Enkele jaren geleden schreef de Franse historicus Dominique Venner zelf geschiedenis toen hij zich in de Notre-Dame-kathedraal van Parijs van het leven benam. Met - voor de anekdote - een Belgisch pistool schoot hij zich door het hoofd. Het werd gezegd dat deze veteraan van de oorlog in Algerije een wapenkenner was, een thema waarover hij heel wat publiceerde. Zijn zelfmoord was een signaal, zo liet hij weten in een achtergelaten brief. Tegenover de vele gevaren die "sa patrie la France" bedreigen, neemt men een veel te gelaten houding aan. Daar moet verandering in komen, vond hij. Dat hij de Parijse kathedraal koos voor zijn wanhoopsdaa...

Enkele jaren geleden schreef de Franse historicus Dominique Venner zelf geschiedenis toen hij zich in de Notre-Dame-kathedraal van Parijs van het leven benam. Met - voor de anekdote - een Belgisch pistool schoot hij zich door het hoofd. Het werd gezegd dat deze veteraan van de oorlog in Algerije een wapenkenner was, een thema waarover hij heel wat publiceerde. Zijn zelfmoord was een signaal, zo liet hij weten in een achtergelaten brief. Tegenover de vele gevaren die "sa patrie la France" bedreigen, neemt men een veel te gelaten houding aan. Daar moet verandering in komen, vond hij. Dat hij de Parijse kathedraal koos voor zijn wanhoopsdaad heeft alles te maken met zijn respect voor het oord. Naar verluidt was de zelfmoord van Venner een unicum in de geschiedenis van de Notre-Dame; nooit deed iemand het hem voor. Venner (1935-2013) schreef tijdens zijn jarenlange loopbaan een heel oeuvre bij mekaar. Uiteenlopende onderwerpen als de Russische revolutie, collaboratie en verzet, maar ook de Amerikaanse burgeroorlog prikkelden zijn intellectuele belangstelling. Dat hij een uitgesproken rechtse overtuiging had - wat volstaat om drager van een extreemrechtse stempel te worden - verhinderde niet dat hij laureaat werd van de Broquette-Gonin-prijs van de Académie française voor zijn boek Le blanc soleil des vaincus over de Amerikaanse Burgeroorlog (1860-1865). Dat werk dateert van 1975 en was vrijwel onvindbaar geworden. Eind vorig jaar werd het echter opnieuw uitgegeven. Op een toegankelijke manier doorprikt Venner enkele hardnekkige mythes over de Amerikaanse burgeroorlog. Bij het losbreken van het conflict in 1861 herbergden de VS in werkelijkheid twee staten die vooral in naam verenigd waren. "De tegenstellingen doen zich op zowat alle gebieden voor", oreert hij. "De bevolking, de tradities, de beschaving, het klimaat en vooral de economie." Maar het draaide om andere belangen, in die mate dat de slavernij, steevast als dé oorzaak van het conflict naar voren geschoven, in werkelijkheid een veeleer marginaal verhaal was in deze context. De feiten zijn wat ze zijn, maar, zo stelt hij, dan moeten we ook alle feiten op een correcte manier beoordelen. Een realiteit is meer dan een amalgaam van excessen. Hij deinst er niet voor terug de slavernij in het zuiden als een sociaal veeleer dan een raciaal gegeven te bestempelen. En precies daarom lag de afschaffing zo moeilijk. Het is een originele invalshoek voor dit moordende conflict - een derde meer doden dan tijdens de Tweede Wereldoorlog, en dat voor een bevolking die slechts een zevende bedroeg van 1940. De bescheiden omvang van het boek maakt het laagdrempelig. Maar de beknoptheid van het werk - experts zijn het erover eens - doet geen afbreuk aan de wetenschappelijke correctheid ervan. Hij sluit af met nog zo'n thema dat doorheen de jaren erg controversieel werd. De fameuze Ku Klux Klan (KKK) was aanvankelijk een organisatie om blanke vrouwen te beschermen tegen de mogelijke verkrachtingen door zwarte mannen. Die werden volgens de zuiderlingen al te snel vrijgesproken door een rechtbank. Dominique Venner, Le blanc soleil des vaincus. L'Epopée sudiste et la Guerre de Sécession, Via Romana, 2015, 362 blz., 24 euro MICHAËL VANDAMME