Op 18 februari 1998 leek alles in kannen en kruiken. Hervé Hasquin, Brussels gewestminister voor Ruimtelijke Ordening, verstrekte aan projectontwikkelaar Language of Forms (LOF) uit Adegem de laatste vergunning die nog vereist was om het Musiccity-complex te kunnen realiseren op de site van het vroegere stapel- en overslagcentrum Thurn & Taxis langs het Brusselse Kanaal. In dat vrij unieke stuk patrimonium wil LOF kantoren en handelsruimten onderbrengen voor de muziekindustrie en de media, plus een arena voor muziek- en sportevenementen, met een capaciteit van 12.000 toeschouwe...

Op 18 februari 1998 leek alles in kannen en kruiken. Hervé Hasquin, Brussels gewestminister voor Ruimtelijke Ordening, verstrekte aan projectontwikkelaar Language of Forms (LOF) uit Adegem de laatste vergunning die nog vereist was om het Musiccity-complex te kunnen realiseren op de site van het vroegere stapel- en overslagcentrum Thurn & Taxis langs het Brusselse Kanaal. In dat vrij unieke stuk patrimonium wil LOF kantoren en handelsruimten onderbrengen voor de muziekindustrie en de media, plus een arena voor muziek- en sportevenementen, met een capaciteit van 12.000 toeschouwers. Inmiddels heeft de Raad van State echter, op vraag van de hoofdstad, alweer een streep getrokken door die stedenbouwkundige vergunning voor "gebouw A", waarin de arena zou worden gevestigd. Het ziet er nu naar uit dat het stadsbestuur op 12 of 16 maart 1998 een negatief advies zal uitbrengen, ook al is de PRL van burgemeester De Donnéa pro. Zo'n negatief advies betekent niet meteen de doodsteek voor heel Musiccity: de arena kan eventueel op een aanpalend terrein worden opgetrokken. LOF-voorzitter Tom De Graeve (30 j.), die al sinds 1993 voor het project aan het vechten is, blijft er stoïcijns bij: "Een groot deel van de moeilijkheden om Musiccity gerealiseerd te krijgen heeft te maken met het feit dat Europa in tegenstelling tot de VS geen traditie kent van privé-business in de culturele sector." Over dat klimaatverschil maakte geboren en getogen Gentenaar De Graeve trouwens zijn verhandeling om vier jaar business science aan de University of Southern California in Los Angeles in 1992 af te ronden als bachelor of arts. Daarna toog hij in San Francisco aan het werk voor het Shoreline Amphitheatre in Mountain View (Silicon Valley). Tegelijk werkte hij voor zichzelf een Musiccity-concept uit dat deels geschoeid was op de bestaande Amerikaanse leest van stadiums, amfitheaters en arena's, maar dat op de Europese markt - niet noodzakelijk in Brussel - ingeplant moest kunnen worden. Via z'n baas Bill Graham, godfather van de Amerikaanse entertainment-business, uitbater van amfitheaters, concertpromotor en gewezen manager van rockgroepen als The Doors en Santana, kwam De Graeve in contact met Ogden Entertainment, dat zijn activiteiten naar Europa wilde uitbreiden. Zo komt het dat Ogden, dat in Europa inmiddels reeds arena's uitbaat in Manchester, Sheffield en Oberhausen, ook in Brussel de arena-exploitant zal zijn, terwijl de Amerikaans-Canadese vastgoedontwikkelaar Trizec Hahn de hoofdinvesteerder wordt. LOF blijft de conceptuele en commerciële invulling verzorgen. De onafhankelijke Belgische projectontwikkelingsmaatschappij LOF, sinds 1984 internationaal actief, is het bedrijf waarlangs Toms vader, architect Ignace De Graeve (die als schilder en juwelenontwerper de artiestennaam Graba draagt) in het verleden onder meer het Flanders Hotel in Gent ontwikkelde, een knap Belgisch paviljoen neerpootte op de World Expo in het Japanse Tsukuba, en voor de Vlaamse overheid het Markies- en het Boudewijngebouw ontwierp. Zoon Tom is voorzitter van LOF sinds 1995, en werkt momenteel aan Musiccity-plannen voor Porto, Praag, Amsterdam, ja zelfs Mauritius. En Brussel, uiteraard.