Er heerst een crisissfeer aan de Barastraat 135. Op een boogscheut van het Brusselse Zuidstation ligt het hoofdkwartier van het modehuis Gruno et Chardin. Bij die groep werken 35 mensen, voornamelijk in de verkoop. De productie van de collecties is uitbesteed aan bedrijven in hoofdzakelijk China en India. In België heeft het bedrijf elf winkels die onder de merknaam ZNJ en ZNJeans vrouwelijke prêt-à-porter verkopen.
...

Er heerst een crisissfeer aan de Barastraat 135. Op een boogscheut van het Brusselse Zuidstation ligt het hoofdkwartier van het modehuis Gruno et Chardin. Bij die groep werken 35 mensen, voornamelijk in de verkoop. De productie van de collecties is uitbesteed aan bedrijven in hoofdzakelijk China en India. In België heeft het bedrijf elf winkels die onder de merknaam ZNJ en ZNJeans vrouwelijke prêt-à-porter verkopen. Bij het modehuis staan de knipperlichten sinds kort op rood. Er worden onderhandelingen gevoerd om het voortbestaan van de onderneming te garanderen. Officieel geeft het management echter geen kik. Wie telefoneert naar Gruno et Chardin raakt niet voorbij de receptie. Vragen om ons te contacteren worden welwillend genoteerd, maar blijven zonder gevolg. Ook mails blijven onbeantwoord. En wie zijn licht wil opsteken op de website van het bedrijf merkt dat die al weken niet meer online is. Het wordt dus uitkijken naar de algemene vergadering die normaal op 20 juli plaatsvindt. Al is ook dat niet zeker, want ze werd al twee keer uitgesteld. Qua transparantie naar en respect voor de beleggers kan dat tellen. De gevolgen bleven dan ook niet uit: op 9 december 2005 debuteerde ZNJ tegen 5 euro op de Vrije Markt - 27,2 % is publiek - en dezer dagen flirt de koers met de grens van 2 euro. Al in de eerste beursweek ging het aandeel onder zijn introductieprijs. Een tegenvallende verkoop en structurele problemen zorgen ervoor dat het bedrijf in een neerwaartse spiraal is beland. In zijn prospectus - opgesteld eind 2005 - hield Gruno et Chardin voor 2005 nog een omzetprognose voor van 10,5 miljoen euro. Midden juli 2006 klonk het plots dat die prognose niet gehaald zou worden, maar dat er een 'omzetgroei' was van 9,1 tot 9,9 miljoen euro. Een loopje met de cijfers? In 2004 klokte het bedrijf immers af op 9,6 miljoen euro, getuige de jaarrekening én het prospectus. Belangrijker nog is het geboekte nettoverlies van 1,52 miljoen euro. De zware schuldenlast, waar ook het CBFA (Commissie voor het Bank-, Financie-, en Assurantiewezen) bij de goedkeuring van het prospectus naar verwees, hangt als een molensteen rond de nek van het bedrijf. Tegenover een eigen vermogen van 3 miljoen euro stond in 2005 een totale schuldenlast van 7,9 miljoen euro. Waarnemers vragen zich af hoe de acute problemen zich nu plots lijken te manifesteren, enkele maanden ná de beursgang. Met die beursgang wilde de groep aan een internationale expansie beginnen. Maar critici zeggen vandaag dat het opgehaalde beursgeld - 1,25 miljoen euro - alleen maar heeft gediend om de schuldenlast te verminderen. Om zijn schuldpositie aan te zuiveren, doet ZNJ, naast bankkredieten, tevens een beroep op leverancierskredieten en voorschotten van de hoofdaandeelhouder aan de vennootschap. Die hoofdaandeelhouder was bij het opmaken van het prospectus nog René Grunchard, zoon van Albert Grunchard die Gruno et Chardin in 1937 oprichtte. Eind maart 2006 - luttele maanden na de beursgang - kwam plots de familie Ameloot op de proppen. De helft van de 60,71 % die Grunchard na de beursgang overhield, zou naar de familie Ameloot zijn gegaan. Via de vennootschap Zenexploitation controleert die, met de familieholding Tragima, het merendeel van het winkelnetwerk. Er zouden echter ernstige meningsverschillen hebben bestaan tussen hoofdaandeelhouder Grunchard en de familie Ameloot, die betere aankoopvoorwaarden eiste. Bijkomende olie op het vuur zouden de openstaande schulden kunnen zijn die de met de familie gelieerde vennootschappen hebben ten overstaan van ZNJ. Sinds april zou er ten minste 438.000 euro betaald zijn aan Gruno et Chardin en zou er een akkoord zijn voor nog eens een betaling van 1,5 miljoen euro tegen eind augustus. Volgens onze informatie zou de familie Ameloot met het oog op dat akkoord koortsachtig werken aan een verkoop van vastgoed uit andere vennootschappen om zo de nodige kredieten vrij te maken. Dat zou het bedrijf wat ademruimte geven, want ZNJ staat tegenover diverse leveranciers, onder wie vennootschappen van of rond de familie Ameloot, voor ten minste 1,4 miljoen euro in het rood. Een financieel kluwen én debacle. Intussen dringt de tijd, want diverse leveranciers hebben een rechtszaak lopen tegen Gruno et Chardin. De vennootschap betaalde via gecontesteerde wissels zijn leveranciers, die daarop via de rechtbank alsnog hun geld poogden te verkrijgen. De rechtbank stemde in met een afbetalingsplan, maar leveranciers bevestigen ons dat een eerste afbetalingsschijf passeerde zonder dat er daadwerkelijk één euro op hun rekening kwam. Een ander aanslepend dispuut dat het modehuis nu al maanden verlamt, zou de inbreng zijn van de winkels - die in portefeuille zaten van de familie Ameloot - in de vennootschap Gruno et Chardin. Dat zou een van de eisen geweest zijn van de banken om de kredietlijnen open te houden. De familie Ameloot zou in ruil voor ruim 30 % van de aandelen én de controle over ZNJ nu zijn winkelnetwerk ingebracht hebben. Feit is dat Louis-Marie Ameloot sinds mei 2006 de nieuwe gedelegeerd bestuurder is, in vervanging van René Grunchard, die nu verantwoordelijke zou zijn voor de marketing. Tegelijk zouden er onderhandelingen zijn gestart met de banken om een kredietoverbrugging mogelijk te maken. Een andere strohalm waaraan het bedrijf zich vastklampt, zijn gesprekken met (industriële?) partners die een instap zouden overwegen, om zo de vennootschap overeind te houden. Naar verluidt is Ameloot bereid om de pas verworven controle uit handen te geven en zich tevreden te stellen met het voorzitterschap van de raad van bestuur. In die context dook vorige week plots de naam van Eric Deleuze op, een zakenpartner uit de invloedsfeer van de familie Ameloot. Daarbij kan de vraag gesteld worden wie dan de touwtjes in handen houdt. ZNJ is erin geslaagd om in ijltempo het zwarte schaap van de Vrije Markt te worden. Vooral het immense gebrek aan communicatie wordt de vennootschap zwaar aangewreven. Anderzijds geldt er voor bedrijven op de Vrije Markt niet zoiets als een transparantiewetgeving. Wat de rol van het CBFA zélf betreft, houdt de bevoegdheid op eenmaal het prospectus is goedgekeurd. Lieven Desmet