Twee maanden om Nederlands te leren had Abdelkrim ('Krimo') Azzouza nadat hij in 1995 Algerije was ontvlucht en in België was neergestreken. Hij wilde zijn ingenieursstudie voortzetten aan een Franstalige universiteit, maar omdat de toestroom van buitenlandse studenten zo hoog was, vroegen de universiteiten in het zuiden van het land een toeslag die hij niet kon betalen. Hij investeerde het geld dat hij had gekregen van zijn oudere broer in een stoomcursus Nederlands. Toen de lessen aan de Ufsia (nu Universiteit Antwerpen) begonnen, begreep hij net genoeg Nederlands om de docent te kunnen volgen. Hij behaalde zijn diploma, ging eerst aan de slag bij de telecomgroep Alcatel en werkt ondertussen acht jaar voor het betalingsbedrijf Worldline. Hij is daar productmanager mobiele betalingen en innovatie.
...

Twee maanden om Nederlands te leren had Abdelkrim ('Krimo') Azzouza nadat hij in 1995 Algerije was ontvlucht en in België was neergestreken. Hij wilde zijn ingenieursstudie voortzetten aan een Franstalige universiteit, maar omdat de toestroom van buitenlandse studenten zo hoog was, vroegen de universiteiten in het zuiden van het land een toeslag die hij niet kon betalen. Hij investeerde het geld dat hij had gekregen van zijn oudere broer in een stoomcursus Nederlands. Toen de lessen aan de Ufsia (nu Universiteit Antwerpen) begonnen, begreep hij net genoeg Nederlands om de docent te kunnen volgen. Hij behaalde zijn diploma, ging eerst aan de slag bij de telecomgroep Alcatel en werkt ondertussen acht jaar voor het betalingsbedrijf Worldline. Hij is daar productmanager mobiele betalingen en innovatie. Toen Krimo Azzouza begin jaren negentig zijn studie aanvatte aan de universiteit van Algiers, begon de terroristische groepering GIA haar aanslagen op te voeren. De universiteit lag op een uurtje van de bergen, vanwaar de terroristen opereerden. Ze viseerden bij uitstek intellectuelen. Van de elf kinderen in het gezin emigreerden er negen. Krimo Azzouza en zijn één jaar jongere broer Slym kozen voor België. Slym Azzouza werd interieurarchitect. De broers willen de succesvolle loopbaan die ze in België uitbouwden niet opgeven, maar tegelijk zagen ze de familietraditie om dadels te kweken niet graag verloren gaan. "Het is in onze familie een traditie die zeven generaties oud is. Mijn vader was ermee gestopt, maar wilde er opnieuw mee beginnen. De jongeren waren er niet in geïnteresseerd, omdat de kweek intensief is en investeringen op lange termijn vergt." In 2009 begonnen de broers Azzouza weer dadelpalmen te kweken in het geboortedorp van hun vader, op een dag reizen van Algiers. Elk jaar komen er twee- à driehonderd bomen bij. De ene broer gaat in de herfst en de lente, de andere in de winter en de zomer. Ze innoveerden de productie, stelden een lokaal team samen en gebruiken moderne communicatiemiddelen als Viber, Facebook en Messenger om vanuit België te volgen wat er gebeurt. Drie jaar geleden begonnen de eerste bomen in productie te komen. "Het vraagt veel tijd om de dadels te verzorgen. Als we ze ook nog lokaal wilden verkopen, moesten mijn broer en ik ons werk in België opgeven. Dat wilden we niet", herinnert Krimo Azzouza zich. "We vroegen ons af hoe we de verkoop in België konden organiseren. Dadels worden niet vers naar hier gebracht. Ze worden in België vooral verkocht aan de etnische bevolking. Wij wilden verkopen aan iedereen."Om hun dadels niet zoals de andere producenten met chemische producten te behandelen, bedachten de broers hun eigen bewaarprocedé. "Als je speelt met het watergehalte van de dadel en ze op het juiste moment in een koelruimte zet, kun je ze perfect vers bewaren", legt Krimo Azzouza uit. Ze innoveerden ook op andere domeinen. "Water is schaars. We gebruiken zonnepanelen en lokale irrigatie, en we hebben de technieken verbeterd om de bomen te voeden." Krimo Azzouza paste zijn professionele kennis over productlanceringen en marketing toe op hun nieuwe product, terwijl broer Slym waakte over het ontwerp van de verpakking. De bedoeling was van de Algerijnse biodadels een aantrekkelijk product te maken voor de Belgische consument. "We wilden de verpakking doen lijken op een doos pralines, in een land waar smaak belangrijk is. De doos vertelt het verhaal van de dadels. De kameel op de doos verwijst bijvoorbeeld naar de natuurlijke meststof die we gebruiken. Die zorgt voor een betere kwaliteit." Het Algerijnse en het Belgische bedrijf zijn gescheiden. In Algerije produceren de broers voor de coöperatieve Mazraha El-Hadi, die de selectie en de verpakking op zich neemt. "Op de dadelplantage is er seizoenswerk. We hebben drie à vier mensen voltijds in dienst. Als mijn broer of ik ernaartoe gaan, werken we met tien à twintig mensen", zegt Krimo Azzouza. In België richtten de broers BioTamra op, om de dadels in te voeren en te verdelen. "'Tamra' betekent 'fruit' in het klassieke Arabisch, maar in Noord-Afrika betekent het ook 'dadel'", legt Krimo Azzouza uit. De twee zaakvoerders van BioTamra laten zich juridisch adviseren door een van hun oudere broers. Na de uren die ze werken voor hun hoofdberoep, bellen, e-mailen en bezoeken de broers Azzouza klanten, staan ze op beurzen of leggen ze contacten met distributeurs van bioproducten. "Het is een moeilijke markt omdat je als klein bedrijf moeilijk in de biosector raakt. Je hebt relaties nodig. In Vlaanderen wordt de distributie van vers fruit bovendien gecontroleerd door één speler. In Brussel en Wallonië heb je dat niet. In Franstalig België worden meer dadels geconsumeerd dan in Vlaanderen, maar de consumptie neemt in Vlaanderen wel toe." Concurrentie is er genoeg. Van dadels bestaan verschillende variëteiten, net zoals van appels of peren. Vooral de Medjoul-dadels uit Israël en de Verenigde Staten zijn al lang bekend in België. BioTamra zet zijn Deglet-Nour-dadels in de markt als vers, biologisch en goedkoper. BioTamra voert enkel de dadels van de beste kwaliteit in. De tweede categorie wordt lokaal in Algerije verkocht en van het overschot maakt de Algerijnse coöperatieve siroop. "We zijn sinds november in gesprek met een bekende Belgische siroperie, die voor ons siroop gaat maken. Die komt dit jaar op de markt. Later willen we ook pasta maken", zegt Krimo Azzouza, die het van zijn baan bij Worldline gewend is nieuwe producten te lanceren en nieuwe markten te verkennen. "Eerst richten we ons op België, dan op de Benelux en later Noord-Europa. Frankrijk is een moeilijke markt omdat je ter plekke moet zijn. Er is enorm veel concurrentie, doordat Marseille de draaischijf is voor dadels in Europa", legt Krimo Azzouza uit. "Ook in mijn hoofdberoep zie ik dat kwaliteit meer gewaardeerd wordt in het noorden, terwijl het zuiden meer lage kosten en grote volumes zoekt. We zullen zien waar de markt ons naartoe brengt. De markt beslist."