Een mens kan flink onthaasten voordat hij bij uitgeverij Kannibaal/Hannibal aankomt. Op weg naar de Westhoek dunt het verkeer op de E40 zienderogen uit. De bomen staan al scheef van de zeewind als eindelijk een pijl richting Veurne wijst. "Het is een bewuste keuze om hier te zitten", zegt uitgever Gautier Platteau (33). "Veurne geeft de rust om intens aan een goed boek te werken. Bovendien is het een voordeel dat het buiten het parcours van iedereen ligt. Mensen die tot hier rijden, zijn weg uit hun comfortzone, en dat levert vaak interessante gesprekken op. Dat we niet in Brussel of Antwerpen zitten, maakt deel uit van onze identiteit."
...

Een mens kan flink onthaasten voordat hij bij uitgeverij Kannibaal/Hannibal aankomt. Op weg naar de Westhoek dunt het verkeer op de E40 zienderogen uit. De bomen staan al scheef van de zeewind als eindelijk een pijl richting Veurne wijst. "Het is een bewuste keuze om hier te zitten", zegt uitgever Gautier Platteau (33). "Veurne geeft de rust om intens aan een goed boek te werken. Bovendien is het een voordeel dat het buiten het parcours van iedereen ligt. Mensen die tot hier rijden, zijn weg uit hun comfortzone, en dat levert vaak interessante gesprekken op. Dat we niet in Brussel of Antwerpen zitten, maakt deel uit van onze identiteit." De uitgeverij waaide in Veurne aan in volle crisis, aangevuurd door een idee van Jan Maes, de technisch directeur van de Brugse drukkerij die Keure. Gautier Platteau heeft het van horen vertellen. "Jan Maes had al heel wat kunstenaars en fotografen ontmoet, en hij is verzot op wielrennen. Zijn droom was een ultiem huldeboek maken voor Eddy Merckx, waarin fotografie en sport samenkwamen. Een sportboek dat als een kunstboek werd uitgegeven, dat was nieuw." Hij vertrouwde dat plan toe aan topfotograaf Stephan Vanfleteren, van wie de boeken bij die Keure werden gedrukt. Vanfleteren zag dat helemaal zitten en hij vroeg aan een vriend, de sportjournalist Karl Vannieuwkerke, om de teksten te schrijven. Eddy Merckx was gecharmeerd door het voorstel, ook al omdat hij als ambassadeur van Damiaanactie op een extra duit voor het goede doel hoopte. Eind 2009 verscheen het opmerkelijke boek Merckxissimo. Het werd met 8000 verkochte exemplaren een onverwacht succes, en het zadelde het trio Maes, Vanfleteren en Vannieuwkerke op met een luxeprobleem: er was een kapitaal gegroeid. Toen kwam Platteau in het vizier. "Ik was uitgever bij Lannoo, maar wilde graag zelf ondernemen. Hun vraag om een nieuwe uitgeverij op te richten, sprak me onmiddellijk aan. Jan, Stephan en Karl bleven als oprichters voortwerken op hun eigen domein. In 2011 werd ik de uitgever van het nieuwe Kannibaal, vernoemd naar de bijnaam van Merckx. Kannibaal ging voort op het spoor van mooi uitgegeven sportboeken. Daarnaast richtten we de imprint Hannibal op, om het fonds te verbreden met boeken over kunst, cultuur, geschiedenis, fotografie, mode en kinderboeken. Op de Vlaamse markt kun je niet overleven met enkel sportboeken, maar die verbreding zit ook in ons DNA. We hebben allemaal interesse voor die onderwerpen." Gautier was toen amper 30. Hij had al twee van zijn drie kinderen. De boekencrisis woedde alom. Toch zette hij die grote stap. "Misschien besefte ik niet echt welk risico ik nam. Ik wilde absoluut prachtige boeken maken, en wist van Merckxissimo dat daar kopers voor zijn. Ik stelde een kleine, hardwerkende ploeg samen -- het equivalent van vier fulltimes. Onze adjunct-uitgever Hadewych Van den Bossche was jarenlang chef eindredactie bij De Morgen en ademt taal. Onze beeldredactie is gepassioneerd met fotografie bezig. We geven de fotoboeken van Stephan Vanfleteren uit, en hij treedt vaak op als artdirector voor onze projecten. Omdat we onder zijn woning huizen, kijkt hij vaak over onze schouder mee. Ook Karl en Jan zijn van deze streek." Maar hoe rendabel zijn boeken nog? Boekwinkels sluiten hun deuren, uitgevers gaan failliet, en het concern WPG heeft onlangs de kunstboekenfondsen van Lido en Ludion afgestoten. Platteau: "Vroeger huisden uitgevers in mooie, historische panden in het centrum van hun taalgebied. Ondertussen zijn ze bijna allemaal opgegaan in grote bedrijven die gevestigd zijn op industrieterreinen. Uitgeverijen zijn imprints geworden -- een merk binnen een bedrijf. Wat wij doen, is atypisch: we zijn weggetrokken uit het centrum en we zijn klein, maar we hebben een duidelijke identiteit. We denken diep na over de onderwerpen waar we boeken over maken, over het goede moment om ze uit te brengen, over de best mogelijke inhoud en de kwaliteit van de beelden, de tekst en het papier." "Onze deskundigheid snelt ondertussen voor ons uit. Het fotoboek The Great War 1914-'18, met foto's uit de Eerste Wereldoorlog, kreeg een artikel met een grote foto in The New York Times. Buitenlandse uitgevers kopen regelmatig de rechten van onze uitgaven, om die in hun taalgebied uit te geven. We werken bijvoorbeeld aan een boek rond Eddy Merckx, over zijn wonderjaar 1969, naar aanleiding van zijn 69ste verjaardag. Het boek is gebaseerd op prachtige foto's van Tonny Strouken die nooit zijn gepubliceerd. De rechten zijn al verkocht aan de Parijse Editions Solar en aan Bloomsbury Publishing, de Engels-Amerikaanse uitgeverij die ook de boeken van Harry Potter publiceert. Met een boek over Bernard Hinault mikken we bijna volledig op de Franse en de Amerikaanse markt." Een andere uitgave is Me We, een fotoboek van de bekende Nederlandse portretfotograaf Koos Breukel, met onder meer een inleidende tekst van de bekende auteur Erwin Mortier. Het hoorde bij een overzichtstentoonstelling van Breukel in het Fotomuseum van Den Haag. De portretten tonen mensen in alle stadia van een mensenleven, vanaf de bloederigheid van de geboorte en tot de blauwe nagels van een dode. Me We is een gedurfd, maar ook een heel mooi boek. Een prestigieus project dat nog in volle ontwikkeling is, is de catalogus bij de grote tentoonstelling rond Mark Rothko, die in het najaar opent in het Gemeentemuseum in Den Haag. Boeken maken bij Kannibaal en Hannibal vaak deel uit van een concept. Het project rond de Rode Duivels is daar een voorbeeld van. De uitgeverij gaf eerst een boek uit voor een breed publiek, en stapelt daar nu ook een fotoboek van Stephan Vanfleteren, een historisch boek en een tentoonstelling bovenop (zie kader Vier keer de Rode Duivels). Platteau: "Van het publieksboek dat in oktober is verschenen, hebben we al 15.000 exemplaren verkocht. Het is samengesteld door sportjournalisten en wordt gesmaakt door de meest diverse supporters. MMXIV van Stephan is bestemd voor de liefhebber van artistieke fotografie, en voor fans die de spelers van zeer dichtbij willen bekijken. We hopen daar 2500 à 3000 exemplaren van te verkopen. We doen er nu ook een historisch boek bij, geschreven door voetbaljournalist François Colin. Maanden hebben we besteed aan het zoeken van originele beelden. We speurden in het Rijksarchief, waar de Voetbalbond zijn archief heeft gedeponeerd, maar ook in de bestanden van fotografen en agentschappen, zelfs in het buitenland. Dat zoekwerk vergt tijd, en de rechten kosten veel geld, maar wij geloven dat kwaliteit verkoopt. De eerste druk verschijnt in een oplage van 5000 exemplaren, verdeeld over de twee taalgebieden." Van het boek Jacky Ickx verschenen vier taalversies, die telkens in een ander taalgebied werden voorgesteld. Platteau reisde ervoor naar het Festival of Speed in het Engelse Goodwood, naar de 24 Heures in het Franse Le Mans en naar de Automobile Club in Monaco. "Ik moet bekennen dat ik soms zelf verbaasd ben dat deze jongensdromen lukken. Toen we in Monaco naast prins Albert stonden, dachten we: zie ons hier nu staan, de snotneuzen." GRETEL VAN DEN BROEK, FOTOGRAFIE FILIP VAN ROE"Al dat zoekwerk kost tijd, en de rechten kosten veel geld, maar wij geloven dat kwaliteit verkoopt"