Zonder enige twijfel was Roger De Clerck een van de belangrijkste captains of industry uit de naoorlogse Belgische geschiedenis. Maar zijn pad liep niet altijd over rozen. De fiscus en justitie zaten hem sinds begin de jaren negentig op de hielen, maar tot een veroordeling kwam het nooit. In 2011 kreeg de bevlogen ondernemer, die ooit aan zesduizend mensen werk gaf, op zijn ziekbed te horen dat hij nooit voor fraude zou worden vervolgd.
...

Zonder enige twijfel was Roger De Clerck een van de belangrijkste captains of industry uit de naoorlogse Belgische geschiedenis. Maar zijn pad liep niet altijd over rozen. De fiscus en justitie zaten hem sinds begin de jaren negentig op de hielen, maar tot een veroordeling kwam het nooit. In 2011 kreeg de bevlogen ondernemer, die ooit aan zesduizend mensen werk gaf, op zijn ziekbed te horen dat hij nooit voor fraude zou worden vervolgd.Roger De Clerck werd op 27 juli 1924 als tweede in de rij geboren in Wielsbeke, in hoeve Ter Lembeek. Zijn ouders waren landbouwers en dat zou zoonlief later de bijnaam 'Boer Clerck' opleveren. Studeren zat er bij de jonge tiener niet in en de Tweede Wereldoorlog hielp hem daarbij. Hij stopte in het vierde jaar latijn met zijn studies aan het college in Waregem. Toen al was duidelijk dat hij wist wat hij wilde. Op de hofstede werkte de hyperactieve jongeling graag en onverzettelijk van in de ochtenduren tot 's avonds laat. Hij geloofde toen dat hij zijn vader Jozef De Clerck zou opvolgen. In 1951 trouwde hij met Anne-Marie Hanssens uit Gullegem en samen namen ze de boerderij, met de vlasroterij en -zwingelarij, over. Toen de vlasnijverheid de doodsteek kreeg, heerste er paniek in de regio. Roger De Clerck liet plannen voor een koffiebranderij of een leemplaatfabriek varen, en kocht een paar weefgetouwen voor meubelstoffen die hij in zijn schuur plaatste. De naam van de firma bleef dezelfde: Ter Lembeek. Aan de tientallen thuiswevers uit de regio bezorgde hij grondstoffen en dus ook werk. De regio rond Wielsbeke maakte snel furore met de meubelstoffen die kwaliteit koppelden aan een aantrekkelijke prijs. We schrijven 1959. Stiekem droomde De Clerck ervan zijn beste thuiswevers ook in te schakelen om tapijt in loondienst te weven. Succesvolle voorbeelden uit de regio, onder meer bij de familie Balcaen (Balta), inspireerden hem. Volgens Filip Balcaen keek Roger De Clerck danig op naar het voorbeeld van Bavotex (het latere Balta) dat Paul Balcaen in 1959 stichtte.In 1962 kocht 'Mijnheer Roger' zijn eerste weefgetouw voor tapijten. Het was de start van Beaulieu, zo genoemd naar een historische stadspoort nabij het Noord-Franse Aire-sur-la-Lys, waar de Leie ontsproot. De ondernemer vond dat goed klinken en oogstte meteen succes met een eenvoudig concept: geweven tapijt dat goedkoper was dan de gangbare prijzen in de markt. In 1971 bouwde Beaulieu in Kruishoutem en pal langs de autosnelweg E3 een gigantische tapijtfabriek. Met organische groei, maar ook met overnames liet hij zijn groep groeien. In 1982 kreeg het toen al tot wasdom gekomen Beaulieu de Oscar voor de Export. In twintig jaar tijd had de hard werkende peetvader van het tapijt zijn lokale groep omgevormd tot een concern met niet alleen een verkoops- en distributienetwerk wereldwijd, maar ook met goed draaiende fabrieken in alle windhoeken van de wereld.Beaulieu had ook elders de toon gezet. Het was als allereerste begonnen met de verticale integratie van het hele productieproces. Als het over strategie en visie ging, had Roger De Clerck van niemand lessen te krijgen, en was hij par excellence leermeester en allerminst een volger. De groei en de opkomst van Beaulieu werd in niet geringe mate mee bepaald door de entente en de samenwerking met de Libanese familie Katchadourian. Tussen trader-handelaar-ondernemer Aram Katchadourian en Roger De Clerck klikte het van meet af aan. Beaulieu-kaderlid en latere burgemeester Georges Lambrecht trad op als bruggenbouwer tussen de beide heren. De Libanese groep kreeg een mandaat om vanaf de tweede helft van de jaren zeventig het West-Vlaamse tapijtaanbod wereldwijd te helpen verkopen. Wat begon met een buy and resell-akkoord groeide uit tot een vaste agentuur eerst op basis van commissielonen en later een mede-aandeelhouderschap van Katchadourian Group in Beaulieu. De veelbesproken commissielonen zijn al twintig jaar voorwerp van gerechtelijk onderzoek, met zware claims maar zonder uitspraak of veroordeling. De beschuldiging aan het adres van Roger De Clerck was niet mals: witwassen van zwart geld dat terugvloeide naar Wielsbeke. In een arrest van 25 september 2007 stelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens vast dat de termijn van procesvoering onredelijk lang was. Ook de rechtbank van eerste aanleg in Kortrijk kwam op 28 juni 2011 tot een gelijkaardige conclusie. Het strafdossier werd - na een spectaculaire inval van het gerecht in de Beaulieu-kantoren - geopend in november 1990.Roger De Clerck mocht dan al een grondige aversie hebben voor media en justitie, hij zou ook nooit aan hun aandacht ontsnappen. In een zeldzaam interview met de toenmalige BRT zei de textielmagnaat zonder verpinken dat hij zo hard werkte "voor de centen en voor de vooruitgang". Op de vraag wat het geheim was van zijn zakelijke succes, antwoordde hij doodkalm: "Succes, succes? Is dat hier zo'n succes? De moeder van Napoleon zei het al: Pourvu que ça dure. Maar allez, wij doen ons best hé."Ook over de veel besproken textielsteun van 725 miljoen Belgische frank die hij had ontvangen in het kader van het Textielpan van de regering-Martens, was hij kort van stof: "We zweten veel voor de staat. De staat ook melken? Dat we dat maar konden. Dat melken, dat is gazettenpraat."Justitie maakte sinds 1990 een soort klopjacht op Roger De Clerck, zonder hem ooit van zijn vrijheid te beroven. Het nog altijd onopgeloste 'dossier-Beaulieu' beslaat duizenden bladzijden, maar komt niet tot conclusies. Aan beschuldigingen geen gebrek. In zijn boek Beaulieu pleit onschuldig zette journalist Ludwig Verduyn alles op een rijtje: witwasgeld, verdwenen geld, renteloze leningen, onterechte subsidies, valsheid in geschriften, misleidende balansen, kunstmatige winsten, concurrentievervalsing, belangenvermenging enzovoort.Tegenwind op alle niveaus - overheden, justitie, media, concurrenten, een deel van de publieke opinie - liep als een rode draad door het leven van Boer Clerck. In 1964 trad het gerecht al een eerste keer in actie, toen wegens vermeende namaak van dessins en een krakkemikkige boekhouding. Bij elke aanval van buitenaf schokschouderde hij het liefst en concentreerde zich verder op wat hij het best kon: ondernemen.Vanaf 1987 deelde de pater familias zijn imperium op, om stamtwisten en successierechten te vermijden. In 1989 werd de volledige boedelscheiding uitgesproken en kregen zijn zes kinderen hun deel van de koek. De vier broers en twee zussen werden plots concurrenten van elkaar. Ze trokken zich elk een beetje terug op hun lap grond met hun fabrieken: Jan met Domo Group in Sint-Niklaas, Luc met Berry Group in Frankrijk, Mieke met Beaulieu of America in de Verenigde Staten, Ann in Zuid-Afrika met Beaulieu International, Francis met de Ideal Group en Dominiek met Ter Lembeek International in Wielsbeke. De goed bedoelde opdeling bleek echter een kiemhaard van conflict, met als triest hoogtepunt de volledige afscheuring van de oudste zoon Jan De Clerck (Domo) van de rest van de familie. Toen Jan als eerste een dading sloot met de fiscus, werd dat niet in dank afgenomen door de anderen die altijd hun onschuld volhielden. Toch volgden de anderen schoorvoetend datzelfde pad van compromis met de overheid.Een rechter in Kortrijk erkende ooit expliciet de grote verdiensten van vader De Clerck door te wijzen op zijn bewezen diensten aan de maatschappij en op de tewerkstelling van duizenden mensen. De scheuring die hij ongewild had veroorzaakt bij de opsplitsing van Beaulieu, werd in 2005 grotendeels ongedaan gemaakt met de oprichting van de Beaulieu International Group (BIG, 1,7 miljard euro, 4200 medewerkers) waarin vier van de zes kinderen ook referentie-aandeelhouder zijn. Het moet de peetvader, die de jongste jaren zijn zinnen verloor, toch een grote troost zijn geweest.Achter de onstuimige, soms zelfs agressieve zakenman, ging ook een gouden hart schuil. Zijn sociaal dienstbetoon en zijn wederdiensten aan mens en maatschappij, zijn onderbelicht maar buitengewoon. In Zuid-West-Vlaanderen stond hij bij de goegemeente en de gewone man bekend als loyale mecenas. Dat hij voor zijn 75ste verjaardag mensen als Georges Bush Senior, Michail Gorbatsjov en Margareth Thatcher op bezoek kreeg in zijn villa naast de fabriek in Wielsbeke, toont aan dat hij erkenning genoot van klein én groot.Roger De Clerck heeft de term ondernemerschap een dimensie gegeven die door de enen werd ervaren als grootheidswaanzin, door de anderen als nooit eerder vertoond voorbeeld van een entrepreneur die droomt, durft, denkt, doet en doorgaat. De essentie van het ondernemerschap. Naar eigen zeggen bestond er geen geheim die zijn succes verklaarde, tenzij: "De beste mest zijn de kloefen van den boer". Vrij vertaald: bedrijfsleiders moeten op de vloer tussen hun mensen staan. En ook nog: "Quand la chèvre est trop peureuse, elle rue et elle abîme sa place", wat zoveel betekent als: wie bang is, verknoeit zijn kansen.