De beurzen lieten in de eerste vijf maanden van 2014 een winst van enkele procenten optekenen. De Stoxx 600, de uitgebreide Europese index, steeg met 5 procent. Maar dat vrij stabiele gemiddelde verbergt sectorprestaties die sterker uiteenlopen. In Europa doet de best presterende sector -- de nutsbedrijven, met elektriciteits-, gas- en milieuondernemingen -- het 16 procent beter dan de hekkensluiter -- de distributiesector. We moeten al teruggaan tot 2004 om nog zo'n klein verschil tussen de eerste en de laatste sector te vinden. Het wijst erop dat de markten moeite hebben om uitgesproken posities in te nemen.
...

De beurzen lieten in de eerste vijf maanden van 2014 een winst van enkele procenten optekenen. De Stoxx 600, de uitgebreide Europese index, steeg met 5 procent. Maar dat vrij stabiele gemiddelde verbergt sectorprestaties die sterker uiteenlopen. In Europa doet de best presterende sector -- de nutsbedrijven, met elektriciteits-, gas- en milieuondernemingen -- het 16 procent beter dan de hekkensluiter -- de distributiesector. We moeten al teruggaan tot 2004 om nog zo'n klein verschil tussen de eerste en de laatste sector te vinden. Het wijst erop dat de markten moeite hebben om uitgesproken posities in te nemen. De beste twee van de negentien sectoren waren in 2004 dezelfde als vandaag: vastgoed en nutsbedrijven, maar dan in de omgekeerde volgorde. De index steeg toen in de eerste vijf maanden van het jaar ook met 3,5 procent, tegenover 4,9 procent in 2014. Maar daar stoppen de vergelijkingen. Tien jaar geleden was het herstel van de beurzen nog zeer wankel, zoals blijkt uit de daling van de verzekeringssector. De bedrijven in die branche zijn traditioneel gevoelig voor de evolutie van de markten door de omvang van hun beleggingsportefeuilles, die in grote mate bijdragen tot hun resultaten. In de afgelopen vijf jaar is de sector die in de eerste vijf maanden van het jaar de beste prestatie neerzette, telkens doorgegaan op zijn elan. In vier op de vijf jaren werd de index verslagen, wat een goed teken is voor de nutsbedrijven. Tussen 2004 en 2008 waren de statistieken lang niet zo gunstig. In 2008 was de grondstoffensector, waar extreme schommelingen wel vaker voorkomen, eind mei het nummer één, met een stijging van 9 procent, terwijl hij tegen eind december was teruggezakt naar de laatste plaats, met een verlies van 64 procent over twaalf maanden. In dat opzicht is de evolutie van de slechtst presterende sector zelfs nog duidelijker, met een underperformance in de afgelopen zeven jaar. Dat is dus slecht nieuws voor de distributeurs, tenzij ze erin slagen het huzarenstukje te herhalen van de grondstoffensector in 2004 (+14 % tussen juni en december) of de transport- en de vrijetijdssector in 2006 (+27 % tussen juni en december). Ook al kunnen de prestaties van de eerste maanden van het jaar een goede indicator zijn, toch doen beleggers er verstandig aan ze niet blind te volgen. Wij hebben een analyse gemaakt voor de twee beste en de twee slechtste sectoren in de eerste vijf maanden van 2014. De stijging van de nutsgroepen -- hoofdzakelijk elektriciteit en gas -- op de beurs is vooral te danken aan de inhaalbeweging die de sector maakt. Terwijl de Europese markten de afgelopen vijf jaar met ruim 60 procent zijn gestegen, zijn de nutsbedrijven blijven stilstaan. De kwartaalresultaten pleiten niet in hun voordeel: de bedrijfswinst van GDF Suez is met 15 procent teruggevallen en de nettowinst van het Duitse E.On moest 61 procent prijsgeven. Toch lijken beleggers erop te vertrouwen dat de sector zijn problemen kan oplossen. Het herstel van de conjunctuur doet de hoop op een stabilisatie van het elektriciteitsverbruik weer toenemen, na de daling van de afgelopen jaren. Dat moet de prijzen doen herstellen, want de ontwikkeling van hernieuwbare energie heeft de elektriciteitsmarkt uit balans gebracht. Volgens de CREG is de prijs van elektriciteit (exclusief belasting en transport) in België vorig jaar gedaald met 24 procent. Heel wat gascentrales zijn daardoor niet meer rendabel, wat heeft geleid tot sluitingen. De exploitanten hebben aan de alarmbel getrokken. Volgens hen is er een risico op black-outs, omdat de elektriciteitsvoorziening steeds afhankelijker is van hernieuwbare energie. Zo hebben enkele landen al maatregelen genomen om spelers te belonen die onderbenutte capaciteit beschikbaar houden. In België beheert Elia een reserve waarmee de exploitanten worden gesubsidieerd om hun installaties draaiend te houden -- een systeem dat ook in andere landen bestaat. Maar die maatregelen kunnen de moeilijkheden van de sector in Europa niet verdoezelen. De ontwikkeling van hernieuwbare energie lijkt door te zetten, zelfs na het afbouwen van de subsidies. Tegelijk hebben veel groepen de jongste jaren de voorkeur gegeven aan steenkoolcentrales. Die zijn minder duur dan gascentrales, maar ze zijn vervuilender, wat een financieel risico inhoudt door de CO2-emissierechten. RWE schat dat zijn factuur oploopt tot 2,5 miljard euro tegen 2016. Ten slotte zien de energiegroepen hun schuldenlast aanzienlijk toenemen door de daling van hun resultaten. GDF Suez torst bijvoorbeeld een nettoschuld van 26,7 miljard euro, die het in 2013 alleen kon verlichten door activiteiten te verkopen en een boekhoudkundige operatie door de voeren via de uitgifte van hybride effecten, om klassieke obligaties terug te betalen. De nutssector biedt dus nauwelijks garanties op lange termijn, maar zal beleggers op zoek naar goedkope waarden wellicht blijven aantrekken -- tenminste, zolang de beurzen stijgen. Advies korte termijn: gaat mogelijk door op zijn elan Advies lange termijn: de risico's blijven groot De vastgoedsector, die traditioneel vrij discreet is, laat zich dit jaar van zijn beste kant zien en slaagt erin beleggers die op zoek zijn naar rendement naar zich toe te lokken. Veel waarden bieden een dividendrendement van meer dan 5 procent; bij de bevak Cofinimmo is dat zelfs 6,1 procent bruto. Door de matige prestaties van de sector de afgelopen jaren zijn er ook geen risico's op een overwaardering, zoals voor de crisis in 2006. In die tijd noteerde Cofinimmo tegen een premie van 40 procent tegenover zijn intrinsieke waarde, terwijl het aandeel vandaag wordt verhandeld met een lichte korting. Door het conjunctuurherstel in Europa zal de leegstand van verhuurd vastgoed wellicht een beetje afnemen. De sector lijkt zo op zijn elan te kunnen doorgaan, al is het belangrijk de juiste aandelen te kiezen. Het vooraanstaande JM AB lijkt bijvoorbeeld kwetsbaar voor een correctie van de huizenprijzen in Zweden. RBS maakt zelfs gewag van een onvermijdelijke crash. Advies korte termijn: rendement blijft goed Advies lange termijn: referentieaandelen maar slechts gemiddelde koersprestaties Dat de technologiewaarden in Europa bij de slechtste sectoren behoren, is geen verrassing, gezien de correctie van de Amerikaanse technologiebeurs Nasdaq. Toch is de Stoxx 600 Technology veel traditioneler dan zijn Amerikaanse tegenhanger, omdat er geen sociale netwerken en biotechbedrijven in de index zitten, die vorig jaar sterk de hoogte waren ingegaan in New York. De sector lijkt vooral te hebben geleden onder de sterke terugval van SAP (-10 %), een specialist in bedrijfssoftware die moet opboksen tegen concurrenten in de cloud, en Alcatel Lucent (-12 %), dat actief is in de uiterst cyclische markt van de telecomapparatuur. Die wordt al jaren ondermijnd door de groei van Chinese leveranciers als Huawei en ZTE. Aangezien de vijftien waarden uit de Stoxx 600 Technology actief zijn in verschillende segmenten, op enkele halfgeleiderspecialisten na, dienen die aandelen apart te worden bekeken. De slechte prestatie in het begin van dit jaar mag niet pleiten voor of tegen een belegging in de sector. Advies: bekijk elk aandeel apart De distributiesector stond verscheidene jaren in de middenmoot. Dit jaar is hij teruggevallen naar de laatste plaats. Inditex, de moedermaatschappij van Zara en de ster van de index, slaagt er niet meer in te stijgen, nadat het in vijf jaar in omvang is verdriedubbeld tot een beurskapitalisatie van 66 miljard euro, of 26 keer de verwachte winst voor het huidige boekjaar. De terugval van de Stoxx 600 Retail-index is in de eerste plaats te wijten aan de -- vooral Britse -- algemene grootdistributie (super- en hypermarkten). Morrison (-23 %) werd het hardst getroffen, nadat het in maart had gewaarschuwd dat zijn winst met meer dan de helft zou dalen. Het moest zijn prijzen fors verlagen om het hoofd te bieden aan de ontwikkeling van Aldi en Lidl, de twee Duitse niet-beursgenoteerde reuzen die meer en meer marktaandeel afsnoepen. Maar de Britse markt is niet de enige die te lijden heeft onder een bikkelharde concurrentiestrijd. In België worden Delhaize en Colruyt geconfronteerd met een nieuwe speler in Vlaanderen, Albert Heijn (Ahold), en vooral met steeds prijsbewustere consumenten. Delhaize zag zijn rentabiliteit in het eerste kwartaal met een derde slinken, met een bedrijfsmarge van 3,1 procent, tegenover 4,8 procent een jaar eerder. Ondanks het conjunctuurherstel ziet het ernaar uit dat we geen verbetering van de rentabiliteit hoeven te verwachten. De distributeurs blijven massaal nieuwe verkooppunten openen. Ze beschikken daarvoor over grote hoeveelheden cash uit hun activiteiten: distributeurs betalen hun leveranciers pas, nadat ze de goederen hebben verkocht. Op de beurs beloven de vooruitzichten dus niet veel goeds, temeer omdat de meeste waarden lang niet goedkoop zijn. Carrefour en Colruyt noteren bijvoorbeeld tegen ongeveer 17 keer hun verwachte winst voor het huidige boekjaar, tegenover een koers-winstverhouding van 15 voor de hele Europese markt. Advies korte termijn: sterke druk op de marges en de koersen, advies lange termijn: onzekere evolutie van de concurrentie CÉDRIC BOITTEDe prestaties van de sectoren zijn een goede indicator voor de rest van 2014, maar beleggers doen er verstandig aan ze niet blind te volgen.