Het effect van de steunmaatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid die de Europese lidstaten sinds 1995 hebben genomen is nog niet becijferd. We weten echter wel dat de landen die effectief maatregelen hebben genomen, dat bijna altijd deden binnen de richtlijnen die destijds werden opgesteld. België heeft de Maribel-operatie een aantal malen moeten overdoen, maar uiteindelijk hadden we de juiste techniek beet en hoefden de bedrijven de ontvangen steun niet meer terug te betalen.
...

Het effect van de steunmaatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid die de Europese lidstaten sinds 1995 hebben genomen is nog niet becijferd. We weten echter wel dat de landen die effectief maatregelen hebben genomen, dat bijna altijd deden binnen de richtlijnen die destijds werden opgesteld. België heeft de Maribel-operatie een aantal malen moeten overdoen, maar uiteindelijk hadden we de juiste techniek beet en hoefden de bedrijven de ontvangen steun niet meer terug te betalen. Hoe het ook zij, de werkloosheid in de Europese Unie is op vijf jaar tijd gedaald van 10,7% tot 8,3% in 2000. Dit jaar zouden we net onder de 8% moeten eindigen. In haar evaluatierapport over de toepassing van de werkgelegenheidssteun schrijft de Europese Commissie de lagere werkloosheid op de eerste plaats toe aan de algemene verbetering van de economische situatie, de introductie van de euro en een reeks maatregelen in het kader van het 'proces van Luxemburg'. Dat is een werkmethode die in 1997 tijdens de top van regeringsleiders werd uitgedacht om ook echt wat aan het probleem van de werkloosheid te doen. Men wisselt tussen de landen gegevens uit over succesvolle maatregelen en legt elk jaar een tewerkstellingsplan voor dat op realisaties wordt getoetst. Wie er niets van bakt, staat tijdens de evaluatieronde met de billen bloot. Deze methode leek meer effect te hebben dan puur financiële steunoperaties. De bedoeling van het proces van Luxemburg was de inzetbaarheid van de werkzoekenden te vergroten, het ondernemerschap te stimuleren, het aanpassingsvermogen van de ondernemingen en hun werknemers aan te moedigen en de gelijke kansen van mannen en vrouwen te versterken. Daaraan is gewerkt, met resultaat, maar de job is nog niet af. Veel lidstaten blijven steun verlenen aan bedrijven die werknemers uit zogenaamde kwetsbare categorieën in dienst nemen. En dus zijn Rosetta en andere plannen perfect doenbaar, ook al vindt Vlaanderen dat het probleem in zijn regio beter anders zou worden aangepakt. Daarbij mogen we niet vergeten dat maatregelen die van meer algemene aard zijn of die, zoals het Rosetta-plan, over het hele grondgebied van de lidstaat gelden, minder risico inhouden om achteraf door de Commissie als concurrentieverstorend bestempeld te worden, met terugbetaling van de gekregen steun tot gevolg. Toegelaten steun. Wat zorgt in principe niet voor problemen? Steun voor de nettoschepping van nieuwe banen (effectieve personeelsuitbreiding) in kleine en middelgrote ondernemingen en in alle ondernemingen die zijn gevestigd in gebieden die in aanmerking komen voor regionale steun wegens de erg lage levensstandaard of de zeer hoge werkloosheid. Steun om het opstarten van nieuwe activiteiten te vergemakkelijken, is onder bepaalde voorwaarden ook toegelaten.Steun voor indienstneming van kwetsbare groepen in alle ondernemingen, als daardoor extra werkgelegenheid wordt geschapen of als het gaat om de vervanging van werknemers die het bedrijf vrijwillig verlaten.Steun voor arbeidsverdeling (zoals duobanen), maar de steun mag niet resulteren in een toename van het aantal gewerkte uren. Een veertigurenjob kan eventueel worden gesplitst in een vijftien- en een 25-urentaak, maar niet in een twintig- plus een dertigurenjob.Over het algemeen hebben de EU-landen goed begrepen wat mag en kan, want jaarlijks wordt slechts een tiental dossiers aan een grondiger onderzoek onderworpen. Wie enige twijfel heeft, licht de Commissie vooraf in over de plannen. Het Verenigd Koninkrijk doet dat voor het New Deal-plan, Frankrijk voor de financiële maatregelen bij het einde van de loopbaan, België voor Maribel quater en Zweden voor een plan voor belastingvermindering ten gunste van buitenlandse deskundigen. De lidstaten zelf hebben ook weinig problemen met de algemene regeling, want zelfs de 'regionale' maatregelen in landen met een gedecentraliseerd bestuur zoals Duitsland konden zonder moeilijkheden doorgevoerd worden. De minimis. Wat de zaken ook vergemakkelijkt, is de de-minimisregel die in maart 1996 werd uitgevaardigd en waarbij "steun aan ondernemingen ten belope van 100.000 euro over een periode van drie jaar niet wordt beschouwd als een maatregel met een aanmerkelijk effect op het handelsverkeer en de mededinging tussen de lidstaten." Met die 4 miljoen frank kun je een bedrijf al behoorlijk helpen met het aanwerven van bijkomend personeel. Een herziening van de richtsnoeren over werkgelegenheidssteun zou enkele zaken moeten verduidelijken. Zo blijft steun voor arbeidsplaatsen in het kader van nieuwe investeringen een moeilijk punt. De twee moeten gescheiden blijven en daarom zou de hulp voor de tewerkstelling rechtstreeks niets te maken mogen hebben met het voornemen om te investeren, hoewel beide bijna automatisch worden gekoppeld. Men kan dit zeker boekhoudkundig oplossen, maar in de praktijk zal er weinig veranderen.Ingrijpender kunnen de voostellen zijn om de steunplafonds en de voorwaarden te kwantificeren. De huidige richtlijnen leggen geen beperkingen op aan de hoogte van de steun (zolang die de concurrentie maar niet vervalst) noch aan de duurtijd. Het enige wat men zegt, is dat de steun tijdelijk moet zijn. Er zijn ook geen voorwaarden in verband met de minimumduur van de tewerkstelling of de soort contracten (tijdelijke, van bepaalde of onbeperkte duur) waarvoor ze gelden. Die zijn er dan weer wel voor werkgelegenheidssteun in het kader van nieuwe investeringen.De Commissie wil ook de term 'kwetsbare groepen' nauwkeuriger omschrijven. Ze heeft vastgesteld dat bijvoorbeeld de leeftijdsgrens voor 'jongeren' in Europa duidelijk uiteenloopt. Als wij het in België regionaal gaan aanpakken, kunnen we voorlopig ook daar nog het verschil maken.De auteur is sinds 1990 European Affairs Officer bij Ford Motor Company en was voordien actief in de pers en de financiële wereld.huib crauwels