Alle zelfstandigen in de sectoren die getroffen worden door de maatregelen van het federale rampenplan, zullen recht hebben op een overbruggingsrecht voor maart en april. Dat komt neer op een sociale uitkering van 1.291,69 euro of 1.614,10 euro per maand met kinderlast. De bevoegde Kamercommissie keurde die versoepeling van de toegang tot het overbruggingsrecht goed. Normaal gezien volgt donderdag de goedkeuring door de voltallige Kamer.

Zo wordt rekening gehouden met de forse maatregelen die de regeringen vorige week oplegde. De getroffen sectoren zijn onder meer de horeca, culturele activiteiten en winkels die niet voor voeding bestemde producten verkopen. Ook winkeliers die enkel in het weekend moeten sluiten, kunnen een beroep doen op de uitkering. Er geldt geen minimaal aantal dagen van onderbreking van de activiteit.

Versoepeling

Uitbaters van restaurants die overschakelden naar meeneemmaaltijden hebben ook recht op de uitkering. Daarnaast komt er een versoepeling voor zelfstandigen die niet actief zijn in de getroffen sectoren.

Kamerleden Egbert Lachaert (Open Vld) en Nahima Lanjri (CD&V) haalden het voorbeeld aan van een zelfstandige die in quarantaine zit of die een broodjeszaak bezit naast een groot bedrijf dat gesloten is. Van zodra zij zeven opeenvolgende kalenderdagen hun activiteit onderbreken, hebben ze recht op dezelfde uitkeringen voor de maanden maart en april. Lachaert merkt op dat de regering nog kan beslissen de maatregel te verlengen en dat hij na definitieve goedkeuring dus retroactief zal werken vanaf 1 maart.

Minister van Zelfstandigen Denis Ducarme (MR), die het voorstel zelf indiende, benadrukte dat de regering op dit moment al 500 miljoen euro voorziet voor steun aan zelfstandigen via de RSVZ, de sociale zekerheid voor zelfstandigen. Dat geld is verdeeld over het overbruggingsrecht enerzijds en de vrijstelling van sociale bijdragen anderzijds. Verschillende Kamerleden drongen er bij de regering nog op aan goed te communiceren over de maatregelen. Die komen bijvoorbeeld naast de zogenaamde hinderpremie voor zelfstandigen die de Vlaamse regering uitbreidde naar de coronacrisis. Een aantal fracties diende nog amendementen in om de maatregel uit te breiden, maar die haalden geen meerderheid.

Alle zelfstandigen in de sectoren die getroffen worden door de maatregelen van het federale rampenplan, zullen recht hebben op een overbruggingsrecht voor maart en april. Dat komt neer op een sociale uitkering van 1.291,69 euro of 1.614,10 euro per maand met kinderlast. De bevoegde Kamercommissie keurde die versoepeling van de toegang tot het overbruggingsrecht goed. Normaal gezien volgt donderdag de goedkeuring door de voltallige Kamer.Zo wordt rekening gehouden met de forse maatregelen die de regeringen vorige week oplegde. De getroffen sectoren zijn onder meer de horeca, culturele activiteiten en winkels die niet voor voeding bestemde producten verkopen. Ook winkeliers die enkel in het weekend moeten sluiten, kunnen een beroep doen op de uitkering. Er geldt geen minimaal aantal dagen van onderbreking van de activiteit. Uitbaters van restaurants die overschakelden naar meeneemmaaltijden hebben ook recht op de uitkering. Daarnaast komt er een versoepeling voor zelfstandigen die niet actief zijn in de getroffen sectoren. Kamerleden Egbert Lachaert (Open Vld) en Nahima Lanjri (CD&V) haalden het voorbeeld aan van een zelfstandige die in quarantaine zit of die een broodjeszaak bezit naast een groot bedrijf dat gesloten is. Van zodra zij zeven opeenvolgende kalenderdagen hun activiteit onderbreken, hebben ze recht op dezelfde uitkeringen voor de maanden maart en april. Lachaert merkt op dat de regering nog kan beslissen de maatregel te verlengen en dat hij na definitieve goedkeuring dus retroactief zal werken vanaf 1 maart. Minister van Zelfstandigen Denis Ducarme (MR), die het voorstel zelf indiende, benadrukte dat de regering op dit moment al 500 miljoen euro voorziet voor steun aan zelfstandigen via de RSVZ, de sociale zekerheid voor zelfstandigen. Dat geld is verdeeld over het overbruggingsrecht enerzijds en de vrijstelling van sociale bijdragen anderzijds. Verschillende Kamerleden drongen er bij de regering nog op aan goed te communiceren over de maatregelen. Die komen bijvoorbeeld naast de zogenaamde hinderpremie voor zelfstandigen die de Vlaamse regering uitbreidde naar de coronacrisis. Een aantal fracties diende nog amendementen in om de maatregel uit te breiden, maar die haalden geen meerderheid.