Uiteindelijk zal het toch nog meevallen met de terugval van de conjunctuur. De Amerikaanse economie blijft groeien; in Japan is er eindelijk een reddingsplan voor de banksector waardoor de deflatoire spiraal waarin het land gevangen zit, kan worden doorbroken; de Zuidoost-Aziatische tijgerlanden klimmen stilaan uit het dal; en wereldwijd herstellen de beurzen flink van de klappen die ze sinds augustus moesten incasseren.
...

Uiteindelijk zal het toch nog meevallen met de terugval van de conjunctuur. De Amerikaanse economie blijft groeien; in Japan is er eindelijk een reddingsplan voor de banksector waardoor de deflatoire spiraal waarin het land gevangen zit, kan worden doorbroken; de Zuidoost-Aziatische tijgerlanden klimmen stilaan uit het dal; en wereldwijd herstellen de beurzen flink van de klappen die ze sinds augustus moesten incasseren.Het is nog niet helemaal la vie en rose, maar de doemscenario's mogen dus wel in de kast. Of toch niet? De Amerikaanse beurs blijft in termen van koerswinstverhoudingen in ieder geval zwaar overgewaardeerd. De Amerikaanse consumenten zijn zelfs aan het ontsparen. Dat betekent dat ze momenteel meer spenderen dan ze verdienen. Een dergelijk bestedingspatroon kan onmogelijk blijven duren: ooit moeten de Amerikanen weer beginnen sparen. Als die omslag er snel komt, duikt de Amerikaanse economie gegarandeerd in een recessie. Dit zou een flinke domper zetten op de exportmogelijkheden van de Zuidoost-Aziatische landen en dus ook op hun herstel. Ook als de bancaire reddingsoperatie in Japan niet efficiënt ten uitvoer wordt gebracht - een mogelijkheid waarmee westerse privé-bankiers in de regio nadrukkelijk rekening houden -, mogen we ons aan nog meer moeilijkheden verwachten. Zo'n negatief scenario zou uiteraard ook nefast zijn voor Europa. Behalve een afname van de exportmogelijkheden zou het doembeeld van een credit crunch (kredietschaarste) dan immers vervaarlijk dichtbij komen. Wat in ieder geval sterk in het nadeel van de Europese conjunctuur speelt, is de daling van de dollar. Een lage dollarkoers heeft zonder twijfel een negatieve invloed op het niveau van de economische activiteit in Europa. De koers van de Europese munten ten aanzien van de green buck brengt ons meteen bij het monetaire beleid in Europa. Daaromtrent ontwikkelt zich de jongste weken een erg onverkwikkelijk gevecht tussen de regeringen en de Europese Centrale Bank ( ECB). Aan regeringszijde voeren vooral de twee superministers van Financiën - de Fransman Dominique Strauss-Kahn en de Duitser Oskar Lafontaine - het hoge woord. Strauss-Kahn en Lafontaine willen lagere rentevoeten in Europa en worden daarin uitdrukkelijk én publiekelijk gesteund door de nieuwe Duitse bondskanselier Gerhard Schröder. De ECB van Wim Duisenberg, maar vooral van het Duitse directielid Otmar Issing - een orthodoxe hardemuntman van het zuiverste gehalte - wil daar evenwel niet van weten, omwille van twee redenen. Ten eerste zouden de rentestanden van de elf eurostarters tegen 1 januari 1999 naar elkaar toe moeten groeien. Dat is geen makkelijke opdracht, omdat de economieën van de verschillende lidstaten zich op een andere manier aan het ontwikkelen zijn. Terwijl landen als Duitsland, Frankrijk en België best wat lagere rentevoeten kunnen gebruiken, zouden Nederland, Spanje, Finland en Ierland baat hebben bij een renteverhoging.De tweede reden waarom de ECB (voorlopig) het been stijf houdt, heeft te maken met haar eigen geloofwaardigheid. De ECB wil, naar het voorbeeld van de Duitse Bundesbank, elke zweem van politieke beïnvloedbaarheid in de kiem smoren. Hierdoor is een paradoxale toestand ontstaan: zelfs als de ECB zou overwegen om het rentepeil te verlagen, is de kans nu groot dat ze die niet doorvoert; iedereen zou een renteverlaging immers beschouwen als een zware toegift van de ECB aan de politiek. Normaal zouden de Lafontaines en de Issings bij dit soort van situaties overleg achter de coulissen moeten plegen. De politici opteerden evenwel voor een waterval van interviews met nauwelijks verholen verwijten, vooral aan het adres van de Bundesbank. Zijn Schröder, Strauss-Kahn en Lafontaine dan zo dom dat ze de patstelling die hun publieke verklaringen hebben veroorzaakt, niet konden voorspellen? Men kan het zich nauwelijks inbeelden. Wat steekt er dan wel achter die bizarre strategie? Een zeer logische verklaring is dat de regeringen in Bonn en Parijs nu al de zwartepiet toespelen aan de centrale bankiers voor het geval het volgend jaar in euroland tot een recessie komt. Bovendien effenen zij met hun intense oproepen tot monetaire stimulering van de economie ook het pad om in de komende maanden het strikte budgettaire carcan van het Stabiliteitspact te kunnen afgooien. Indien dit scenario klopt en als de Bundesbank en de ECB voet bij stuk houden, komen we in euroland in een situatie terecht die veel gelijkenissen zal vertonen met het Reagan-tijdperk in de Verenigde Staten van begin de jaren tachtig: toen werd een expansief budgettair beleid gecombineerd met een restrictief monetair beleid. Dit jaagt gegarandeerd de rentevoeten én de euro omhoog. Zou een duurzaam herstel van de economische activiteit in Europa echt mogelijk zijn met zo'n beleidsmix? Johan Van Overtveldt