Liefhebbers van frisdrank in Brisbane zouden in 2023 mee kunnen helpen om de klimaatverandering tegen te gaan. Tegen het einde van dat jaar zullen de voertuigen die hun drankjes leveren misschien niet langer voor het klimaat nefaste broeikasgassen uitstoten. PepsiCo Australia, de plaatselijke afdeling van de grootste leverancier van snacks en drank ter wereld, wil proefdraaien met vrachtwagens die niet worden aangedreven door een vervuilende dieselmotor, maar door brandstofcellen: apparatuur die waterstof omzet in elektriciteit en daarbij enkel stoom uitstoot.
...

Liefhebbers van frisdrank in Brisbane zouden in 2023 mee kunnen helpen om de klimaatverandering tegen te gaan. Tegen het einde van dat jaar zullen de voertuigen die hun drankjes leveren misschien niet langer voor het klimaat nefaste broeikasgassen uitstoten. PepsiCo Australia, de plaatselijke afdeling van de grootste leverancier van snacks en drank ter wereld, wil proefdraaien met vrachtwagens die niet worden aangedreven door een vervuilende dieselmotor, maar door brandstofcellen: apparatuur die waterstof omzet in elektriciteit en daarbij enkel stoom uitstoot. De voorstanders lopen over van enthousiasme, nu door een combinatie van geopolitieke en energietrends opnieuw alle aandacht naar waterstof gaat, een milieuvriendelijke brandstof die geproduceerd kan worden met de hulp van primaire energiebronnen. Waterstof heeft al een paar valse starts achter de rug. Twintig jaar geleden hebben Europese en Japanse autofabrikanten miljarden verspild in hun streven naar een passagiersvoertuig met brandstofcellen. Maar regeringen en beleggers zetten er hun geld op in dat het deze keer anders zal zijn. Een van de redenen daarvoor is de groeiende belangstelling om fossiele brandstoffen te vervangen door waterstof in de zware industrie, zoals de staalnijverheid. Dat zou de CO2-uitstoot verminderen en de energiezekerheid kunnen verhogen, omdat de afhankelijkheid van aardgas daardoor afneemt. De prijzen daarvan zijn torenhoog gestegen in de nasleep van de Russische invasie in Oekraïne. Milieuactivisten vinden het geweldig dat 'groene' waterstof geproduceerd kan worden met duurzame energie in elektrolysers - toestellen die elektriciteit gebruiken om water te splitsen in zuurstof en waterstof. Het gevolg daarvan is een piek in de wereldwijde productie van die toestellen, met zo'n 600 voorgestelde projecten, waarvan ongeveer de helft in Europa. Maar de olie-industrie ziet waterstof ook wel zitten, want 'blauwe' waterstof kan op een min of meer milieuvriendelijke manier geproduceerd worden met aardgas, als de methaanlekken tot een minimum beperkt blijven en de bijbehorende CO2-uitstoot afgevangen en opgeslagen wordt. In 2023 moet duidelijk worden of het vernieuwde enthousiasme voor waterstof een blijver is. Een wereldwijde recessie kan stevig het mes zetten in de financiering van nieuwe technologie, omdat bedrijven bezuinigen op investeringen en beleggers terugdeinzen voor risico's. Verstoorde toeleveringsketens kunnen ook roet in het eten gooien. Daardoor zag ITM Power, een vooruitstrevend Brits energiebedrijf, zich al genoodzaakt de plannen voor een verhoogde productie van elektrolysers terug te schroeven. Als reactie op de energiecrisis kunnen landen er ook voor kiezen voorrang te geven aan de verzekerde levering van vervuilende energiebronnen zoals steenkool, in plaats van nieuwe technologieën die meehelpen de klimaatverandering aan te pakken. Veel zal afgeleid kunnen worden uit het aantal elektrolyseprojecten dat daadwerkelijk van start gaat. Andy Marshall, directeur van het Amerikaanse Plug Power, een trendsetter in die industrie, voorspelt dat de wereldwijde verkoop van elektrolysers van bijna nul een paar jaar geleden zal stijgen tot 14,5 miljard euro in 2023. Bernd Heid van het consultancybureau McKinsey is ervan overtuigd dat het eerste groenewaterstofproject op een gigawattschaal volgend jaar groen licht zal krijgen. Het onderzoeksbureau BloombergNEF (BNEF) denkt dan weer dat de levering van elektrolysers in 2023 zal stijgen van de huidige 1 naar 2,4 à 3,8 gigawatt, voornamelijk in Azië. Maar ook in Europa wordt heel enthousiast gedaan over groene waterstof. "Europa heeft een heleboel projecten op stapel staan, maar in 2023 zal er eindelijk een in de praktijk omgezet worden", zegt Daryl Wilson van de Hydrogen Council. Hij verwacht dat de onzekerheid over de regelgeving die veel van die projecten heeft afgeremd, weggenomen zal worden. Heid voorspelt dat Europa de eerste wereldwijde veiling voor vraag en aanbod van waterstof zal uitvoeren, en dat de Europese Commissie in 2023 een Europese waterstofbank zal oprichten. Misschien, zoals de voorspellingen van BNEF suggereren, is het ook de moeite om Azië in de gaten te houden. China is op dit moment de grootste producent van elektrolysers, en het bureau voorspelt dat door de productie op te drijven het land tegen 2025 de kosten met 30 procent zal kunnen verminderen. India heeft plannen bekendgemaakt om zijn eigen groenewaterstofindustrie vooruit te helpen. Dat spoort westerse bedrijven aan om te proberen de productie van elektrolysers en waterstof daarnaartoe te verplaatsen. Het Indiase Greenko, een bedrijf dat gaat voor duurzame-energiebronnen, denkt dat het door de samenwerking met de grote Belgische elektrolyserfabrikant John Cockerill tegen het einde van 2023 de goedkoopste ammoniak (een brandstof die gewonnen wordt uit waterstof) ter wereld zal produceren. De Indiase start-up homiHydrogen is van plan tegen die tijd elektrolysers af te leveren die "voor 98 procent van Indiase makelij" zijn. Maar de grootste stimulans om waterstof erdoor te duwen in 2023 zal een vloedgolf aan overheidsgeld zijn in Amerika. De Inflation Reduction Act, die in feite een wet over de klimaatverandering is, schenkt een subsidie van maar liefst 3 dollar per kilo voor groenewaterstofprojecten. In tegenstelling tot de Europese wirwar van regels is het waterstofbeleid van Amerika helder en buitengewoon aantrekkelijk, zeggen experts. Verscheidene groenewaterstofprojecten die momenteel de concurrentie niet kunnen aangaan met meer vervuilende vormen van waterstof (die gewoonlijk zo'n 2 dollar per kilo kosten), zullen ineens kunnen genieten van kosten onder 1 dollar per kilo. In zonovergoten of winderige gebieden zullen de kosten misschien zelfs onder nul duiken. Heid voorspelt dat Amerika haasje-over zal spelen met Europa en meer waterstofprojecten zal kunnen binnenhalen, waarbij het totaal aan investeringen tegen 2030 de grens van 100 miljard euro zou kunnen ronden. De wereldwijde race naar waterstof is in een stroomversnelling beland, en het ziet ernaar uit dat 2023 een allesbepalend jaar zal worden.