Vraag aan de gemiddelde Fransman wat hij weet van België en hij zal het waarschijnlijk over mosselen met friet, bier en chocolade hebben. Als u geluk hebt, dan treft u een van onze zuiderburen die van mening zijn dat ons land een veilige haven biedt voor mensen met een vermogen. En dat wegens de afwezigheid van een vermogensbelasting, het feit dat meerwaarden op roerende goederen hier niet belast worden, de bevrijdende roerende voorheffing en het feit dat er op handgiften geen belastingen moeten worden betaald.
...

Vraag aan de gemiddelde Fransman wat hij weet van België en hij zal het waarschijnlijk over mosselen met friet, bier en chocolade hebben. Als u geluk hebt, dan treft u een van onze zuiderburen die van mening zijn dat ons land een veilige haven biedt voor mensen met een vermogen. En dat wegens de afwezigheid van een vermogensbelasting, het feit dat meerwaarden op roerende goederen hier niet belast worden, de bevrijdende roerende voorheffing en het feit dat er op handgiften geen belastingen moeten worden betaald. Maar als u dan aan de Belgen gaat vragen wat zij van de belastingen in ons land vinden, zult u moeten vaststellen dat ze het vaak hebben over een belasting-rage. Iedereen in België die een beroepsactiviteit uitoefent, weet dat de belasting van fysieke personen in ons land vaak hoger ligt dan 65 % (rekening houdend met sociale bijdragen en gemeentelijke opcentiemen). En wie al eens een erfenis mocht ontvangen, weet dat ook dat in ons land erg duur kan zijn. De successierechten lopen soms op tot zelfs 90 % (het tarief dat in Wallonië gold tussen derden, vóór het Arbitragehof het als 'onfatsoenlijk' beoordeelde in juni 2005. Het bedraagt in Wallonië nu opnieuw 80 %). Wie moeten we dan geloven: de Belg of de Fransman? Leven we in een fiscaal paradijs of juist in een fiscale hel? In geen van beide, waarschijnlijk, of in allebei een beetje. Als we het Belgische fiscale systeem van wat naderbij bekijken, stellen we vast dat het wel degelijk mogelijkheden biedt. Alleen zijn velen daar niet van op de hoogte. Een mooi voorbeeld hiervan zijn de successierechten. Iedereen is het erover eens dat het tarief voor de successierechten in België uitermate hoog is (zie tabel 1) en dat ondanks de diverse hervormingen die de voorbije jaren werden doorgevoerd om deze vorm van belasting op kapitaal te verlichten. Maar de enige echte wijziging, te weten de indexering van de fiscale schalen (die al zeventig jaar lang ongewijzigd bleven!) zal helaas nog niet voor morgen zijn. Het is in ons land dus beter te erven van een arme dan van een rijke. Maar waarom komen al die Fransen dan toch onze kant uit? Simpelweg omdat u met een goede successieplanning alles kunt regelen. De overdracht van het vermogen bij het overlijden wordt fiscaal bestraft in ons land, maar dat geldt niet voor een overdracht die bij leven gebeurt. U kunt dus beter een schenking doen dan een legaat. We overlopen hier de verschillende technieken die u kunt gebruiken om uw vermogen zo voordelig mogelijk over te dragen. De Belg geeft niet voor niets de voorkeur aan de handgift: het is een eenvoudige en doeltreffende techniek om aan erfgenamen roerende goederen, zoals effecten aan toonder, te bezorgen, zonder belastingen te moeten betalen. Met het succes van de effectenrekeningen en de aankondiging dat fysiek leverbare effecten zouden verdwijnen (in 2012) won de indirecte schenking door overschrijving echter ook aan populariteit. Met die laatste kunt u vermijden dat u een belasting van 0,6 % moet betalen op de fysieke levering van effecten. Zo kunt u op een eenvoudige manier een effectenportefeuille van de ene rekening naar de andere verhuizen. Vandaag worden de geldigheid van de schenking door overschrijving en de tegenstelbaarheid ervan tegenover de fiscus nauwelijks nog in vraag gesteld. Ook voor wie bang is om bij leven alles kwijt te spelen, zijn er tegenwoordig mogelijkheden. Met een 'pacte adjoint' bij de handgift of de onrechtstreekse schenking waarin bepaalde voorwaarden of verplichtingen beschreven worden, kunt u een contract op maat maken. Onder de meest voorkomende clausules treffen we onder andere de volgende aan: de conventionele terugkeer, voorbehoud van vruchtgebruik, beding van rente en het tijdelijke verbod van vervreemding (zie kader). Zelfs de grootste tegenstander van successieplanning kan met die middelen overtuigd worden. Vroeger was er echter nog één onaangenaam element: de schenker moest nog drie jaar na de schenking in leven blijven, anders zouden er op de geschonken goederen toch nog successierechten betaald moeten worden. Dat probleem zal echter ook opgelost worden, want de gewesten hebben ondertussen bijna allemaal een gunsttarief doorgevoerd voor de schenkingsrechten op roerende goederen (Wallonië zou deze herfst alles in orde moeten brengen: er is een voorontwerp van decreet dat vanaf 1 januari 2006 van kracht moet worden). Wanneer men beperkte registratierechten van 3 % of 7 % (in Vlaanderen of Brussel) betaalt, moet de schenker niet langer nog drie jaar in leven blijven na de schenking opdat de erfgenaam aan de successierechten zou ontsnappen. Concreet houdt dat in dat iemand zijn roerende vermogen tegen het verlaagde tarief kan overdragen enkele ogenblikken voor hij of zij sterft. Alleen kan men dat niet doen op een zaterdag, een zondag of een feestdag, want dan zijn de registratiekantoren gesloten... Als de overdracht van de roerende goederen in orde gebracht is, moet u zich nog afvragen wat u met het onroerende vermogen zal doen. Hoe kan iemand zijn vastgoed overdragen aan zijn erfgenamen zonder dat de fiscus met een flink deel aan de haal gaat? Op die netelige vraag proberen specialisten in successieplanning een antwoord te geven. Wanneer we het over de successieplanning van onroerend goed hebben, moeten we ons eerst afvragen of de erfgenamen het vastgoed in handen willen krijgen. Als dat niet het geval is, kunnen ze het beter verkopen en de opbrengst van de verkoop schenken. Wanneer de erfgenamen het vastgoed echter wel wensen te houden, kunnen ze op verschillende manieren de successierechten verlagen. Een wijziging van het huwelijkscontract is zo'n mogelijkheid, net als de schenking van vastgoed en de oprichting van een patrimoniumvennootschap. Een eerste middel is dus het huwelijkscontract. De getrouwde eigenaar van het vastgoed heeft er vaak belang bij zijn eigen goederen in te brengen in het gemeenschappelijke vermogen van de echtgenoten. Dat zal hem 25 euro aan registratierechten kosten. Zodra het vastgoed eigendom is van beide echtgenoten, weegt het maar voor de helft meer in de erfenis van elk van hen. En daaruit kan soms een gevoelige daling van de successierechten voortvloeien. Een andere mogelijke oplossing is het oprichten van een patrimoniumvennootschap. Door het vastgoed in een vennootschap (NV, BVBA) in te brengen, kunt u onroerend goed omzetten in roerend goed. De overdracht van het vermogen wordt dan ook eenvoudiger, want aan het eind van de operatie wordt u eigenaar van aandelen (delen) van de vennootschap, die gemakkelijk van eigenaar kunnen wisselen. Als het vastgoed als woning gebruikt wordt, zullen er in Vlaanderen wel 10 % registratierechten moeten worden betaald. In Brussel en Wallonië is dat 12,5 %. U kunt dus best eerst de rekening maken voor u aan dat soort operatie begint. Ten slotte is het ook aan te raden schenkingen van onroerend goed gespreid in de tijd te doen. Wanneer u om de drie jaar een schenking van onroerend goed doet, kunt u immers profiteren van de laagste belastingtarieven (zie tabel 2). Om al die operaties uit te werken, hebt u echter wel wat tijd nodig. Maar wat kunt u doen als die tijd er niet is (wanneer iemand ernstig ziek wordt, bijvoorbeeld, of al op hoge leeftijd is)? Moet u dan maar afzien van successieplanning (van onroerend goed)? Zeker niet. Ook voor die situatie bestaat er een oplossing: de lening. De successierechten worden altijd berekend op het nettoactief van de erfenis. Wanneer de overledene met andere woorden tijdens zijn leven een schuld heeft aangegaan, dan wordt die afgetrokken van het belastbare actief van de erfenis. Als de waarde van de (onroerende en roerende) goederen die in het actief van de erfenis worden opgenomen, volledig gecompenseerd wordt door een schuld, zullen er dus helemaal geen successierechten moeten worden betaald. Waarom zou u daar geen voordeel uit halen? Een voorbeeld: een man wordt zwaar ziek en weet dat hij weldra zal sterven. Zijn vermogen wordt geschat op 1.000.000 euro en bestaat uitsluitend uit vastgoed, want zijn roerende bezittingen heeft hij eerder via een handgift al weggeschonken. De man wil de fiscus niets cadeau geven en leent bij zijn bank een som die gelijk is aan de waarde van zijn vastgoed, 1.000.000 euro dus. Die som schenkt hij meteen aan zijn kinderen. Op de schenking worden 3 % schenkingsrechten betaald (in Vlaanderen en Brussel, binnenkort kan dat ook in Wallonië). Enkele maanden later overlijdt de schenker. Zijn kinderen zijn, als zijn erfgenamen, eigenaar van zijn vastgoed en van alles dat op dat vermogen drukt (de schuld van 1.000.000 euro). Zij zijn dus verplicht de bank het bedrag van de lening die de overledene aanging terug te betalen. Ze kunnen het geld dat ze enkele maanden eerder kregen, daarvoor gebruiken. Uiteindelijk erven de kinderen van hun vader een vastgoedvermogen zonder dat ze ook maar één cent successierechten moeten betalen. Het is een elegante manier om uw vastgoed aan de kinderen over te dragen tegen een registratierecht van slechts 3 %. Ook wie zich niet wil laten pluimen terwijl hij nog leeft of liever geen schulden aangaat om de successierechten op zijn erfenis te verlagen, kan zijn gading vinden in het arsenaal Belgische wetten. Voor hen is het testament het ideale instrument voor successieplanning. Bij de bepalingen in een testament die zeker aan te bevelen zijn, treffen we het legaat aan de kleinkinderen aan. Dankzij dat legaat kunt u dubbel besparen op de successierechten. Door rechtstreeks aan de kleinkinderen te schenken, slaat u een generatie over, waardoor er al één keer minder successierechten moeten worden betaald. Bovendien valt u in een minder hoge belastingschijf, want er zijn meer legatarissen. U mag wel niet overdrijven met dit type legaat, want als dat het voorbehouden deel overschrijdt, kunnen de reservataire erfgenamen (kinderen, echtgenoot) er een beperking van vragen. U kunt dit legaat vergezeld laten gaan van een verbod tot vervreemding - tot bijvoorbeeld 25 jaar - als u bang bent dat de kleinkinderen de bij legaat geschonken goederen verkeerd zullen gebruiken. Met behulp van een testament kunt u de successie van uw eigen vermogen plannen en in zekere zin ook die van het vermogen van een van uw erfgenamen. Wanneer een kind bijvoorbeeld zwaar gehandicapt is en geen erfgenamen heeft, dan is een van de belangrijkste zorgen vaak een hoge belasting bij overlijden van dat gehandicapte kind te vermijden. In dergelijke omstandigheden kan het restlegaat een uitweg bieden. Dat wordt aan het gehandicapte kind toegekend en heeft als bijzondere eigenschap dat het voor de begunstigde de verplichting inhoudt bij zijn overlijden wat er rest van de gelegeerde goederen terug te geven opdat ze aan een derde zouden kunnen worden gegeven. Die techniek houdt dus in dat u dezelfde goederen twee keer legeert: het gehandicapte kind erft ze eerst en wanneer dat kind overlijdt, wordt wat overblijft van het legaat automatisch aan een andere persoon gegeven (in de meeste gevallen gaat het om de broers en zussen van het gehandicapte kind). Het voordeel van die formule is dat men bij het overlijden van het gehandicapte kind alleen het belastingstarief in directe lijn toepast (en niet dat voor verwanten in zijlijn of dat tussen vreemden). Wie geen wettelijke erfgenamen heeft en zijn vermogen wil legeren aan mensen die hem dierbaar zijn, heeft er alle belang bij een fiscaal gunstige oplossing voor de overdracht van zijn bezit te zoeken. Het dubbellegaat is in dat geval de ideale oplossing. Wat houdt het in? De erflater (die het testament opstelt) duidt via zijn testament een legataris aan die zijn vermogen erft en een tweede persoon die een legaat ontvangt en alle successierechten stort. Die tweede 'persoon' is een liefdadigheidsinstelling, die een lager tarief betaalt. Een voorbeeld: Mia wil haar vriend Luk (een 'derde') aanduiden als algemeen legataris. Zij woont in Vlaanderen. Haar vermogen wordt geschat op 1.000.000 euro. Normaal zouden de successierechten op haar erfenis 630.000 euro bedragen (een gemiddeld tarief van 63 %). Mia heeft de raad gekregen voor een dubbellegaat te kiezen en dat doet ze ook. Ze legeert de helft van haar fortuin aan Luk en de andere helft aan een vzw die de opdracht krijgt de successierechten volledig te betalen. In dat geval bedragen de successierechten voor Luk 305.000 euro, maar hij moet niets betalen, zodat hij 500.000 euro netto kan houden. De vzw ontvangt echter 500.000 euro bruto, maar moet daarvan 305.000 euro successierechten betalen voor het legaat dat aan Luk werd toegewezen, zodat er voor de instelling eigenlijk 195.000 euro overblijft. Daarop moeten nog eens successierechten (tarief: 8,8 %) betaald worden, dat is 17.160 euro. Uiteindelijk krijgt de vzw dus 177.840 euro. Als we de rekening maken, dan komt de fiscale factuur nu op 322.160 euro in plaats van de oorspronkelijke 630.000 euro. Met het dubbellegaat kunt u dus de successierechten met bijna de helft verminderen. In het gamma instrumenten voor successieplanning zit ook de domiciliëring in het buitenland. Het achterliggende idee is hier dat u kunt profiteren van de troeven die bepaalde landen hebben op het vlak van successie. De keuze van het land is uiteraard belangrijk. Zo kunt u maar beter met een grote boog rond Frankrijk gaan, want dat land heeft alle kenmerken van een fiscale hel. Maar zuiderbuur Spanje heeft dan weer alles om te kunnen verleiden. Niet alleen de zon, maar ook een aantrekkelijke fiscaliteit wat successie betreft, op voorwaarde dat erfgenamen en financiële activa in België blijven. Bij de andere landen rond de Middellandse Zee is ook Italië het overwegen waard, want daar worden erfenissen in directe lijn niet belast. Wat noordelijker treffen we Zwitserland aan, waar sommige kantons, zoals Wallis, heel wat buitenlanders op hun grondgebied hebben die op zoek zijn naar fiscaal voordelige oplossingen voor hun vermogen. Er zijn echter heel wat voorzorgen die u moet nemen wanneer u uw woonplaats naar een ander land overbrengt. Om te beginnen moet een domicilie in het buitenland overeenkomen met een werkelijke toestand. U kunt niet al uw activiteiten in België houden als u uw officiële woonplaats in het buitenland heeft. In dat geval zou de fiscus immers kunnen betwisten dat u naar het buitenland bent verhuisd en op basis van facturen voor water, gas, elektriciteit of telefoon kunnen aantonen dat de buitenlandse verblijfplaats fictief is. Bovendien heeft iemand die zijn woonplaats naar het buitenland wil brengen, er alle belang bij niets aan vastgoed in België te houden, anders moeten zijn erfgenamen na zijn overlijden aan de fiscus nog mutatierechten door overlijden betalen (een belasting die vergelijkbaar is met de successierechten, maar die alleen buitenlanders treft die vastgoed in België hebben). Er zijn echter nog - meer specifieke - instrumenten. Zo zijn er nog de levensverzekering (zie kader), de stichting van openbaar nut, de private stichting en het administratiekantoor naar Nederlands recht (zie kader). Al die structuren, en nog heel wat andere, kunnen in specifieke situaties een goede oplossing bieden. Als goede huisvader moeten we ervoor zorgen dat ons vermogen beschermd is tegen het risico van verlies. Een van de grootste risico's heeft te maken met ons overlijden. Als we niets ondernemen, dan zullen de successierechten ervoor zorgen dat een groot deel van ons vermogen verdwijnt. Een risico dat u niet hoeft te lopen, want er zijn voldoende eenvoudige middelen om het te vermijden. De auteur is directeur estate planning bij Puilaetco Private Bankers.François Parisis