In debatten met ondernemers horen politici de voorbije maanden vaak hetzelfde verhaal: geef ons een perspectief op lange termijn. Zeg dat u de loonkosten de komende jaren in stappen verlaagt en het ondernemersvertrouwen zal toenemen. De aanwervingen volgen dan automatisch.
...

In debatten met ondernemers horen politici de voorbije maanden vaak hetzelfde verhaal: geef ons een perspectief op lange termijn. Zeg dat u de loonkosten de komende jaren in stappen verlaagt en het ondernemersvertrouwen zal toenemen. De aanwervingen volgen dan automatisch. Volgens vicepremier Alexander De Croo (Open Vld) heeft de regering deze boodschap begrepen en wordt met het concurrentiepact tegemoetgekomen aan de verzuchtingen van de ondernemers. De lasten op arbeid worden de komende jaren in schijven verlaagd: telkens 450 miljoen euro in 2015, 2017 en 2019. Toch is de kans klein dat deze maatregel bedrijven ertoe aanzet mensen aan te werven, laat staan dat dit buitenlandse investeerders naar België lokt. Om te beginnen, is het niet duidelijk hoe die lastenverlagingen gefinancierd worden. Via een vermindering van uitgaven? Of via extra belastingen? Dat is werk voor na de verkiezingen, als de volgende regering aan zet is. Wie met bedrijfsleiders spreekt, hoort steevast bezorgdheid: de lastenverlaging wordt via allerlei taksen toch door de bedrijven betaald. Maar vooral, die 1,35 miljard euro aan lastenverlagingen is slechts een klein deel van de loonkostenhandicap met onze buurlanden. Volgens het rapport van de experts van het Planbureau bedraagt die 16 procent. Op een totale loonmassa van 135 miljard euro is dat 22 miljard euro. De loonkloof sinds de wet op het concurrentievermogen in 1996 bedraagt bijna 7 miljard euro. Die 1,35 miljard euro is een peulschil in vergelijking met de totale weg te werken handicap. Wat nu voorligt, kan moeilijk een concurrentiepact worden genoemd. Het moet het doel van de regering zijn om de totale handicap van 16 procent weg te werken. Deze ambitie heeft de regering-Di Rupo nooit gehad. Ook het imbroglio aan allerlei kleine maatregelen ergert. Kortingen voor lage lonen, kortingen voor bepaalde sectoren, voor nacht- en ploegenarbeid... Een kat vindt er haar jongen niet meer in terug. Het beste signaal is en blijft een lineaire lastenverlaging, eventueel gespreid in de tijd. In de overheidsfinanciën kan dat gefinancierd worden door het wegwerken van allerlei verlaagde btw-tarieven en het snijden in de uitgaven. Zo'n duidelijk perspectief, zoals het een paar weken geleden op het Voka-congres werd voorgesteld, zal buitenlandse investeerders naar België lokken. De regering-Di Rupo denkt daarentegen dat de concurrentiekracht door een paar kleine stapjes als vanzelf herstelt. De loondrift in onze buurlanden moet ons dan een extra duwtje in de rug geven. Denken we maar aan het minimumloon dat er in Duitsland zit aan te komen. Maar zelfs met een minimumloon van 8,5 euro per uur blijven laaggeschoolde Duitse werknemers nog een pak goedkoper dan de Belgische. Een recente studie van Deutsche Bank toont aan dat de Duitse regering een royalere loonpolitiek onmiddellijk bijstuurt als blijkt dat de bedrijven marktaandeel verliezen. België zal zijn concurrentiepositie alleen met een schoktherapie kunnen herstellen. Maar dan moeten de beleidsmakers uit de ontkenningsfase raken. ALAIN MOUTON, Redacteur TrendsDe regering-Di Rupo denkt dat de concurrentiekracht door een paar ingreepjes als vanzelf herstelt.