Focus op Zeebrugge
...

Focus op ZeebruggeZelfs nu de containers de mythe van de sjouwende havenarbeider in zijn schonkige kameradenentourage aan diggelen sloegen, blijven zeehavens een fascinerende en grotendeels mysterieuze wereld voor de buitenstaander. Ondanks alle gespecialiseerde, gesofisticeerde telecommunicatie (meer dan een studie op zich waard), hanteert de haven gretig een soort geheimtaal en een verdeling van de taken die ondoorgrondelijk lijkt. Met het glimmende, tweetalige koffietafelboek De haven Zeebrugge A Harbour zorgt Karel Luyckx voor een stevige introductie in die soms sibillijnse wereld. Opvallend genoeg koos de Vlaamse uitgave niet voor het Frans als tweede taal, maar meteen voor het Engels, de lingua franca van het hedendaagse economische universum. Beide talen staan keurig naast elkaar afgedrukt. In een snelle opeenvolging van korte hoofdstukken stort Luyckx een cascade aan zinvolle informatie over de lezer heen. Hij houdt het zelfs vrij logisch met vooraf een beknopte duik in de geschiedenis van de haven en de Brugse Hanzestad tot de recente opleving. Drie zaken fungeerden als locomotief voor de huidige uitbouw : de aardgasterminal, de grotere schepen (megacarriers) en de onstuitbare opmars van de containers, waarvoor snelle aan- en afvoerhavens gezocht werden. Juist in die snelheid en ruimte liggen de troeven van een kusthaven als Zeebrugge.Of bezit een haven die landinwaarts ligt, zoals Antwerpen, de beste troeven ? Een kusthaven biedt tijd- en geldwinst voor de rederijen. Dat geldt des te meer voor Zeebrugge, waar de nieuwe mammoetterminals in de voorhaven liggen, waardoor er geen enkele sluis gepasseerd hoeft te worden. Zoiets bespaart uren manoeuvreerwerk en loodsen. Pleitbezorgers van een landinwaartse haven wijzen er evenwel op dat het prijskaartje van het zeetransport gevoelig lager ligt dan het verdere vervoer over land, althans berekend per ton/km.Luyckx, nota bene zelf een Antwerpenaar, kaart de discussie aan, maar houdt ze open en puur informatief. Echte conclusies velt hij zelden. Daarvoor is dit boek veel te braaf. Geregeld wordt het zelfs irritant hoe hij bedrijven en sectoren voorstelt op een lauw lovende toon. Blijkbaar wil hij niemand op de tenen trappen. Dat levert enkele melige passages op. Een anekdote over twee truckchauffeurs die hun lading zelf stalen, wordt zelfs gevolgd door de obligate noot dat de meeste vrachtwagenbestuurders hun job "meer dan gewetensvol" vervullen. Acht hij de lezers niet in staat zelf zulke nietszeggende aanvullingen te maken ? Dat is van klef brood kromme boterhammen snijden.Wie zich vermeit in de zeehavens en ook de omgeving, infrastructuurwerken en urbanisatie interessant vindt, duikt beter in het kritische De stad en de haven. Het gaat wel om een heel andere thematiek. De Delftse prof Han Meyer onderzoekt de wisselwerking tussen stad en haven in Londen, Barcelona, New York en Rotterdam. Hij heeft speciaal aandacht voor de renovatie van oude havengebieden. Helaas houdt hij Vlaanderen buiten zijn blikveld. Ligt Antwerpen te dicht in zijn buurt ? LDD Karel Luyckx, De haven Zeebrugge A Harbour. Scoop, 215 blz., 1495 fr. Han Meyer, De stad en de haven. Jan van Arkel, 432 blz., 1590 fr.