Waarom kiezen vele Aziaten ervoor hun individuele vrijheid op te offeren voor economische voorspoed (crisissen incluis)? Met die vraag in het achterhoofd reisde de Nederlandse journaliste Mieke Kooistra ( De Volkskrant) door vijf landen van het moderne Zuidoost-Azië (Thailand, Maleisië, Singapore, Indonesië en de Filipijnen). "Ik heb gekozen voor vijf nieuw geïndustrialiseerde landen die zich tijdens de Koude Oorlog verenigd hadden ...

Waarom kiezen vele Aziaten ervoor hun individuele vrijheid op te offeren voor economische voorspoed (crisissen incluis)? Met die vraag in het achterhoofd reisde de Nederlandse journaliste Mieke Kooistra ( De Volkskrant) door vijf landen van het moderne Zuidoost-Azië (Thailand, Maleisië, Singapore, Indonesië en de Filipijnen). "Ik heb gekozen voor vijf nieuw geïndustrialiseerde landen die zich tijdens de Koude Oorlog verenigd hadden met het doel het communisme in de regio te bestrijden. Dit stelde ze in staat om de kapitalistische ontwikkeling te versnellen." Haar boek Geld, geloof, gehoorzaamheid verschijnt evenwel in het holst van een economische malaise, die de regio ver dreigt te overstijgen. In haar voorwoord pikt Kooistra erop in. Voor de ene is de terugval een ramp, voor de andere een kans. Dit laatste geldt ook voor "de nieuwe generatie principiële politici in Thailand, die door de crisis eindelijk een kans krijgen orde op zaken te stellen." Neem nu Apphisit Veijjajiva, die in het hoofdstuk over Thailand uiteenzet "hoe een corrupte oude garde maar niet begrijpt wat de moderne maatschappij van hen eist." Veijjajiva, die gedoemd leek tot de oppositie, is inmiddels minister in een nieuw kabinet. Zelfs voor het fel geteisterde Indonesië heeft de crisis ook hoopvolle aspecten. "De laatste ontwikkelingen hebben in ieder geval afgedaan met een mythe: dat leiderschap dat zich baseert op nepotisme en corruptie, een garantie is voor economische groei. Het bewijst juist dat doorzichtigheid en aanwijsbare verantwoordelijkheid noodzakelijk zijn, en dat democratisering meer moet zijn dan alleen een gang naar de stembus." Kooistra hoopt alvast dat de crisis komaf maakt met de arrogantie van "een elite die, zelfvoldaan en ingenomen door het eigen succes, bleef vasthouden aan culturele eigenheid."Een kleurrijker portret van Indonesië schildert Kees Ruys in De randgebieden, een klassiek, degelijk reisepos langs de rand van het moderne Indonesië. Sander Boaz dwarste een van deze randgebieden, het eiland Sumatra, met de fiets. In zijn verslag, Een Vlaming op Sumatra, slooft hij zich evenwel te veel uit om ironisch en gevat uit de hoek te komen. Daardoor duwt hij paradoxaal zijn thema, het land, naar de achtergrond. Jammer. Mieke Kooistra, Geld, geloof, gehoorzaamheid. Arbeiderspers, 220 blz., 699 fr. Kees Ruys, De randgebieden. Atlas, 336 blz., 800 fr. Sander Boaz, Een Vlaming op Sumatra. Elmar, 163 blz., 650 fr.LDD