Brussel en design, het is een trefzekere combinatie. Niet alleen werken evenementen als DesignBrussels, Design September en Designed in Brussels zich in de aandacht van pers en publiek, er is ook een schare Brusselse ontwerpers die van zich laat spreken: onder meer Alain Berteau, Davy Grosemans, Charles Kaisin en Atelier A1.
...

Brussel en design, het is een trefzekere combinatie. Niet alleen werken evenementen als DesignBrussels, Design September en Designed in Brussels zich in de aandacht van pers en publiek, er is ook een schare Brusselse ontwerpers die van zich laat spreken: onder meer Alain Berteau, Davy Grosemans, Charles Kaisin en Atelier A1. Achter de ogenschijnlijk prozaïsche naam Atelier A1 gaan zes ontwerpers schuil die halsstarrig weigeren zich onder één noemer te laten thuisbrengen. Het gaat om Sylvain Willenz, Elric Petit, Marina Bautier, Benoît Deneufbourg, Nathalie Dewez en Diane Steverlinck. Hoe verscheiden ze zijn? Petit vormt samen met twee andere ontwerpers het eigengereide trio Big Game, Diane Steverlinck ontwerpt textiel, Benoît Deneufbourg werkt met metaal, Nathalie Dewez maakt lichtarmaturen, Sylvain Willenz is graag in de weer met rubber en andere soepele materialen en Marina Bautier is productontwerper en interieurvormgever die vijf jaar geleden het designproject LaMaisondeMarina startte. De oudste ontwerper is 32 jaar, de jongste 26. Achter hun verbond zit geen visie of filosofie: hun samenwerking is puur toeval, voortgesproten uit het feit dat ze op hetzelfde moment een atelier zochten. De zes leerden elkaar in 2002 kennen tijdens een tentoonstelling in Usage Externe, een Brusselse galerie die jonge ontwerpers steunt. Toen Marina Bautier - "een heel ondernemende ontwerpster", aldus Elric Petit - het atelier in de Andennestraat vond, vroeg ze de anderen of ze geïnteresseerd waren het gebouw te delen. Atelier A1 was een feit. "Het heeft heel wat voordelen om samen onder één dak te zitten", vertelt Petit. "Publicitair is het interessant om met één naam naar buiten te komen, hoewel we echt totaal los van elkaar werken. We hebben allemaal onze eigen website, onze eigen opdrachtgevers, onze eigen dada's. We zijn elk met ons eigen ding bezig. We appreciëren elkaars werk, dat is natuurlijk wel belangrijk. Dat was in het begin nog wat aftasten, omdat we elkaar niet zo goed kenden, maar we zijn vrienden geworden. Het is heel stimulerend om met de anderen te discussiëren en ze bezig te zien. We overleggen soms als we met een probleem zitten. Het is aangenaam om dezelfde moeilijkheden en hetzelfde goede nieuws met elkaar te delen. We zijn met zes, we hebben dus zes keer zoveel kans op goed nieuws ( glimlacht)." Op dit moment gaan de zaken in ieder geval goed. Zo goed dat Atelier A1 binnenkort verhuist naar een grotere werkplaats in Anderlecht. "We zijn het hier ontgroeid. Als we er alle zes zijn, zitten we iets te dicht op elkaar." De zes werken voor uiteenlopende bedrijven als Vlaemsch, Ligne Roset, Domestique (Parijs), MX Light en Habitat, en voor opdrachtgevers aan beide kanten van de taalgrens. Willenz en Petit ontwerpen onder meer voor Vlaemsch, het label van de Limburgse designer Casimir. "Soms brengen we iets in eigen beheer uit", aldus Elric Petit. Willenz heeft bijvoorbeeld zijn Stuff, een rubberen boodschappentas, zelf in productie genomen. Hij kan die op maat laten maken voor bedrijven. "Maar het is niet makkelijk om uit de startblokken te schieten als jonge designer", aldus Petit. "Ik kan niet voor de anderen spreken, maar ik kan voorlopig niet leven van design. We moeten het hebben van royalty's, die soms lang op zich laten wachten. Bovendien duurt het ook lang voor een product op de markt komt. We geven bijna allemaal les. Benoît niet, hij houdt niet van school. Maar Sylvain en Marina geven les in Bergen, Diane aan de Academie in Gent, Nathalie en ik aan La Cambre." Hoewel ze elk hun eigen weg gaan, bestaat er tussen de zes geen concurrentie, zegt Petit. "Het kan vreemd lijken, maar we zitten nooit in elkaars vaarwater. Het kan altijd dat een van ons plots veel succes heeft en daardoor Atelier A1 ontgroeit, maar dat zien we dan wel weer. Zover is het nog niet. We houden van elkaars werk. Dat is niet evident, want ik ben heel kritisch. Als ik in Milaan de producten van jonge designers bekijk, zijn er op de honderd misschien vijf die ik goed vind. Dat klinkt misschien pretentieus, maar het is het niet. Tegenwoordig zijn er heel veel designers. Zoveel dat het een beetje gevaarlijk wordt. De kwaliteit is er niet altijd. Ik prijs me dus gelukkig dat ik deze mensen gevonden heb." Wat goed design dan is volgens Petit? "Een geslaagde toenadering tussen ontwerper en bedrijf. De ontwerper kiest voor een weg waarin hij gelooft, maar aan de andere kant staat hij ten dienste van een bedrijf. Als je die twee kan combineren, heb je goed design." (T) Door Dominique Soenens