was in diskrediet gebracht door een omstreden bruikleenovereenkomst met het echtpaar Toporovski over mogelijk niet-authentieke Russische avant-gardekunst. Daarover lopen nog altijd juridische procedures. "Die gebeurtenissen waren erg persoonsgericht. Catherine de Zegher besloot de strijd alleen voort te zetten. Het museum was en is daarbij geen betrokken partij", blikt Verleysen terug. "Mijn eerste taak bestond erin de rust te doen weerkeren, zowel intern als extern. Ik probeerde aanwezig te zijn, helder te communiceren, met veel mensen te praten en het vertrouwen te herstellen. Al gauw stelde ik vast dat iedereen in de ploeg en de omgeving gewoon verder wilde gaan. Gelukkig beschikken we over stevige fundamenten, al wil ik de gebeurtenissen niet reduceren tot een simpel accident de parcours." "2019 was een voorbereidend jaar voor de Van Eyck-tentoonstelling", zegt Verleysen. "We hebben daar zorgvuldig en geconcentreerd naartoe gewerkt. En kijk, we hebben twee prachtige jaren achter de rug, zeker in bezoekersaantallen. Ik was er vrij gerust in dat het zou lukken." Naar eigen zeggen had Verleysen nooit de ambitie museumdirecteur te worden. Ze heeft een wetenschappelijke achtergrond als specialist in moderne kunst. Dat is iets heel anders dan de oude kunst waarmee het museum vanaf morgen uitpakt. "Gelukkig krijg ik voldoende ondersteuning van de collega's, de curatoren en de andere spelers, zoals de stad Gent, Toerisme Vlaanderen en de bruikleengevers. Misschien scoren wij met deze tentoonstelling een doelpunt, maar dit kan je niet alleen. Het lijkt op een partijtje voetbal waarbij je passes moet geven. Ik ben maar een faciliterende en ondersteunende schakel in het geheel." Dat het MSK deze tentoonstelling organiseert, is niet vanzelfsprekend. "We vertrekken voor tentoonstellingen graag vanuit onze collectie. Deze keer wijken we daar wat van af, want we vertrekken vanuit de restauratie van het Lam Gods. Dat we die konden binnenhalen, deed ons vanaf het begin dromen om er ook iets museaals mee te doen. In de tentoonstelling benutten we de resultaten van de restauratie om er een tentoonstelling van te maken." Dat de restauratie niet is afgerond, deert Verleysen niet echt. "In 2014 kwam Toerisme Vlaanderen met het initiatief om in 2018 een Rubensjaar te organiseren, in 2019 een Breugeljaar en in 2020 een Van Eyckjaar. Daarop hebben we ingepikt." In de Vlaamse Kunstcollectie, het samenwerkingsverband tussen de Vlaamse kunstenmusea, is Musea Brugge dé specialist in oude kunst. Waren de West-Vlamingen dan niet beter geplaatst om deze once in a lifetime experience te organiseren? "Het Lam Gods is ook onlosmakelijk met de stad Gent verbonden", repliceert Verleysen. "Hoewel wij over kunstwerken van de veertiende tot de twintigste eeuw beschikken, klopt het wel dat wij eerder focussen op de kunst uit de negentiende en het begin van de twintigste eeuw." Het MSK is het oudste kunstenmuseum van België. Het werd opgericht eind achttiende eeuw. "Een eeuw later ontstond de vriendenvereniging. Die was extreem belangrijk voor de totstandkoming van het museum zoals we het vandaag kennen. Ze slaagde erin de stad warm te maken voor het gebouw waarin we nog altijd huizen. Dit gebouw kan kunst altijd warm ontvangen, of het nu gaat om hedendaagse of oude kunst. Ook bij Van Eyck zal je dat weer merken." "De dynamische vrienden waren zowel bemiddelde burgers als intellectuelen, echte amateurs d'art. Ze waren bepalend voor het aankoopbeleid en slaagden erin internationale referentiewerken van onder meer Jeroen Bosch en Théodore Géricault aan te schaffen. Op de hedendaagse kunstmarkt kan je daar alleen maar van dromen. Het aankoopbudget waar we via de stad over beschikken, bedraagt een ruime 100.000 euro per jaar. Gelukkig kunnen we ook een beroep doen op het topstukkendecreet van de Vlaamse overheid. En ook de Vrienden van het MSK kopen nog altijd aan." "In de jaren vijftig en zestig ontstond ongenoegen over het aankoopbeleid van het museum. Het zou te weinig vooruitstrevend zijn. Toen kwam er een nieuwe vereniging die hedendaagse kunst aankocht. Lange tijd woonden er twee musea onder één dak, tot Jan Hoet twintig jaar geleden naar de overkant van de straat trok en daar het S.M.A.K. opende. Al blijven beide onlosmakelijk met elkaar verbonden. We proberen die band ook levend te houden." Een ander scharnierpunt in de geschiedenis van het MSK was de tentoonstelling Paris-Bruxelles in 1997. "Ik was er nog niet bij, maar die expo was de kiem van de Van Eyck-tentoonstelling, omdat we ons toen voor de eerste keer internationaal op de kaart hebben gezet. Het ging om een samenwerking met het vermaarde Musée d'Orsay in Parijs, waardoor we enorm aan elan, prestige en geloofwaardigheid wonnen. Tien jaar later herhaalden we dat succes met British Vision en dit jaar met Van Eyck. Dat zijn - om een lelijk woord te gebruiken - blockbusters, tentoonstellingen van internationale allure." "Het parcours van onze vaste collectie blijft chronologisch, waarbij je rechts begint in de middeleeuwen en links uitkomt in het interbellum. Sinds 2017 herenigen we de oude met de moderne werken. Subtiel verplaatsen we werken om een samenhangend verhaal te vertellen tussen oude en moderne kunst. De modernen keken heel fel naar de ouden, en de ouden hadden een enorme weerklank bij de modernen. We werven ook weer meer medewerkers met een specialisatie oude kunst aan. En we focussen op vrouwen in de kunst, een thema dat mijn voorganger in gang zette." Het gebouw en de collectie van het MSK zijn eigendom van de stad Gent. Samen met het S.M.A.K. en het Designmuseum maakt het sinds 2014 deel uit van het Autonoom Gemeentebedrijf Kunsten en Design (AGB). "De drie huizen behouden hun identiteit, maar een gemeenschappelijk zakelijk team beheert onder meer de financiën, het personeel en sinds kort ook de museumoverschrijdende marketing en communicatie. Daarboven staat de schepen van Cultuur, als voorzitter van de raad van bestuur van het AGB. Die structuur is nog vrij nieuw en we moeten haar blijven optimaliseren", vindt Verleysen. "Hoewel we een stadsmuseum zijn, staan we als landelijk erkend museum ook onder de voogdij van de Vlaamse Gemeenschap. Dat wil zeggen dat we ook werkingsmiddelen van haar krijgen, afhankelijk van een beleidsplan dat we om de vijf jaar opstellen. We hebben beide nodig. Meer mag. De kosten voor de werkingsmiddelen lopen op. We moeten blijven investeren in professionalisering, ons patrimonium levend houden en het klaarstomen voor de toekomst. De kosten om tentoonstellingen te organiseren lopen op, denk maar aan transport en verzekeringen." De Van Eyck-expo staat in de boekhouding van de stad Gent begroot op ruim 9 miljoen euro. "Onlangs kregen we Jan Jambon (N-VA) op bezoek in zijn hoedanigheid als minister van Cultuur. Het accent lag op de voorbereiding van de tentoonstelling. Beleidsmakers zien doorgaans alleen het resultaat. Het was fijn hem deelgenoot te maken van the making of. We probeerden hem ook mee te geven dat het interessant is om werken te laten reizen, onderzoek te stimuleren, publieksgericht te werken. Het was een constructief gesprek." "Toch tonen we ons ook solidair met de cultuursector", gaat Verleysen voort. "De overheid moet cultuur steunen en dragen. Wij werken vanuit en voor de maatschappij. Maar ik ben geen zeurderig type en wil niet verlamd worden door de overheid. Jambons voorganger Sven Gatz gaf de aanbeveling ook elders naar middelen te zoeken. Dat doen we, denk maar aan de Koning Boudewijnstichting en de vriendenvereniging. En waarom zouden we geen ondernemers aanspreken? Zij beschikken misschien over de middelen, terwijl wij over de kennis, de omgeving en het patrimonium beschikken. Waarom zouden we die niet samenbrengen?" "Los van de problematische bruiklenen in 2017, denk ik ook aan langdurige bruiklenen van zorgvuldig gekozen verzamelaars. Daarmee kan je weer een heel nieuw verhaal vertellen. Dynamische ondernemers als Fernand Huts nemen zelf al initiatieven. Er zijn ook anderen met wie je in zee kan gaan, maar we moeten elkaar eerst leren kennen en bruggen bouwen. Voor Van Eyck zetten we iemand in om fondsen te werven. We stellen het gebouw ter beschikking voor events, zonder afbreuk te doen aan het kader." "Dat zijn fragmenten van hoe ik de toekomst zie", geeft Verleysen mee. "De recente gebeurtenissen liggen achter ons, maar ik stel vast dat mijn blik almaar verruimt. De grote inspanning die de Van Eyck-tentoonstelling vraagt, heeft mij gedwongen de focus hier te leggen. Die inspanning bewijst dat we beschikken over de expertise, de ambitie, de gedrevenheid, de contacten en de perspectieven om de toekomst tegemoet te gaan, ook na Van Eyck."