De cc's zijn niet meer weg te denken uit het autolandschap. Die 'coupé-cabriolets', zoals ze werden gevulgariseerd door Peugeot, met hun metalen klapdak: 's zomers rij je met een echte cabrio en tijdens de winter met een auto waarvan je eigenlijk niet merkt dat het om een dakloze gaat, want met die metalen sluiting voelt hij aan als een echte cabrio. Dat had inderdaad een vulgariserend effect, want trok potentiële klanten over de streep die argwanend stonden tegenover een stoffe...

De cc's zijn niet meer weg te denken uit het autolandschap. Die 'coupé-cabriolets', zoals ze werden gevulgariseerd door Peugeot, met hun metalen klapdak: 's zomers rij je met een echte cabrio en tijdens de winter met een auto waarvan je eigenlijk niet merkt dat het om een dakloze gaat, want met die metalen sluiting voelt hij aan als een echte cabrio. Dat had inderdaad een vulgariserend effect, want trok potentiële klanten over de streep die argwanend stonden tegenover een stoffen dak. Dat nog altijd een beetje de reputatie heeft van lawaaierig en koud, tijdens de winter. Premiummerken blijven evenwel vaak voor een stoffen dak kiezen. Daar zijn twee redenen voor. Ten eerste zorgt een metalen dak er vaak voor dat de achtersteven van de auto groter wordt, je hebt immers plaats nodig om die constructie op te bergen. En dat kan de lijn van de auto ontsieren. In het geval van deze E speelde dat esthetische element trouwens mee. Ten tweede is de argwaan voor het stoffen dak nu toch al sinds enige tijd verspilde negatieve energie. Zeer zeker in deze nieuwe cabrioversie van de E-klasse: de kwaliteit van de afwerking bereikt zelden geziene hoogten. Zozeer dat een metalen constructie hier helemaal geen verschil zou maken, qua geluidsisolatie en comfort, om tijdens de winter de indruk te wekken dat je met een 'gewone' auto op weg bent. Zelfs bij wat in onze contreien als onwelvoeglijk hoge snelheden geldt, kan je met gesloten dak in de E cabrio perfect met de gsm telefoneren. Maar een cabrio dient vooral om 'open' te rijden, en dat is een feest in deze E-klasse. Mercedes pakt hier immers uit met het zogenaamde 'Air-cap'-systeem, dat de luchtwervel voor een groot deel wegneemt. Op zich niet eens zo hoogtechnologisch: een klein windnet bovenop de voorruit dat je kunt laten uitklappen, en eentje tussen de hoofdsteunen achteraan. Maar het resultaat is duidelijk merkbaar, nog meer voor de passagiers achterin dan voor de bestuurder en zijn buur, zozeer dat je zelfs geen pet meer moet opzetten om open te rijden. Leuk voor cabriorijders die juist wel van de luchtwervel houden: je kunt het systeem, dat in België standaard gemonteerd is, ook uitschakelen. En dan voelt het weer wat meer haren in de wind aan. Opvallend tijdens de test was het lage verbruik van de modellen. Met de 250 CDi, een turbodiesel met een vermogen van 204 pk, bleven we in de buurt van zeven liter, wat knap is. Jo Bossuyt