De solvabiliteit van heel wat Belgische bouwbedrijven is een probleem, leert onderzoek van Trends Business Information. Ook in andere Europese landen is dat het geval, blijkt uit een rapport van het Europese ratingbureau Scope Ratings. De studie verwacht in 2019 en 2020 na zes jaar omzetstijging een groei gelijk aan de inflatie (2%). "Omdat de zakencyclus keert, bestaat het gevaar dat de kredietwaardigheid slechter wordt", zegt directeur Philipp Wass. "Dat geldt zeker voor kleinere ondernemingen met minder internationale activiteiten. Het effect van een zwakkere economische groei op de woningbouwsector wordt wel gecomp...

De solvabiliteit van heel wat Belgische bouwbedrijven is een probleem, leert onderzoek van Trends Business Information. Ook in andere Europese landen is dat het geval, blijkt uit een rapport van het Europese ratingbureau Scope Ratings. De studie verwacht in 2019 en 2020 na zes jaar omzetstijging een groei gelijk aan de inflatie (2%). "Omdat de zakencyclus keert, bestaat het gevaar dat de kredietwaardigheid slechter wordt", zegt directeur Philipp Wass. "Dat geldt zeker voor kleinere ondernemingen met minder internationale activiteiten. Het effect van een zwakkere economische groei op de woningbouwsector wordt wel gecompenseerd door een stevige stijging in burgerlijke bouwwerken en een stijgende omzet in niet-residentiële bouwprojecten." De woningbouw heeft het moeilijker door de hogere bouwkosten en een stijgende hypotheekrente. Wass: "Huizen zijn homogene producten die bijna in serie worden gemaakt. De concurrentie is er zeer sterk. Dat weegt op de marges. Zeker kleinere residentiële bouwbedrijven hebben het moeilijk. Er is geen uitweg voor hen in de groeimarkten buiten Europa. Op hun thuismarkt stoten ze op de sterke concurrentie van buitenlandse ondernemingen. Als de neergang blijft duren, worden kleinere bouwbedrijven de prooi van grotere concurrenten." Kleinere bouwbedrijven zijn volgens de studie ondernemingen met minder dan 1 miljard euro omzet. In ons land zijn al heel wat grote Europese spelers actief, zoals Koninklijke BAM Groep, het Oostenrijkse Strabag en de Franse Eiffage, Bouygues en Vinci. Zij hebben volgens de studie de nodige omvang om klappen op te vangen. Van de autonome bedrijven in ons land overstijgen enkel CFE en Besix de drempel van 1 miljard euro omzet. Nummer drie Willemen Groep haalt 'slechts' 756 miljoen omzet. "Ik vind dat niet te klein", zegt voorzitter Johan Willemen. "We zijn groot genoeg om problemen op te vangen als de markt kabbelt. Ons kapitaal stijgt wel niet recht evenredig met de omzet. Dat heeft tot gevolg dat we af en toe op de rem moeten staan en niet zo snel kunnen groeien als we willen. En of we al voorstellen hebben gehad voor een overname, zoals de studie stelt? Er heeft nog niemand aan onze deur geklopt." Willemen is niet overtuigd dat grote bedrijven per se betere marges halen. "Het ene grote bouwbedrijf in ons land haalt zijn rendement vooral in de baggerwerken (CFE, nvdr) en het andere vooral in het buitenland (Besix, nvdr)", stelt hij vast. "Wij schommelen rond 2 procent, ook niet echt veel gezien het risico en de tienjarige aansprakelijkheid voor bouwwerken. We vergelijken elk jaar onze winstmarges met die van de concurrentie en merken dat enkele kleinere sectorgenoten boven ons uitstijgen. Een West-Vlaamse collega klopt ons dikwijls in aanbestedingen. We bekijken die dossiers langs alle kanten, maar weten tot onze frustratie gewoon niet hoe hij dat doet." Willemen wil niet suggereren dat er fiscaal een en anders niet volgens de regels verloopt. "Ons bedrijf werkt enkel voor bedrijven en overheden", zegt hij. "Die eisen allemaal een officiële factuur. Er is dus geen manier om ons de loef af te steken met fiscaal wangedrag."