Toen industrieel ingenieur Bert Bernolet in 2006 door Togo reed, zag hij hoe kinderen 's avonds hun huiswerk niet kunnen maken en gezinnen niet kunnen koken doordat het er tegen zes uur al pikdonker is. Heel wat dorpen in Togo zijn niet aangesloten op het elektriciteitsnet en de olielampen die ze gebruiken, zijn vervuilend en geven niet veel licht. Zijn vroegere hogeschool, Kaho Sint-Lieven, schonk hem een zonnepaneel dat hij in een ziekenhuis installeerde. "De impact van die paar lampen was zo groot, dat ik meer wilde doen", zegt Bernolet. Hij kreeg een project goedgekeurd bij het Energy Assistance-programma van Electrabel. In 2007 ging hij als werknemer aan de slag bij het Waregemse zonne-energiebedrijf Enfinity. "Ik ben er zeven maanden gebleven, leerde er veel bij over zonne-energie, maar het idee van een project met zonnepanelen in Afrika liet me niet los." De twee oprichters van Enfinity besloten Bernolet te helpen (zie kader Op zoek naar alternatieve financiering).
...

Toen industrieel ingenieur Bert Bernolet in 2006 door Togo reed, zag hij hoe kinderen 's avonds hun huiswerk niet kunnen maken en gezinnen niet kunnen koken doordat het er tegen zes uur al pikdonker is. Heel wat dorpen in Togo zijn niet aangesloten op het elektriciteitsnet en de olielampen die ze gebruiken, zijn vervuilend en geven niet veel licht. Zijn vroegere hogeschool, Kaho Sint-Lieven, schonk hem een zonnepaneel dat hij in een ziekenhuis installeerde. "De impact van die paar lampen was zo groot, dat ik meer wilde doen", zegt Bernolet. Hij kreeg een project goedgekeurd bij het Energy Assistance-programma van Electrabel. In 2007 ging hij als werknemer aan de slag bij het Waregemse zonne-energiebedrijf Enfinity. "Ik ben er zeven maanden gebleven, leerde er veel bij over zonne-energie, maar het idee van een project met zonnepanelen in Afrika liet me niet los." De twee oprichters van Enfinity besloten Bernolet te helpen (zie kader Op zoek naar alternatieve financiering). Op 1 januari 2008 richtte Bert Bernolet het project Solar Zonder Grenzen op binnen zijn vzw BISZ. Hij kreeg niet alleen financiële steun van Enfinity, maar ook van het Tiense Photovoltech- inmiddels failliet - en veel andere bedrijven in de toen boomende markt van de zonne-energie. Solar zette in elf landen, van Togo tot Tadzjikistan, 21 projecten op. "We stuurden de zonnepanelen, bouwden de installatie en gaven opleidingen, maar na vier jaar is zo'n batterij kapot", zegt Bert Bernolet. "Ik wilde graag een duurzamere aanpak. We hebben daarom in Togo, samen met de lokale ngo Cado, een fabriekje opgestart met een assemblagelijn voor zonnepanelen, zonnelampen en regelaars. We kozen Togo omdat de behoefte daar het grootst is. Zelfs de hoofdstad zit geregeld drie dagen zonder elektriciteit." De lampen die in de lokale productie-eenheid in Togo werden gemaakt, bleken echter te duur voor de klanten. Die moesten zich een heuse solarkit aanschaffen met een zonnepaneel, een batterij, lampen en een gsm-oplader. Bernolet werkte daarom samen met de Vlerick Management School, die een aantal studenten ter plekke stuurde om het probleem te bestuderen. Uit de vier strategieën die Vlerick voorstelde, koos Solar Zonder Grenzen voor de ontwikkeling van een verhuursysteem: door lampen te verhuren in plaats van ze te verkopen, kon de prijs voor de klant worden verlaagd. De puzzelstukjes vielen helemaal op hun plaats, toen Solar Zonder Grenzen het verhuursysteem koppelde aan het concept van zonnekiosken dat Bernolet had gezien bij Equinox, een non-profitorganisatie van het Empirial College of London. Dat ontwierp een batterijdoos die kan worden opgeladen met zonne-energie. "Maar hun oplossing is vrij duur en daarom enkel geschikt voor lokale ondernemers, zoals een kapper, en niet voor particulieren", zegt Bernolet. "We ontwikkelden daarom een goedkoper product voor de arme dorpsbewoners: de kalebaslamp." De lampekap is een halve kalebas die wordt opgehangen aan een riempje gemaakt uit tweedehandse autobanden. Het peertje is een half colablikje waarvan de onderkant is vervangen door plastic. In het colablikje steken een ledlampje en een batterij. De zonnekiosk is meestal het huis van een lokale ondernemer. Op het dak wordt een zonnepaneel bevestigd, dat is verbonden met een batterij. Aan een wand hangt een vijftigtal lampen, die met een door Solar ontworpen oplader worden opgeladen met zonne-energie. "De klant huurt de kalebaslamp, die elf uur licht geeft, voor 1,5 euro per jaar. Telkens als hij de batterij in de zonnekiosk gaat opladen, betaalt hij 0,07 euro", zegt de industrieel ingenieur. "De zonnelamp is daardoor goedkoper dan olielampen of goedkope zaklampen." De bevolking van het dorp betaalt de zonnekiosk dus zelf af. De lokale ondernemer betaalt een instapbedrag van 45 euro en leaset de installatie voor 11,25 euro per week. Na 1,9 jaar is de investering van Solar Zonder Grenzen terugbetaald. De winst wordt gebruikt voor de bouw van nieuwe kiosken. "Zo hopen we een sneeuwbaleffect op gang te brengen", zegt de Bruggeling. Solar Zonder Grenzen won met het project Zonnekiosken voor Togo in april de eerste beurs van de Nyrstar Foundation, een liefdadigheidsorganisatie die het zinkbedrijf Nyrstar in 2011 oprichtte. De beurs bestaat uit een geldbedrag van 25.000 euro en een jaar lang ondersteuning bij het project. Zo hielp een bekend consultancybedrijf met het uitschrijven van het businessplan. Solar Zonder Grenzen wil zich volgend jaar omvormen tot een coöperatieve vennootschap (cvba), zodat het kapitaal kan aantrekken door aandelen te verkopen. "We mikken op een dividend tussen 4,5 en 6 procent per jaar, maar het blijft uiteraard een sociaal project", zegt Bernolet. In januari opende de eerste testkiosk in het Togolese Avédjé. De Gentse kunstenwerkplaats Timelab heeft de lamp ondertussen verfijnd en sinds begin september is een vrijwilliger in Togo de eerste zes zonnekiosken aan het opstarten. Tegen het eind dit jaar moeten ze operationeel zijn. BENNY DEBRUYNE