Na een aantal euforische opflakkeringen zouden de Aziatische financiële markten meer differentieel moeten geworden zijn. De investeerders hadden de landen moeten belonen waar het economisch weefsel nog grotendeels intact gebleven was, en ze hadden die landen moeten straffen die de problemen lieten aanslepen en schoorvoetend overgingen tot hervormingen. Maar dat is niet wat er gebeurde, althans tot voor kort niet. Toegegeven, er zijn af en toe oprispingen van gedifferentieerde prestaties geweest in alle beleggingsklassen, maar het maakte weinig verschil uit waar u uw geld plaatste.
...

Na een aantal euforische opflakkeringen zouden de Aziatische financiële markten meer differentieel moeten geworden zijn. De investeerders hadden de landen moeten belonen waar het economisch weefsel nog grotendeels intact gebleven was, en ze hadden die landen moeten straffen die de problemen lieten aanslepen en schoorvoetend overgingen tot hervormingen. Maar dat is niet wat er gebeurde, althans tot voor kort niet. Toegegeven, er zijn af en toe oprispingen van gedifferentieerde prestaties geweest in alle beleggingsklassen, maar het maakte weinig verschil uit waar u uw geld plaatste.Ongetwijfeld kan een deel daarvan toegeschreven worden aan de snelheid en de richting waarmee de regio zich herstelde. We moeten evenwel opmerken dat er stilaan verschillen in economische prestaties beginnen op te duiken en dat die steeds meer tot uiting zullen komen in de prijzen van de financiële waarden. De verhandelingspatronen zijn in de voorbije maand meer divers geworden.Ik wil daaraan toevoegen dat de omstandigheden nog steeds verre van ideaal zijn om zomaar macroweddenschappen te plaatsen. Hoewel de monetaire omstandigheden nonchalant blijven, kan de herneming van reële economische activiteit met de financiële markten beginnen concurreren over de financiële middelen. Transacties afsluiten in een institutionele omvang blijft inmiddels problematisch en de liquiditeit zal waarschijnlijk verder opdrogen, naarmate de zin voor risiconeming zal dalen in afwachting van Y2K en de beleggers die uit zijn op bonussen zich zullen vastpinnen op rendementen. En dan blijft er de grote onbekende: wanneer zal de Amerikaanse luchtbel (sorry, New Age) -economie beginnen leeglopen ?Het is nooit gemakkelijk een luchtbel aan banden te leggen en mijn (leken-)vermoeden is dan ook dat de Amerikaanse interesten iets meer de hoogte in zullen moeten dan verwacht wordt. Herinner u dat de Bank van Japan in de periode 1989-1990 de officiële discontovoet vijf keer moest optrekken, van 2,5 naar 5%, voor de boodschap echt doordrong. Het gevaar is niet zozeer dat de Aziatische renten - die van Hongkong niet te na gesproken - de Amerikaanse zullen moeten volgen, maar dat de ontsporing van de Amerikaanse goudlokje-economie het herstel van de regio ernstig kan verstoren. Wat er ook van zij, de enige echt gekende factor op dit ogenblik is dat elke analist die het in de voorbije jaren waagde de piek van de Amerikaanse hausse te voorspellen, langs de voordeur naar buiten gedragen werd. Dus welke landen en kapitaalmarkten zullen hun houdbare prestaties zien vooruitgaan, en welke zullen blijven haperen ?Naast historisch lage intereststructuren en een merkelijk betere toestand van de betalingsbalansen, beginnen de links tussen handel en investeringen in de regio nu in elkaar te grijpen. Dat leidt tot een ondersteuning van zowel de sterken als de zwakkeren. Ook al komt een groot deel van de gemelde groei in de regio neer op een inhaalbeweging komende van een laag niveau - in sommige gevallen dan nog geholpen door stoute statistici die de basis van vorig jaar naar beneden trekken om de vergelijkingen er nog flatteuzer op te maken - er is hoegenaamd geen sprake van dat alle landen al teruggekeerd zijn naar het productieniveau van voor de crisis, laat staan dat ze het overtroffen zouden hebben.Het lijdt geen twijfel dat als de externe omgeving een ruggensteun blijft geven, de groei zal aanhouden. Maar u moet zich er wel aan verwachten dat de snelheid van die groei zal variëren naargelang de toestand van de financiële en industriële sectoren. De omstandigheden moeten normaal gezien die landen blijven bevoordelen die tevoren geen bankcrisis hebben gekend - zoals Singapore en Taiwan - of diegene die al een heel eind op weg zijn om hun boeltje op te kuisen - zoals Zuid-Korea en Maleisië. Ook Hongkong valt in die eerste categorie, maar zijn nauwere banden met de Amerikaanse monetaire politiek en de onzekerheden in China maken het leven moeilijk.Een tweede groep bestaat uit landen die nooit een echte baisse meemaakten, maar om te beginnen al niet gezond waren: China, India en de Filipijnen.China heeft zich over de voorbije drie jaar verwonderlijk goed uit de slag getrokken en kan nog steeds uit de penarie geholpen worden door een boom van de wereldeconomie. Maar in afwezigheid van externe stimuli beginnen de middelen waarover de regering beschikt om de binnenlandse economie weer aan te zwengelen, stilaan uitgeput te geraken. De mogelijkheid dat China een regionale ontwrichting zou teweegbrengen, blijft dan ook bestaan. Wat India en de Filipijnen betreft: zij kunnen hun voordeel halen uit de wereldwijde technologiecyclus en verbeteringen in de landbouw, ook al beantwoorden hun regeringen en beleidsopties vaak niet helemaal aan de verwachtingen.Het is moeilijk om even enthousiast te zijn over Thailand en vooral Indonesië. Zelfs indien we afstand nemen van de politieke moeilijkheden in dat laatste land, zullen de zuivere omvang van de slechte schuldenstructuur in beide financiële systemen, de povere kwaliteit van de activa die die schulden moeten dekken en de herstructureringsmethoden die vaak aangewend worden - nationaliseringen a pari of louter een verlenging van de terugbetalingstermijn - nog jarenlang een rem vormen op de groei. Aan die categorie moet ik eveneens Japan toevoegen. Uiteraard beschikt Japan over iets meer dan een paar degelijke ondernemingen en er bestaat weinig twijfel over dat - op micro-economisch niveau - heel wat beleggers besloten hebben niet te blijven wachten tot de regering hen het beloofde land binnenvoert. Daartegenover staat echter de dreiging van een demografische nachtmerrie en een achtergrond van openbare schuld die landen als Italië en België er doet uitzien als modellen van budgettaire deugdzaamheid. Het verhaal van de micro-herstructurering lijkt aanlokkelijk, maar de langetermijnproblemen waarmee de economie en de obligatiemarkt te kampen hebben, blijven enorm.