Vier op tien Oost-Vlaamse ondernemingen lijden verlies. Vooral in het Aalsterse kleuren de bedrijfsbalansen dieprood.
...

Vier op tien Oost-Vlaamse ondernemingen lijden verlies. Vooral in het Aalsterse kleuren de bedrijfsbalansen dieprood.Bedrijven uit Oost-Vlaanderen zijn minder winstgevend dan die uit de rest van Vlaanderen en België. Vier op tien ondernemingen lijden verlies. De liquiditeit stijgt langzaam en de solvabiliteit ligt op een meer dan behoorlijk niveau. Dat blijkt uit een rapport van de Economische Raad Oost-Vlaanderen ( Erov) over de financiële toestand van de Oost-Vlaamse ondernemingen. De conclusie van Erov is duidelijk : in 1994 was het interessanter om in risicovrije staatsobligaties te beleggen dan in een bedrijf. De rentabiliteit van de Oost-Vlaamse ondernemingen lag dat jaar immers beneden het rendement van de staatsobligaties. Oost-Vlaamse bedrijven tonen, over 1994, over heel de lijn een nettorentabiliteitsprofiel dat minder gunstig is dan het Vlaamse gemiddelde. Het aantal bedrijven met een negatief eigen vermogen steeg, door gecumuleerde verliezen, zelfs van 8 naar 12 procent. Maar liefst één op acht Oost-Vlaamse bedrijven kampt met een negatief eigen vermogen. Op het vlak van liquiditeit, zeg maar de mate waarin ondernemingen op korte termijn hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen, scoren de Oost-Vlaamse bedrijven quasi evengoed als hun collega's uit de overige vier Vlaamse provincies. Op het vlak van de solvabiliteit is paniek voorlopig overbodig : de meeste Oost-Vlaamse bedrijven financieren hun werking grotendeels met eigen middelen.Ook qua toegevoegde waarde halen Oost-Vlaamse bedrijven een zelfde niveau als hun collega's uit de rest van Vlaanderen : anderhalf miljoen frank per werknemer.De kans op faillissement op korte termijn, zeg maar binnen het jaar, is in Oost-Vlaanderen tussen 1992 en 1994 toegenomen. Toch scoort Oost-Vlaanderen hier met 14,5 % kans om binnen het jaar failliet te gaan net iets onder de Vlaamse en Belgische waarden, zijnde respectievelijk 14,7 en 15,2 procent.Bij het onderzoek gebruikte Erov de jaarrekeningen van 1992, 1993 en 1994. Niet minder dan 85 % van de 21.000 onderzochte bedrijven telt minder dan 10 werknemers ; amper 2 % meer dan 50. Bedrijven uit het arrondissement Aalst laten zowel qua rentabiliteit, solvabiliteit, liquiditeit de zwakste scores optekenen. En de sterkste wanneer wordt gepeild naar de falingskans. Bedrijven uit Eeklo en Oudenaarde doen het daarentegen vrij goed. Leuke uitsmijter : Oost-Vlaamse bedrijven zonder werknemers blijken algemeen de zwakste prestaties neer te zetten. BEDRIJVEN IN AALST Zwakke broertjes van Oost-Vlaanderen ?