"Ik ben begonnen uit frustratie. Ik was het beu slechte kinderboeken te lezen in het Engels", vertelt Greet Pauwelijn (45). In 2009 vestigde ze zich met haar gezin in Nieuw-Zeeland, het geboorteland van haar man. Ze wilde er werken als vertaler, in Vlaanderen had ze aan hogescholen Pools gedoceerd. Al snel was ze uitgekeken op het aanbod aan kinderboeken dat ze kon vinden voor haar twee zoontjes.
...

"Ik ben begonnen uit frustratie. Ik was het beu slechte kinderboeken te lezen in het Engels", vertelt Greet Pauwelijn (45). In 2009 vestigde ze zich met haar gezin in Nieuw-Zeeland, het geboorteland van haar man. Ze wilde er werken als vertaler, in Vlaanderen had ze aan hogescholen Pools gedoceerd. Al snel was ze uitgekeken op het aanbod aan kinderboeken dat ze kon vinden voor haar twee zoontjes. "De kinderen werden niet uitgedaagd, het was zo voorspelbaar en zo voorgekauwd allemaal. Ik vergeleek dat met wat ik in Vlaanderen gewend was. Ik dacht: waarom start ik niet gewoon zelf een uitgeverij?" Pauwelijn groeide op in een West-Vlaamse familie van ondernemers. Aan tafel ging het voortdurend over zakenkansen. "Ik zag een kans en ben er gewoon opgesprongen", zegt ze. "Maar in Vlaanderen had mijn omgeving dat idee misschien wel uit mijn hoofd gepraat. Vlamingen denken dat ze ondernemend zijn, maar ze zijn vaak zo negatief. 'Greet, die uitgeverij, dat gaat toch niet lukken?' Nieuw-Zeelanders zijn geboren ondernemers. Ze zijn enorm positief ingesteld, ze hebben een open geest, ze zien alles zitten. Daar kunnen wij nog iets van leren." "Toen ik met Book Island startte, was ik een groentje in het uitgeversvak", blikt Pauwelijn terug. "Maar goed ook, want als ik had geweten hoe moeilijk het zou worden, was ik er misschien toch niet aan begonnen. Ik besliste niet alleen uit te geven in het Engels, maar ook in het Nederlands. Dat is mijn redding geworden." Sinds 2012 zijn bij Book Island achttien prentenboeken verschenen in het Engels en tien in het Nederlands. Vijf ervan kwamen uit in beide talen. Op één na zijn het vertalingen, waarvoor Pauwelijn de rechten kocht bij uitgeverijen in Canada, Portugal, Italië, Polen, Frankrijk en België. Van de Nederlandstalige boeken zijn tussen 2000 en 2500 exemplaren verkocht, van de Engelstalige tussen 3000 en 7500. Pauwelijn positioneert zich als uitgever van het betere prentenboek. Daar krijgt de uitgeverij ook erkenning voor. In 2016 werd Book Island op de Bologna Children's Book Fair, de belangrijkste beurs voor kinderboeken ter wereld, uitgeroepen tot de beste kinderboekenuitgever van Oceanië - al zijn Pauwelijn en haar gezin midden dat jaar verhuisd naar Bristol in Groot-Brittannië. In Vlaanderen werden haar boeken genomineerd voor belangrijke prijzen, waaronder de Boekenpauw. "Als ik een boek breng, moet het betekenisvol en mooi zijn", zegt Pauwelijn. "Het moet de lezer aan het denken zetten, zonder neerbuigend of belerend te zijn. Je zou denken: er zijn veel boeken die aan die criteria voldoen. Maar dat is helemaal niet zo. Op beurzen word je overstelpt met rommel. Verschrikkelijk. De tekst en de prenten moeten bovendien evenwaardig zijn. Ook dat is zo moeilijk te vinden. Een boek van Book Island wil de lezer uitdagen om zijn eigen betekenis te geven aan de tekst en de prenten. Zo'n boek blijft je bij. Sommige van mijn titels zijn misschien te hoog gegrepen voor kinderen, maar je mag een kind nooit onderschatten. Kinderen van nu weten en kunnen veel meer aan dan toen ik tien was." "Ik wil dat zowel de ouders als de kinderen iets hebben aan zo'n boek. Tenslotte zijn het volwassenen die het kopen. Van ouders krijg ik soms de reactie: we hebben het boek gekocht, maar we hebben het nog niet aan ons kind gegeven, we vinden het gewoon te mooi. Dat vind ik een prachtig compliment."Pauwelijn wil dan ook niet gezegd hebben dat prentenboeken kinderboeken zijn. "Het prentenboek is een cross-overgenre", houdt ze vol. "Veel mensen hebben geen tijd meer om te lezen. Er is behoefte aan mooie boeken met niet te veel tekst, waarvan de illustraties een meerwaarde hebben. Het is niet omdat er weinig tekst in staat dat een boek niet tot de verbeelding kan spreken." Pauwelijn legt de lat voor de lezer hoog, maar ze beseft ook dat haar boeken voldoende kopers moeten vinden. De verschillen tussen de Nederlandstalige en de Engelstalige markt zijn behoorlijk groot. Acht van de Engelstalige titels van Book Island zijn getekend door Vlaamse illustratoren, onder wie Carll Cneut, Kaatje Vermeire en Pieter Gaudesaboos. "Die Vlaamse illustratoren steken er internationaal bovenuit. Ze zijn echte kunstenaars", zegt Pauwelijn. "Maar hun stijl is soms zo apart dat ze in het Engels niet verkoopbaar zijn. Ik ben trots dat we Witchfairy hebben uitgegeven ( Heksenfee in het Nederlands, nvdr). De tekenstijl van Carll Cneut is heel excentriek voor Engelstalige lezers, maar het verhaal van Brigitte Minne is vrij mainstream. Dat was een goede balans. Maar ik kan jammer genoeg niet alles uitgeven." "Vlaanderen geeft subsidies aan iedereen in het vak: auteurs, illustratoren, vertalers en uitgevers", legt Pauwelijn uit. "Die durven daardoor meer. Ze kunnen heel creatief zijn en experimenteren met boeken die misschien niet commercieel zijn. Op de Engelstalige markt zijn geen subsidies. De uitgevers spelen op veilig. Veel uitgeverijen brengen aan de lopende band prentenboeken uit, om maar genoeg omzet te draaien. Misschien is één titel daarvan goed. Als een dinosaurusboek goed verkoopt, brengen ze nog andere dinosaurusboeken uit. Boeken van Vlaamse uitgeverijen hebben veel meer een individuele stijl." De Engelstalige tak van Book Island richt zich vooral op Groot-Brittannië, Ierland, Nieuw-Zeeland en Australië. "Al die landen hebben hun gevoeligheden. Je moet daar goed mee uitkijken", weet Pauwelijn. "Zo had ik plannen om Appelmoes van Klaas Verplancke uit te geven in het Engels. Dat boek gaat over de ups en downs in de relatie tussen een vader en zijn zoon. Maar een boekhandelaar in Nieuw-Zeeland zei me: dit is een verhaal over kindermishandeling. In Nieuw-Zeeland en Australië is kindermishandeling een groot probleem onder de inheemse bevolking. Dat verband had ik er zelf nooit in gezien. Ik kon dat boek niet brengen." Ook commercieel is er een groot verschil tussen beide taalgebieden. "Op de Engelstalige markt vragen boekhandels een commissie tussen 45 en 55 procent", zegt Pauwelijn. "Er is geen vaste boekenprijs. Boeken worden vaak verkocht met kortingen. Als je een boek koopt, krijg je er soms een tweede tegen de helft van de prijs of zelfs gratis bij. Consumenten gaan ook actief op zoek naar koopjes, ze weten dat ze dat boek ergens goedkoper zullen vinden - bijvoorbeeld op Amazon. En soms duurt het een jaar voor je iets van je investering terugziet. In Vlaanderen en Nederland geef ik een commissie van 35 à 40 procent. Ik kan daar gewoon meer winst maken. Twee weken na het einde van de maand staat het geld op mijn rekening. Ik heb geen lening - ik ga er ook nooit een afsluiten - en ik moet dus zorgen dat mijn cashflow werkt. De Nederlandstalige markt heeft me daarbij altijd heel erg geholpen." Pauwelijn laat haar boeken drukken in China, ongeveer centraal tussen Europa en Oceanië in. "Kleine oplages kunnen niet voor prentenboeken. Ik moet alles in één keer drukken, tussen 3000 en 7000 exemplaren. Ik moet dus goed nadenken of een boek zal werken of niet. In twee talen drukken kan wel goedkoper zijn, als ik bijvoorbeeld 2000 exemplaren in het Nederlands en 3000 in het Engels laat maken. Dat ik in het Nederlands en het Engels uitgeef, is ook een troef om rechten binnen te halen. Nooit meer bang van Mélanie Rutten was genomineerd voor een belangrijke prijs in Bologna. Ik heb de rechten in de wacht kunnen slepen omdat ik een bod uitbracht voor twee talen. Het maakt me competitiever." Maar die tweetaligheid heeft ook nadelen. De verspreiding naar de boekhandel kan Pauwelijn niet zelf organiseren, daarvoor moet ze een beroep doen op lokale verdelers. Dat is de achilleshiel van elke kleine onafhankelijke uitgeverij, maar nog het meest als ze zo internationaal is als Book Island. "Ik heb wereldwijd 35 vertegenwoordigers", vertelt Pauwelijn. "In Groot-Brittannië werk ik met Thames & Hudson, een prestigieuze uitgeverij van kunstboeken. Naast haar eigen uitgaven verdeelt die de titels van twintig andere onafhankelijke uitgeverijen, waaronder Book Island. Als je je verdelers niet voortdurend belt of mailt om hen te herinneren aan je bestaan, word je vergeten. Zie ik een mooie order binnenkomen, dan stuur ik meteen een mail om die vertegenwoordiger een schouderklopje te geven. Aan die schouderklopjes alleen al zou ik een dagtaak kunnen hebben." In Vlaanderen wordt Book Island verdeeld door Elkedag Boeken van Uitgeverij Vrijdag, dat 23 onafhankelijke uitgevers vertegenwoordigt. 2017 was een overgangsjaar. De uitgeverij draaide een omzet van 80.000 euro. "Dat is niet veel. Door te verhuizen naar Bristol heb ik tijd verloren", zegt Pauwelijn. "De uitgeverij was in Groot-Brittannië al op de markt, maar het was gewoon weer helemaal starten van nul. Ik heb geleerd dat het heel belangrijk is dat je woont in het land waar je uitgeeft. Nu ik in Bristol ben, gaat de verkoop in Groot-Brittannië omhoog, maar daalt die in Nieuw-Zeeland." Naarmate het fonds groeit, wordt de spreidstand tussen twee taalgebieden voor Pauwelijn zwaarder om te dragen. "Ik ben helemaal alleen. Ik onderhoud ook de contacten met de recensenten op al die markten. Het is ontzettend moeilijk al die ballen in de lucht te houden. Mijn missie voor 2018 is een partner te vinden in Vlaanderen. Er is veel meer potentieel, ik zoek iemand die mijn contacten daar voort kan uitbouwen, dat kan ik niet vanuit Bristol. Misschien is er wel een gek in Vlaanderen die zegt: ik heb altijd een uitgeverij gewild, ik heb nu mijn midlifecrisis" ( lacht). Pauwelijn heeft nog een andere missie: meer eigen prentenboeken maken. "Tot nu heb ik één boek zelf uitgegeven, Azizi en de kleine blauwe vogel van Laïla Koubaa en Mattias De Leeuw. Daarvan zijn de vertaalrechten verkocht aan vier uitgevers. Dit jaar wil ik twee eigen boeken uitgeven. Ik heb een sterk netwerk van illustratoren opgebouwd en ik weet wie goed verkoopt. Zo'n boek vergt al snel een investering van 10.000 euro, maar als je rechten verkoopt, hoef je je niets aan te trekken van de stocks, je moet alleen zorgen dat je elk jaar je royalty's krijgt. Uiteindelijk wil ik twaalf titels per jaar uitgeven, waarvan de helft eigen prentenboeken en de helft vertalingen." Rondkomen met de opbrengst van Book Island blijft moeilijk. "Ik werk met grote bedragen, maar mijn gemiddelde maandinkomen zit ergens rond 1000 euro", verzucht Pauwelijn. "Mijn zus zei onlangs: jij moet een andere baan zoeken, want jij leeft onder de armoedegrens. Maar ik vind het oké. Ik ben helemaal niet materialistisch. Ik koop liever de rechten van een boek dan nieuwe schoenen - al kosten die rechten 3000 euro. Ik heb vrienden die in de IT werken en 5000 euro per maand verdienen, maar doodongelukkig zijn. Ik ga elke ochtend met veel plezier aan mijn bureau zitten. Ik krijg ook veel feedback van mensen die zeggen: wat jij doet, is echt betekenisvol. Dat is me allemaal veel waard."