Meer dan eens krijgt Olaf van Nimwegen de vraag waarom hij als academicus verbonden aan de Universiteit van Utrecht zijn boek over krijgsgeschiedenis sinds de middeleeuwen in 1315 laat beginnen, en niet in 1302. Was de Guldensporenslag niet hét keerpunt in de krijgsgeschiedenis? Voor het eerst slaagde eenvoudig voetvolk erin een ridderleger te verslaan. Van Nimwegen betwist dat niet. Maar het volledige plaatje toont dat enkele jaren later precies het omgekeerde gebeurde. De winst van de Guldensporenslag werd gevolgd door Vlaamse nederlagen. Waarom dan 1315? In ...

Meer dan eens krijgt Olaf van Nimwegen de vraag waarom hij als academicus verbonden aan de Universiteit van Utrecht zijn boek over krijgsgeschiedenis sinds de middeleeuwen in 1315 laat beginnen, en niet in 1302. Was de Guldensporenslag niet hét keerpunt in de krijgsgeschiedenis? Voor het eerst slaagde eenvoudig voetvolk erin een ridderleger te verslaan. Van Nimwegen betwist dat niet. Maar het volledige plaatje toont dat enkele jaren later precies het omgekeerde gebeurde. De winst van de Guldensporenslag werd gevolgd door Vlaamse nederlagen. Waarom dan 1315? In dat jaar deden de Zwitsers wat de Vlamingen hen enkele jaren eerder hadden voorgedaan, alleen wist het Alpenvolk zijn winst te consolideren. In de net geen 600 jaar die Te vuur en te zwaard omvat, gebeurde heel wat. Waar aanvankelijk een leger een verhaal van hoogstens enkele duizenden strijders was, stonden in 1914 krijgsmachten van miljoenen soldaten tegenover mekaar. Huurlingen werden beroepslegers en de dienstplicht werd ingevoerd. Zoals oorlogen het verloop van de geschiedenis bepalen, is er ook een invloed in de andere richting. Eerst vocht men voor een heer of koning als persoon. Achteraf werden het landen, ongeacht wie er de politieke lakens uitdeelde. Misschien wel de meest markante ontwikkelingen waren van technologische aard. Van boog over kruisboog tot vuurwapens, ook al duurde het een hele poos alvorens die ingeburgerd raakten in de militaire praktijken. Niet alleen zag men het als iets oneervols, de dingen technologisch in orde krijgen opdat pistolen en geweren een reële meerwaarde hadden in het gevecht, liep niet van een leien dakje. Van Nimwegen focust ook op de onvermijdelijke gewonden van al dat oorlogsgeweld. Waar lange tijd amputatie de enige manier was om de betrokkene in leven te houden, maakte de medische wetenschap steeds meer mogelijk. De auteur maakt ook een zijsprongetje naar de uniformen. Het verhaal wordt chronologisch gebracht. Elke episode brengt ons dichter bij de oorlogsvoering zoals wij die kennen. Waarom vormt 1914 een eindpunt in het verhaal? Van Nimwegen: "De alarmerende boodschap van de Frans-Duitse oorlog was dat ook een wapentechnologische voorsprong maar van korte duur is. In dat opzicht vormde de Amerikaanse burgeroorlog een belangrijke voorbode van wat de Europeanen nog te wachten stond. De Noordelijken en de Zuidelijken beschikten over geweren en kanonnen van dezelfde kwaliteit en soldaten waren elkaars gelijken in oefening en ervaring. De Europeanen meenden een uitweg te hebben gevonden: een korte mobilisatiegraad gevolgd door het overstelpen van de tegenstander met troepen en granaten. Daarmee was de kiem gelegd voor het drama van 1914-1918." Olaf van Nimwegen, Te vuur en te zwaard. De militaire ontwikkeling van Europa, 1315-1914, Prometheus, 2015, 392 blz., 35 euro MICHAËL VANDAMME