Europese technologie zit in de lift. Start-upecosystemen groeien als kool, en investeringen vanuit de VS, het Midden-Oosten en Azië vinden steeds gemakkelijker hun weg naar Europese scale-ups. Dat bleek onlangs nog op The Big Score, het investeerdersevent van Startups.be/Scale-Ups.eu waarop liefst tweehonderd internationale durfkapitalisten en businessangels uit alle hoeken van de wereld met veel interesse de pitches kwamen volgen van Belgische en Europese groeiers. Europa is een kweekvijver geworden voor innovatieve en dynamische technologiebedrijven. Denk maar aan TransferWise, Stripe, Showpad, BlaBlaCar en vele anderen. Maar het is nog altijd wachten op lokale bigtechspelers à la Facebook, Tencent en Netflix.

Het ontbreken van fondsen die kapitaalrondes van 100 miljoen euro aankunnen werd in het verleden aangestipt als een van de oorzaken voor dat probleem, maar een nieuwe studie van Tech.eu en Stripe stelt dat ook kapitaalrondes in een latere fase, van 100 miljoen of meer, aan een opmars bezig zijn, zij het dan vooral met geld vanuit de Verenigde Staten en Azië. De toplui van de Europese groeibedrijven stellen onomwonden dat de beschikbaarheid van kapitaal niet langer het grootste probleem is, maar wel het aantrekken en aan boord houden van ervaren toptalent dat nodig is om hun ondernemingen te doen uitgroeien tot echte wereldspelers.

De Europesetechgroeibedrijven moeten in de komende twaalf maanden op zoek gaan naar liefst honderdduizend extra werknemers als ze hun groei op peil willen houden. Maar in vergelijking met hun concullega's uit de VS en uit Azië, zijn de Europeanen benadeeld en dus blijft het gevaar van een verdere braindrain om de hoek loeren.

Al tientallen jaren voegen Amerikaanse techbedrijven aandelenopties toe aan de loonpakketten van hun meest getalenteerde werknemers om hen aan te sporen om het beste van zichzelf te geven. De beloning kan - als het goed uitdraait - gigantisch zijn. In de meeste Europese landen krijgt die vorm van remuneratie echter maar moeilijk voet aan de grond, en is werken met aandelenopties onaantrekkelijk door ongunstige belastingtarieven en nodeloos ingewikkelde regels en beperkingen.

Aandelenopties moeten eenvoudiger.

België is een van de slechtere leerlingen van de klas. In ons land is werken met aandelenopties zo'n karwei, dat bedrijven vaak teruggrijpen naar warrants. Zowel opties als warrants worden belast bij de toekenning in plaats van bij het lichten, en in de wetenschap dat een meerderheid van de start-ups het niet haalt, betalen werknemers dus vaak voor niets.

Elk Europees landheeft zijn eigen regels voor het belasten van aandelenopties, en België is niet het enige land waar equity als een weinig aantrekkelijke optie wordt beschouwd. Wanneer werknemers in Duitsland hun optierechten uitoefenen, moeten ze inkomstenbelasting betalen op het verschil tussen de marktwaarde en de uitoefenprijs, met een tarief dat oploopt tot 47,5 procent. Onze oosterburen betalen ook 25 procent vermogenswinstbelasting bij de verkoop van hun aandelen.

Om het probleem aan te kaarten, hebben meer dan 500 Europese groeibedrijven, waaronder Stripe, Klarna en Collibra, gezamenlijk een oproep gelanceerd om de archaïsche en inefficiënte manier van omgaan met aandelenopties te vereenvoudigen, naar het voorbeeld van het Verenigd Koninkrijk, Estland en opvallend genoeg Frankrijk. Als we er niet in slagen de regels over het toekennen van aandelen en optiebezitregelingen te versoepelen, klinkt het bij de CEO's, dan bestaat het risico dat we het broodnodige internationale toptalent niet kunnen overtuigen om voor een Europees groeibedrijf te werken, en zo ons momentum verkwanselen.