Hoe de buren het in 2002 zullen stellen, zal vooral afhangen van het humeur van Uncle Sam. De Amerikaanse locomotief is immers de enige die de wereldvraag in 2002 opnieuw in beweging kan brengen, op voorwaarde tenminste dat de afrekening met Osama Bin Laden ad rem gebeurt en de situatie in het Midden-Oosten opklaart, zodat de olieprijzen stabiel blijven. In dat scenario verwacht de Wereldbank voor 2002 een economische groei van 1,6% (tegenover 1,3% in 2001) en ziet het Belgisch Planbureau een stijging van het bruto nationaal product (BNP) in reële termen met 1,3% (tegenover 1,1% in 2001). Die BNP-groei zou vooral in de tweede jaarhelft worden aangedreven door betere exportprestaties: 2,8% tegenover 0,8% in 2001. De wereldhandel zou in 2002 met 3% vooruitgaan...

Hoe de buren het in 2002 zullen stellen, zal vooral afhangen van het humeur van Uncle Sam. De Amerikaanse locomotief is immers de enige die de wereldvraag in 2002 opnieuw in beweging kan brengen, op voorwaarde tenminste dat de afrekening met Osama Bin Laden ad rem gebeurt en de situatie in het Midden-Oosten opklaart, zodat de olieprijzen stabiel blijven. In dat scenario verwacht de Wereldbank voor 2002 een economische groei van 1,6% (tegenover 1,3% in 2001) en ziet het Belgisch Planbureau een stijging van het bruto nationaal product (BNP) in reële termen met 1,3% (tegenover 1,1% in 2001). Die BNP-groei zou vooral in de tweede jaarhelft worden aangedreven door betere exportprestaties: 2,8% tegenover 0,8% in 2001. De wereldhandel zou in 2002 met 3% vooruitgaan (tegenover 1% in 2001 en 12% in 2000). Gematigd optimisme mag in ieder geval. Want al neemt de Verenigde Staten als tweede exportmarkt na de Europese 'thuismarkt' rechtstreeks slechts 5,5% af, het voorzichtig enthousiasme daar om opnieuw te gaan consumeren, zal zonder meer gunstig afstralen op onze belangrijkste handelspartners Duitsland en Frankrijk (die elk zo'n 17% van onze export afnemen) en Nederland (12% van onze export).Verse olie nodigOnze bedrijven zijn vandaag crisisbestendiger dan in de jaren tachtig. Ook ons economisch weefsel is erop vooruitgegaan: we zijn sterker exportgericht dan onze buurlanden en anticiperen en diversifiëren sneller naar 'betere' markten. Andere pluspunten zijn onze centrale geografische ligging, de hoge productiviteit, de flexibiliteit van familiale KMO's, de algemeen erkende stevige opleidingsgraad en de verbeterde efficiency door technologische innovaties. Minpunt is dat de Belgische exportmachine kwetsbaar blijft wegens de duurdere productiekosten. En dat beseffen de bedrijven maar al te goed: de jongste halfjaarlijkse peiling door het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) bij 21 sectoren levert een somber beeld op: geen enkel VBO-lid verwacht een verbetering in de eerste zes maanden. Maar zelfs rekening houdend met een heropleving in de tweede jaarhelft, stelt Agoria _ de federatie van de technologische industrie en aanverwante diensten _ in 2002 een productiedaling met 1% in het vooruitzicht. Dat pessimisme wordt, zeker voor het gedeelte 'verwerkende nijverheid' in de ruimere Agoria-waaier (die ook ICT omvat) door het Planbureau bevestigd. Het VBO is met een groei van 0,6% dan ook heel wat minder optimistisch dan de geciteerde 1,3% van het Planbureau. Vervoermaterieel en machines (Agoria) zijn, naast scheikunde en kunststoffen ( Fedichem) en diamant, de belangrijkste Vlaamse exportsectoren. Baudouin Velge (VBO), Remi Boelaert (Agoria), Peter Claes (Fedichem) en Fa Quix van de textielnijverheid ( Febeltex) blijven de loonkosten aanwijzen als ondermijnende factor voor onze concurrentiepositie tegenover de Europese handelspartners. "Zolang de regering- Verhofstadt niet de gepaste olieverversing toedient, lopen we het risico dat de exportmachine hapert," stelt Remi Boelaert met een boutade. Er is al structurele overcapaciteit in de automobielsector (25% van onze export). Als buitenlandse beslissingscentra strategische keuzes moeten maken, komen ook andere Belgische bedrijfssectoren onder druk te staan. 75% van de tewerkstelling bij de 1200 Agoria-leden (waarvan 900 KMO's) is rechtstreeks of onrechtstreeks afhankelijk van multinationals. Ook Fedichem voelt een toenemende terughoudendheid bij potentiële investeerders op het Europese schaakbord. Remi Boelaert somt een aantal bijkomende lasten op die het de exportbedrijven moeilijk maken om marktaandeel te behouden: stroevere kredietverlening door banken, duurdere verzekeringspolissen (sinds 11 september) en hoge elektriciteitstarieven (de liberalisering van de elektriciteitsmarkt werkt niet in de praktijk). "Ze zijn het gevolg van oligopolies en tasten, bovenop de klassieke loonkosten, de fiscaliteit en de strenge milieu- en Kyoto-normen van de overheid, evenzeer de Belgische exportcapaciteit aan." Erik BruylandDe auteur is senior writer bij Trends.[2002]Een stroevere kredietverlening, duurdere verzekeringspolissen en hoge elektriciteitstarieven maken het onze exporteurs moeilijk.