Het jaar van een schapenboer start in de herfst, het seizoen dat de rammen de ooien dekken. In januari volgt de eerste controle van de dieren. In maart en april lammeren ze, het is dan ook de tijd om de moestuin klaar te maken voor het nieuwe seizoen. Om die drukke periode te overbruggen, draaien de boer en zijn boerin dag- en nachtshiften. In de zomer plukken ze de vruchten van de lange winter. Dan is het is tijd om te genieten van de stoeiende lammeren in de wei en om de groenteoogst binnen te halen. Het klinkt idyllisch. De realiteit is harder. Veel harder.
...

Het jaar van een schapenboer start in de herfst, het seizoen dat de rammen de ooien dekken. In januari volgt de eerste controle van de dieren. In maart en april lammeren ze, het is dan ook de tijd om de moestuin klaar te maken voor het nieuwe seizoen. Om die drukke periode te overbruggen, draaien de boer en zijn boerin dag- en nachtshiften. In de zomer plukken ze de vruchten van de lange winter. Dan is het is tijd om te genieten van de stoeiende lammeren in de wei en om de groenteoogst binnen te halen. Het klinkt idyllisch. De realiteit is harder. Veel harder. ' Wintrum frod' is een begrip in de Angelsaksische wereld dat zoveel betekent als 'wijs in de winter'. "Het weer beproeft het land, het dier en de boer. De winter met zijn extreme weersomstandigheden brengt ook veel kennis voort", legt Orla Barry uit. De Ierse besloot in 2011 terug te keren naar haar heimat en een boerderij met stamboekschapen uit de grond te stampen. Dat deed ze niet samen met een lokale boerenzoon, maar met haar Vlaamse vriendin, Els Dietvorst. Barry bleef na een postgraduaat in Maastricht hangen in Brussel. De voorbije 25 jaar maakte ze naam met audiovisuele en performancekunst, met veel aandacht voor taal en poëzie. Dietvorst werd vooral bekend met haar langdurige maatschappelijk gerichte projecten waarin ze gebruikmaakt van een breed scala aan media: sculpturen en installaties, tekeningen en sinds kort ook theatermonologen. "In Ierland ben ik weer met hout beginnen te werken, een natuurproduct. Bovendien is beeldhouwen erg fysiek, net zoals de boerenstiel zelf", vertelt Dietvorst bij een levensgrote sculptuur van twee schaapherders met hun honden. Het lijken een man en een vrouw. Als je beter kijkt, merk je dat het om twee vrouwen gaat. "Het zijn Orla en ik", verklaart Dietvorst. In hun uiteenlopende werk focussen Barry en Dietvorst op het leven op de boerderij. De tentoonstelling in Mu.ZEE in Oostende en het Permekemuseum in Jabbeke brengt het artistieke resultaat van negen jaar schapen hoeden en groente kweken. De beide kunstenaars stellen de vraag hoe we tegenwoordig omgaan met de natuur en wat de impact van onze manier van leven is op de planeet. "Toch is dit geen tentoonstelling over duurzame landbouw", weerlegt Barry. "Als je met die instelling de expo bezoekt, kun je teleurgesteld buiten komen. Het is in de eerste plaats een artistiek project waarin je veel lagen kunt ontdekken, tot parallellen tussen de kunstmarkt en de landbouwsector toe. Alles heeft een dubbele bodem, van begin tot einde. Je denk dat het gaat over schapen en dieren kweken, maar tegelijk gaat het over de kunstwereld, relaties tussen vrouwen en relaties tussen vrouwen en mannen." Wat bezielt twee vrouwen om have en goed achter te laten en een schapenboerderij op te starten in Ierland? "We hebben dertien jaar samengewoond in Brussel, in de wijk Het Rad aan het Kanaal. Ook daar kweekten we groente en hielden we kippen. Ik werkte in een kunstencentrum in de buurt en het gebeurde toen al dat we weken en zelfs maanden niet in het centrum van de stad kwamen. We keken op tegen de drukte, we zijn altijd natuurmensen geweest", legt Dietvorst uit. "Op een gegeven moment kreeg Orla heimwee. Ze miste de zee en het Ierse platteland. Ik bleef hier en adopteerde twee kinderen. Zelf groeide ik op in de bossen in de buurt van Kalmthout en Kapellen. Dat plattelandsgevoel wilde ik ook mijn kinderen meegeven. Uiteindelijk ben ik Orla naar Ierland gevolgd." "We installeerden ons op het land van mijn vader en gingen aan de slag. We pakten de zaken meteen groots aan. In Noord-Engeland kocht ik dertig stamboekschapen en begon eraan. Als ik op die beginperiode terugkijk, ook letterlijk naar de eerste video's die we maakten, zie je hoe weinig we van de boerenstiel wisten. We zijn enorm geëvolueerd", zegt Barry. "Velen zijn bezig met ecologie en biologisch eten, maar er zijn weinigen die het effectief in de praktijk omzetten. Wij hebben het gedaan. De voorbije negen jaar heb ik nooit zoveel geleerd, ook zaken als leren rijden met een tractor, rupsen doodknijpen op broccoli, of ooien bijstaan tijdens het lammeren", beaamt Dietvorst. Barry is zelf een boerendochter. Haar vader bezit een graanbedrijf, hij bewerkt zijn akkers met grote machines. "Hoewel ik op een boerderij opgroeide, had ik geen idee hoe de voedselketen in elkaar zat. Na onze verhuizing ben ik voor een onderzoeksproject een paar keer een vleesbedrijf gaan bezoeken. Je ziet de volledige productie van het doden van de dieren tot de verwerking ervan. Op het internet circuleren allerlei wrede filmpjes van slachthuizen. Het ergste is niet het afmaken van de dieren, maar wel de afhandeling. De schaal van de verwerking en de verpakking stoot het meeste tegen de borst. De massaproductie." De geglobaliseerde markt staat in groot contrast tot het ambachtelijke werk dat tot de jaren tachtig gangbaar was in Ierland. De slager zocht zelf zijn dieren uit om ze daarna te slachten. "Ik maakte een film waarin je ziet hoe onze eigen lammeren en varkens worden gedood. Daar is niets wreeds aan, integendeel", pikt Dietvorst in. "Je ziet de laatste vakman van onze streek aan het werk. Hij beschikt nog over de ambachtelijke vaardigheden van weleer en hij is de laatste die een heel dier kan opsnijden. Nu leren ze in de slagersscholen enkel delen van dieren op te snijden. Hij maakt de dieren af en versnijdt ze met bijzonder veel kunde, netjes en vooral met enorm veel respect. Zijn handelingen zijn prachtig." Wintrum Frod is het eerste project waarbij Orla Barry en Els Dietvorst hun oeuvre samenbrengen dat op de boerderij tot stand kwam. Alle werken zijn nauw verwant aan hun natuurlijke omgeving. Tegelijk is het een reflectie op onze consumptiemaatschappij. Ook hun schapenboerderij is een speler in de markteconomie, ze is aan haar regels onderhevig. Beide kunstenaars laten zien dat de evolutie van onze voedselproductie een gevolg is van ons kapitalistische systeem. De relatie tussen de consument en zijn voedsel vervaagt, waardoor een kloof tussen mens en natuur ontstaat. Volgens Dietvorst toont de expo een groot respect voor Moeder Natuur. "De natuur is dominant aanwezig door de tentoonstelling heen", zegt Dietvorst. "Toch geven we geen antwoorden op de prangende maatschappelijke vragen. We laten de bezoeker een stukje van ons leven in die natuurlijke omgeving zien. Dat kom je niet vaak tegen in de kunst. We doen dat op een erg poëtische manier. Maar dan niet in de romantische zin van het woord. Het is geen pastorale poëzie. Als je kijkt naar de films en de performances zie je tough poetry", vult Barry aan. "Je moet ook wel tough zijn om boerin te spelen, je moet je vuil durven te maken, je moet houden van het fysieke werk. Er kwam ooit een vriendin met ons meehelpen, maar na een paar dagen had ze er echt genoeg van, van de vuiligheid, van de honden die om je benen komen hangen." Toen Dietvorst in Ierland aankwam, nam ze meteen haar camera. De eerste drie jaar ging ze alle buren bezoeken en filmde hen in hun dagelijkse bezigheden. "Meteen hadden we een gespreksonderwerp. Ze waren ook verrassend open. Al gauw belden ze me om te melden dat er iets speciaals stond te gebeuren en dat ik moest komen. Met dat materiaal maakte ik in eerste instantie een documentaire. Die bewerkte ik tot de fictiefilm The Rabbit and the Teasel, waarin de lokale gemeenschap figureert. Je ziet hem in het Permekemuseum. Ik vind het belangrijk iets terug te geven. De eersten die de film zagen, waren de locals. Bij de vertoning in het lokale kunstencentrum zat de zaal nokvol." De lokale gemeenschap inspireert ook Barry bij haar performances. "Sommigen zullen zich er vermoedelijk wel in herkennen, maar ik noem niemand bij naam. Ik vind het niet vanzelfsprekend hen mijn werk te tonen, om hen naar performances te lokken. Boeren hebben nooit tijd. Tijd is een luxe die ze zich amper kunnen veroorloven. Trouwens, ook voor mij is het enorm puzzelen om deze tentoonstelling - in volle zomertijd, als het enorm druk is op de boerderij - in elkaar te boksen. Je kunt je niet voorstellen wat een organisatie dat vergt, zeker nu we niet meer samen zijn." Voor Dietvorst is de cirkel rond. Deze tentoonstelling betekent het artistieke einde van een hoofdstuk. "De notie disenchantment ('onttovering') wordt een thema waar ik me de volgende jaren mee ga bezighouden, in verschillende bedreigde gemeenschappen. Ik blijf in Ierland met onze kinderen, maar ik richt me nu op de vissers uit een vissersdorp vlakbij. Ook die gemeenschap heeft fel te lijden onder het kapitalistische systeem. De familiale visserij gaat er helemaal uit. Daarin zit een duidelijk ecologische boodschap, maar in eerste instantie ben ik geboeid door het collectieve geheugen van die gemeenschap, haar rituelen, gewoontes en gebruiken die verloren gaan." Wat de toekomst voor Barry brengt, is minder duidelijk, althans als kunstenaar. "Ik ga door met het kweken van stamboekschapen. Ik ben en blijf een boerin, midden in de klei. Dat is helemaal anders dan pakweg de impressionisten die hun ezel in de volle natuur opstelden en 's avonds terug naar de stad reisden, of de schrijvers van pastorale poëzie die naar het landelijke leven keken van buitenaf. Ze hemelden herders op, maar ze bleven vooral buitenstaanders. Ik ben een insider. Gelukkig bestaat er tegenwoordig allerhande technologie waarmee je toch kan connecteren met de stedelijke en kunstwereld." "Mijn volgende stap wordt misschien wat politieker, praktischer. Bijvoorbeeld: hoe kan ik de boerderij van mijn vader omturnen in een soort trust voor mensen die op het land willen komen werken? Dat zou wel eens mijn volgende werk kunnen zijn, maar daar moet ik natuurlijk nog flink wat onderzoek naar verrichten. En we zien wel welke artistieke dimensie daarbij komt."