Afgezien van hun exotisch klinkende familienaam, zijn de ondernemers in Baanbrekers zo Belgisch als ze maar kunnen zijn. Dat punt wil de Antwerpse politica Güler Turan met haar boek maken. Ondernemen ligt de sp.a-politica nauw aan het hart. Ze zit al twee termijnen in de commissie Werk en Economie in het Vlaams Parlement.
...

Afgezien van hun exotisch klinkende familienaam, zijn de ondernemers in Baanbrekers zo Belgisch als ze maar kunnen zijn. Dat punt wil de Antwerpse politica Güler Turan met haar boek maken. Ondernemen ligt de sp.a-politica nauw aan het hart. Ze zit al twee termijnen in de commissie Werk en Economie in het Vlaams Parlement. Maar dit boek is apolitiek, benadrukt ze. Het bevat geen campagnevoorstellen of pagina na pagina kritiek op het beleid. Turan tekende de verhalen op van tien ondernemers met een niet-EU-achtergrond, zoals ze het zelf het liefst omschrijft. "In Vlaanderen zeggen velen allochtoon, maar het land allochtonië bestaat niet", zegt ze. "Migranten zijn een diverse groep en dat komt ook tot uiting in de portretten. De ene is door arbeidsmigratie naar hier gekomen, een ander is de liefde gevolgd. De mensen in het boek ondernemen ook in de meest uiteenlopende sectoren. In het straatbeeld springen de kruidenierswinkeltjes of de kebabzaken inderdaad in het oog. We moeten daar respect voor hebben, die mensen dragen bij tot de maatschappij en voorzien in hun eigen onderhoud. Maar het is echt wel meer dan dat. Er zijn ook mooie voorbeelden te vinden van mensen met een migratie-achtergrond die in België succesvolle kmo's of grotere bedrijven uitbouwen." "We hebben zulke rolmodellen nodig om jongeren van gelijk welke afkomst in België te inspireren. De verhalen in het boek kunnen een tegenwicht vormen tegen barrières zoals discriminatie. Die jongeren mogen de moed niet opgeven. Het kennen van een extra taal en cultuur kan net een meerwaarde zijn op de arbeidsmarkt of om internationale bedrijven uit te bouwen. De samenleving staat voor zulke grote uitdagingen dat we het ons niet kunnen permitteren onze talenten te verkwisten." GÜlER TURAN. "Ik wil dat ook jongeren met een migratie-achtergrond zien dat ze niet per se werknemer hoeven te worden of zich hoeven te beperken tot een eenmanszaak, maar dat ze ook groter kunnen ondernemen. Al zal dat inderdaad niet voor iedereen weggelegd zijn." TURAN. "Een deel van de verklaring van hun succes ligt misschien in het feit dat ze al op zeer jonge leeftijd veel verantwoordelijkheid kregen. Ze moesten bijvoorbeeld mee met hun ouders om tolk te spelen. Ik heb dat ook meegemaakt. Vanaf mijn zes jaar moest ik helpen de belastingen in te vullen en te vertalen. Daardoor werd ik sneller betrokken bij belangrijke beslissingen in het gezin. Maar ik heb daar een dubbel gevoel bij. Niet elk kind is sterk genoeg om die verantwoordelijkheid te dragen. "Bovendien kwam dat boven op de prestatiedruk op school. De eerste generatie is misschien laagopgeleid binnengekomen, maar hun kinderen moesten en zouden een diploma halen. Ik heb het in mijn familie en mijn omgeving nooit anders geweten. Met een diploma zouden wij een beter leven kunnen hebben. Mijn vader werkte in de Opel-fabriek in Antwerpen. Hij en mijn moeder zetten alles op alles om hun vier kinderen te laten doorstuderen. "Op mijn eerste dag aan de universiteit gaf mijn vader mij ongeveer 40.000 Belgische frank mee in cash, zodat ik zeker mijn boeken zou kunnen kopen en niet zou moeten onderdoen voor de andere studenten. De volgende dagen gaf hij mij nog een paar keer grote sommen extra. Ik heb hem echt duidelijk moeten maken dat dat niet nodig was, dat mijn duurste cursus ongeveer 200 frank kostte. Daarvoor, tijdens mijn laatste jaren van het middelbaar, begon mijn vader er opeens over dat mijn ouders hun vakantiehuisje in Turkije zouden verkopen, zodat ze zeker mijn universitaire studies zouden kunnen betalen. Ik heb dat echt uit hun hoofd moeten praten." TURAN. "Zij die hier in de mijnen kwamen werken, zouden dat nooit gedaan hebben als ze in hun thuisland tot de middenklasse behoord hadden. Je kan niet geloven hoeveel respect ik heb voor mijn ouders en andere mensen die alles achterlaten om ergens anders een nieuwe toekomst te zoeken. "De angstcultuur rond migratie brengt ons niets op. De vergrijzing zal het potentieel aan arbeidskrachten in België al over enkele jaren doen dalen. Als de bedrijven hier geen goede mensen meer vinden, zal dát België pas echt geld kosten. Die bedrijven zullen dan hun activiteiten elders uitbouwen. We kunnen het ons dus echt niet meer permitteren zo veel talent te verkwisten. We zijn een van de slechtste leerlingen van de klas als het om tewerkstelling van mensen met een migratie-achtergrond gaat. En dat terwijl we gelijkaardige profielen aangetrokken hebben uit de buurlanden. Ons onderwijs moet nog meer een emanciperende rol kunnen spelen, discriminatie moet worden aangepakt. Het laatste wat we moeten doen, is verder polariseren en alles op een hoopje gooien. Het is niet allemaal kommer en kwel." TURAN. "Als het over ondernemerschap gaat, vind ik mezelf geen rolmodel. Ik ben advocate geweest en ik ben toen vaak in mijn toga op scholen gaan spreken om jongeren te inspireren. Maar ik heb nooit mensen tewerkgesteld, zoals mijn broer met zijn keuringsbedrijf of de ondernemers uit het boek dat doen. Ik wou zulke mensen in de spotlights zetten. Ik wou voorbij de clichés gaan en de diversiteit tonen. Mijn eigen levensverhaal zit wel indirect in het boek. Wat de ondernemers in het boek vertellen, heb ik vaak ook op een gelijkaardige manier meegemaakt. Zeker op het gebied van discriminatie." TURAN. "Het overschaduwt niet hun carrière, maar discriminatie is wel een obstakel dat ze moeten overwinnen, en dat zou niet mogen. In praktisch alle verhalen komen anekdotes voor over hoe ze zich door hun afkomst veel harder moesten bewijzen. De ondernemers kregen ondanks hun talent en prestaties nog vaak geen kans of de promotie waar ze recht op hadden. Waarom krijgen ondernemers met een migratie-achtergrond niet gewoon een kans op basis van hun talent en competenties? Waarom moeten ze uit colère ondernemen? Dat kost energie en in andere gevallen heeft het ertoe geleid dat mensen zich afsluiten van de samenleving. "Tegelijk komt gelukkig in al die ondernemersverhalen ook steun uit onverwachte hoek. Bij de ene is dat een douanier die zich inschikkelijk gedraagt, bij de andere is het een stafhouder van de balie die ettelijke uren spendeert om een van oorsprong Turkse ondernemer te helpen zijn weg te vinden in het Belgische gerechtelijke systeem. Het blijft een mooie samenleving en de ondernemers in het boek zijn ook dankbaar voor de kansen die ze wel kregen. Daarom willen ze hier hun bedrijf uitbouwen en iets teruggeven." TURAN. "We staan te weinig stil bij de vele barrières die alle aspirant-ondernemers ervaren en bij mensen met een migratie-achtergrond wegen die vaak zwaarder. Ze vinden onder meer moeilijker startkapitaal en verdere financiering in hun omgeving of bij banken. Hun netwerk is te beperkt. De Güngör-broers, die tapijten exporteren naar Groot-Brittannië, konden zich bijvoorbeeld bij Belgische banken eerst niet indekken tegen valuta-schommelingen. Pas toen Britse klanten via hun banken mee aan de kar trokken, raakte dat geregeld. Zo kregen de broers eindelijk dezelfde bescherming als andere Belgische bedrijven die naar daar exporteren." TURAN. "Internationale organisaties zoals de OESO bevelen aan de bestaande netwerken te professionaliseren. De overheid zou dus Turkse, Poolse of andere van oorsprong niet-Belgische ondernemersorganisaties kunnen steunen. Voor een beperkte tijd, want nadien moeten we ze kunnen inkapselen in de bestaande middenveldorganisaties. Dat zou als voordeel hebben dat een sterker netwerk groeit in de gemeenschappen zelf en dat ook die ondernemers zich vertegenwoordigd voelen door het traditionele middenveld." TURAN. "Eigenlijk doet de overheid dat al op veel andere gebieden. Er zijn specifieke maatregelen voor techbedrijven of de spin-offs van de universiteiten. De overheid geeft voor 15 miljard euro steun aan Belgische bedrijven. Een deeltje van dat geld zouden we nog gerichter moeten inzetten en mikken op het stimuleren van ondernemers uit die ondervertegenwoordigde doelgroepen. Dat hoeven slechts kleine duwtjes in de rug te zijn, maar ze zouden een wereld van verschil maken. "We zien dat vrouwen en mensen met een migratie-achtergrond of een beperking ondervertegenwoordigd zijn in de ondernemerswereld. Met een generieke aanpak maken we te weinig het verschil. Elke groep staat voor andere obstakels en dus zijn telkens andere steunmaatregelen nodig. Dat hoeft niet altijd in de vorm van geld te zijn. Het beleid moet meer rekening houden met de specifieke kenmerken van elke doelgroep en streven naar gelijke kansen in het ondernemerschap. Dan blijft het niet bij tien, maar komen er honderden rolmodellen." TURAN. "Ik heb daar al vaak parlementaire vragen over gesteld. De overheden leggen zichzelf doelstellingen op om onder meer ondernemerschap te stimuleren bij doelgroepen, maar we gebruiken niet altijd dezelfde definities en we houden ook geen cijfers bij. "De ministers in de Vlaamse regering schermen dan vaak met het argument dat de Privacycommissie het verbiedt te vragen naar zaken zoals afkomst wanneer men een aanvraag indient voor een steunmaatregel zoals een kmo-portefeuille. Maar een uitzondering is mogelijk en te rechtvaardigen. We zouden zo meer inzicht kunnen krijgen en het beleid net verbeteren om die doelgroepen te helpen. Bovendien heeft de Vlaamse overheid net een uitvoerig en gedetailleerde rapport gekregen over de sociaaleconomische samenstelling van de arbeidsmarkt, met speciale aandacht voor de werkenden met een migratie-achtergrond. We zouden gelijkaardige cijfers moeten hebben over wie precies onderneemt. We zijn het ook aan de belastingbetaler verschuldigd te meten of ons beleid effectief is."