A ls jaloezie over bedrijfswinsten een graadmeter van de conjunctuur is, zitten we ook volgens deze maatstaf op een piek. Er gaat geen dag voorbij of er wordt gemord over de zogenaamde monsterwinsten van een of andere onderneming. Als die onderneming een bank is, klinkt er nog luidere kritiek, zelfs vanuit de regering. Winst maken is nochtans een essentieel onderdeel van ons economische model. Het is tekenend voor onze maatschappij dat winst slechts gedoogd wordt. Maar nu gaat men zelfs een stap verder. Het is niet alleen meer de winst zelf die onder vuur ligt, ook het gebruik van de winst is nu het voorwerp van kritiek.
...

A ls jaloezie over bedrijfswinsten een graadmeter van de conjunctuur is, zitten we ook volgens deze maatstaf op een piek. Er gaat geen dag voorbij of er wordt gemord over de zogenaamde monsterwinsten van een of andere onderneming. Als die onderneming een bank is, klinkt er nog luidere kritiek, zelfs vanuit de regering. Winst maken is nochtans een essentieel onderdeel van ons economische model. Het is tekenend voor onze maatschappij dat winst slechts gedoogd wordt. Maar nu gaat men zelfs een stap verder. Het is niet alleen meer de winst zelf die onder vuur ligt, ook het gebruik van de winst is nu het voorwerp van kritiek. Cashaccumulatie op wereldvlak. De laatste jaren zijn de bedrijfswinsten en de balansen aan de beterende hand. Dat was ook nodig, na de desastreuze start van het millennium. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft er in haar jongste economische rapport (1) een hoofdstuk aan gewijd. De verbetering van de balansen en in het bijzonder van de cashpositie van de bedrijven heeft globaal genomen weinig met de operationele resultaten te maken. Die zijn vandaag vrij normaal te noemen, gegeven de conjunctuurcyclus. Op de top van de conjunctuur (nu) maken bedrijven meer winst. Die is vandaag echter niet uitzonderlijk vergeleken met de jaren negentig (zie grafiek). Bedrijven profiteerden echter vooral van de dalende rente. Dat element heeft het meest bijgedragen tot de verbetering van de cashpositie. Maar ook de overheid en de gezinnen hebben van dit fenomeen volop geprofiteerd. De bedrijfswereld werd niet bevoordeeld. Bedrijven zagen wereldwijd wel de gemiddelde belastingdruk dalen en ze verminderden inderdaad ook de uitgaven voor investeringen. Het valt ook op dat vooral Duitsland en Japan een sterke verbetering hebben laten optekenen. Deze analyse bevestigt opnieuw de slechte prestatie van Italië. Globalisering en diensteneconomie. Dat laatste wil echter niet meteen zeggen dat ondernemingen risico's schuwen. Het ondernemen zelf is gewijzigd door de globalisering en de technologische evolutie. Er zijn minstens drie fenomenen die verklaren waarom bedrijven meer cash hebben dan vroeger. 1. Diensten vereisen minder kapitaalinvesteringen dan industrie. Er wordt nu meer geïnvesteerd in mensen en knowhow, en dus veranderen ook de bedrijfsbalansen. 2. Westerse bedrijven bouwen reserves op voor de pensioenverplichtingen van hun werknemers. De vergrijzing dwingt hen dus tot sparen. 3. De globalisatie heeft bedrijven geconfronteerd met snelle veranderingen en onzekerheid. Bedrijven willen dan ook niet meer de schuldniveaus van het verleden, die bij elke groeivertraging het bestaan van het bedrijf in gevaar brengt. Het verwijt dat bedrijven te veel winst maken, slaat nergens op. De winstniveaus vandaag, op de piek van de cyclus, zijn nauwelijks op het niveau van het langetermijngemiddelde. De bedragen zijn groot, maar dat is in lijn met de grootte van de bedrijven. De euro, globalisatie, technologische veranderingen en competitieve druk hebben bedrijven naar elkaar toe gedreven en voor consolidatie gezorgd. De winsten mogen trouwens meestal niet toegeschreven worden aan de lokale activiteiten. Een recente studie van de professoren Tindemans en Stremersch toonde aan dat vooral nieuwe activiteiten in het buitenland rendabel zijn. Als bedrijven dus meer moeten investeren, zou dat rationeel gezien vooral in het buitenland moeten gebeuren... In veel sectoren blijft er overigens een belangrijke en chronische overcapaciteit. Nieuwe investeringen zijn dus niet rendabel of productief. Divide(nd) et impera. Het deel van de winst dat wordt uitgekeerd aan de aandeelhouders is trouwens niet gegroeid. De uitkeringspercentages zijn historisch eerder laag. De winsten zijn wel gestegen, wat even natuurlijk is als de economie die is gegroeid. Ondernemingen houden niet graag veel cash op hun balans. Door een vet spaarvarken te koesteren op hun balans, lopen ze het gevaar een overnamedoelwit te worden. Dan is het beter om de cash aan de aandeelhouders terug te geven. Divide(nd) et impera als het ware: dividenden uitkeren om de controle te behouden. Maar dan luidt de kritiek al snel: "Bedrijven zijn te veel bezig met de aandeelhouder te verwennen." Dat deze aandeelhouder bij de jongste beurscorrectie nog maar eens werd geconfronteerd met alle risico's van het beleggen, is de critici waarschijnlijk compleet ontgaan. De meeste van de bedrijfscritici hebben in hun leven nog nooit belegd in een onderneming of een economisch risico genomen. Hun kritiek is even onderbouwd als dat van een autojournalist zonder rijbewijs. De auteur is hoofdeconoom van Petercam Vermogensbeheer. Reacties: visienoels@trends.be (1) IMF, World Economic Outlook, Globalization and Inflation, april 2006 - www.imf.orgGeert Noels