In de historische vertrekken van het Rembrandthuis in hartje Amsterdam is het druk, zeker in dit jaar waarin Nederland de 350ste verjaardag van de dood van zijn bekendste schilder herdenkt. Het monumentale pand met rood-groene luiken was van 1639 tot 1658 de residentie van Rembrandt van Rijn en zijn familie. Geen extravagant palazzo zoals het Rubenshuis in Antwerpen, maar een ruim en voornaam burgerhuis waar de meester woonde, werkte en zijn klanten ontving.

Rembrandt kocht het pand voor 13.000 gulden. Toen was dat een enorm bedrag, maar daarover hoefde hij zich geen zorgen te maken. Hij was een gevierd kunstenaar en verdiende goed zijn brood. Bovendien was hij goed getrouwd. In de jaren nadat zijn vrouw Saskia van Uylenburgh was overleden, raakte Rembrandt in financiële problemen en in 1656 werd hij failliet verklaard. De schuldeisers lieten het huis verkopen en Rembrandts bezittingen werden geveild. Daarna verhuisde de meester met zijn gezin naar een eenvoudig huurhuis aan de Rozengracht. Daar woonde hij tot zijn dood, vorige week precies 350 jaar geleden.

Legal thriller

Op een van de laatste zonnige zomerdagen spreek ik af met historicus Machiel Bosman op een terras in de schaduw van het Rembrandthuis. Hij is de auteur van vier historische boeken, waarin hij de nauwkeurigheid van een wetenschapper koppelt aan de verbeeldingskracht van een schrijver. Bosman werd zowel genomineerd voor de AKO Literatuurprijs als de Libris Geschiedenis Prijs. Zijn jongste boek verscheen vorige week. In Rembrandts plan zet hij de puntjes op de i over het faillissement van de schilder.

"Over Rembrandt is een zwarte mythe in omloop. Het komt erop neer dat de man niet wilde deugen. Hij werd een sjoemelaar, een autocraat en een mislukking genoemd. Maar als je terugkeert naar de bronnen die tijdens zijn leven zijn opgesteld, ontbreken die kwalificaties", vertelt Bosman. De historicus liep Rembrandts leven nauwgezet na in de jaren waarin hij failliet werd verklaard. Hij deed daarvoor aan factchecking: wat hebben de specialisten geschreven en hoe verhoudt zich dat tot de bronnen?

"Ik wilde eigenlijk een boek schrijven over Rembrandt en de Gouden Eeuw - als je die term nog mag gebruiken. Ik wilde het doelbewust niet ingewikkeld maken, eerder een soort luchtige biografie die ik mijn moeder cadeau zou doen. Algauw kwam ik erachter dat iets niet klopte met dat faillissement. Dat moest ik eerst oplossen. Ik had gewoon kunnen neerpennen hoe ik denk dat het in elkaar zit, maar dan had ik alle experts over me heen gekregen. In de plaats kwam dit boek, sommigen noemen het een legal thriller."

Terug naar de bronnen

Het verhaal wil dat Rembrandt de boel bedrogen heeft. Hij zou op het randje van frauduleus hebben geopereerd. Door zijn optreden zou de wet zelfs zijn veranderd. "Zo ging het dus niet", reageert Bosman. "Die wet had niets met Rembrandt van doen. Er liepen verschillende rechtszaken vanwege Rembrandts faillissement, maar die heeft de familie Van Rijn stuk voor stuk gewonnen."

"Rembrandt heeft zijn faillissement zelf in gang gezet. Hij had er een plan mee, maar dat is mislukt. Daardoor weten we niet precies wat dat plan inhield. Feit is wel dat hij erin is geslaagd ten minste 11.000 gulden uit zijn boedel voor zijn gezin te behouden, via de aanspraak die zijn zoon Titus op hem had vanwege de erfenis van zijn moeder. Feit is ook dat het gezin Van Rijn dat geld wilde gebruiken om een nabestaandenregeling te treffen voor Rembrandts nieuwe liefde Hendrickje en hun dochtertje Cornelia. Er spreekt dus zorgzaamheid uit Rembrandts plan."

"Het zou goed kunnen dat hij met Hendrickje heeft willen trouwen", stelt Bosman. "In dat geval moest hij eerst de erfenis aan zijn zoon voldoen. Hij heeft hem vanwege die erfenis zijn huis toegekend, dat al met schulden was bezwaard. En daarmee traden zijn problemen aan het licht. Of hij inderdaad wilde trouwen, weten we niet. Wat zijn plan ook was, het is mislukt."

"Gek genoeg was ik de eerste historicus die een overzicht maakte van Rembrandts schulden en de afwikkeling ervan. Ik onderzocht hoe het zat met de druk die van Rembrandts schuldeisers uitging. Wie zijn voornaamste crediteuren bekijkt, ziet geen spoor van contact met hen in het jaar voor het faillissement, op twee uitzonderingen na. De eerste betreft zijn zoon Titus, en de tweede iemand bij wie Rembrandt enkele weken voor zijn faillissement een lening was aangegaan."

"Titus heeft ruim 11.000 gulden uit zijn vaders faillissement verkregen. Dat is ruim dubbel zoveel als alle andere crediteuren bij elkaar, aan wie samen nog geen 5000 gulden is uitgekeerd."

Grijze zone

"Uit de case van Rembrandt kunnen we leren dat de regelgeving over faillissementen niet helemaal zat zoals het hoort", zegt Bosman. "Ze hadden hun wetten beter kunnen dichttimmeren, al waren dan wel weer nieuwe mazen in het net ontstaan. In juridische geschriften van die tijd lees je trouwens waarschuwingen voor misbruik. Volgens mij opereerde ook Rembrandt in die grijze zone, omdat de wet onduidelijk was."

Of Rembrandt een slechte ondernemer was? "Daar weten we amper iets over. Met unieke stukken zoals schilderijen kon je wel goed je brood verdienen, maar je werd er niet schatrijk van. Een auteur beweerde onlangs dat het Rembrandthuis omgerekend 2,6 miljoen euro heeft gekost. Volgens dezelfde wisselkoers zou Rembrandt voor de Nachtwacht 800.000 euro hebben gekregen. Zo was het zeker niet. Ik heb geen idee wat het inhield een schildersbedrijf te runnen. Er zijn geen administraties overgebleven, ook niet van andere zeventiende-eeuwse meesters."

Machiel Bosman, Rembrandts plan. De ware geschiedenis van zijn faillissement, Athenaeum, Polak & Van Gennep, 224 blz., 17,50 euro

TITUS VAN RIJN "Er spreekt zorgzaamheid uit Rembrandts plan."