Piemonte, in het noordwesten van Italië, betekent 'aan de voet van de bergen'. Onder meer daarom is deze wijnstreek een van de mooiste ter wereld. Ze is vooral bekend om haar rode bewaarwijnen. De hoofdrol is weggelegd voor de nebbiolo, de druif van de beroemde wijnen van Barolo en Barbaresco. Die hebben de reputatie bij de beste wijnen van Italië, en zelfs van de wereld, te horen. Ze worden genoemd naar hun wijnstreek, die op haar beurt de na...

Piemonte, in het noordwesten van Italië, betekent 'aan de voet van de bergen'. Onder meer daarom is deze wijnstreek een van de mooiste ter wereld. Ze is vooral bekend om haar rode bewaarwijnen. De hoofdrol is weggelegd voor de nebbiolo, de druif van de beroemde wijnen van Barolo en Barbaresco. Die hebben de reputatie bij de beste wijnen van Italië, en zelfs van de wereld, te horen. Ze worden genoemd naar hun wijnstreek, die op haar beurt de naam draagt van een wijndorp. Beide dorpen bevinden zich op amper 25 kilometer van elkaar. Toch zijn de wijnen verschillend. Barolo is krachtiger, dieper en complexer van smaak, en kan langer bewaard worden. Barbaresco is fijner en zachter, met minder tannines en dus sneller op dronk. Volgens de plaatselijke regels kan barbaresco al na twee jaar rijping in het vat gebotteld worden, voor barolo moet de wijnbouwer een jaar langer wachten. Maar er zijn ook goedkopere wijnen van nebbiolo, met een minder bekende naam op het etiket, zoals de streeknaam Langhe of Roero. Of namen van wijnstreken die hoger in de bergen gelegen zijn, zoals Ghemme, Gattinara, Carema en Boca. Daar is het koeler en wordt de nebbiolo dus minder makkelijk rijp. Maar áls hij rijp wordt, dan levert hij verrukkelijk verfijnde wijnen met minder alcohol op. Nog goedkoper, maar daarom niet minder lekker, zijn wijnen van lokale druiven zoals barbera en dolcetto. Barbera is harmonieus en elegant, dolcetto is karaktervol met zijn typische smaak van zwarte kers. Om Piemonte goed te begrijpen, moet men weten dat er twee visies op wijnmaken zijn: die van de traditionalisten en die van de modernisten. De eersten houden vast aan de traditionele manier van wijn maken in de streek, met onder meer een lange gisting en rijping op grote, oude vaten. Terwijl de modernisten nieuwe methoden introduceerden, zoals een kortere gisting, meer concentratie en rijping op kleine vaten van nieuw eikenhout. De traditionalisten verwijten de modernisten dat hun werkwijze de verschillen tussen de wijnen uitvlakt. De modernisten verwijten de andere partij dat ze niet openstaat voor vernieuwing. Welk type wijn u in het glas krijgt, hangt dus evenveel af van de werkwijze van de wijnmaker als van de streek waaruit hij afkomstig is.