Jos Geysels, hard groen, wordt in juni de voorzitter van 11.11.11. Een icoon van de hulpindustrie waarover de straat steeds sterker peinst: weggegooid geld, waar zijn de resultaten? Afrika is even behoeftig als een halve eeuw geleden, ondanks miljarden dollar steun. Azië en Latijns-Amerika richten zich op met minimaal hulpgeld. Argentinië verwijt de Wereldbank zelfs zijn economische instorting van 2000-2001. De bevolking zet 11.11.11 op één lijn met de Wereldbank en denkt, in het geval van de bank soms terecht, dat de medewerkers het vertikken in de tropen te voet te gaan en slechts uitrukken tronend boven de inboorlingen in een Land Rover en verzekerd van een zoete maandwedde. 11.11.11 is routine, geen spektakel. Zijn discours zal anti-vrijemarkt en socialistisch blijven. De organisatie verrijst bij het vallen van de bladeren, schudt met de collectebus, heeft voo...

Jos Geysels, hard groen, wordt in juni de voorzitter van 11.11.11. Een icoon van de hulpindustrie waarover de straat steeds sterker peinst: weggegooid geld, waar zijn de resultaten? Afrika is even behoeftig als een halve eeuw geleden, ondanks miljarden dollar steun. Azië en Latijns-Amerika richten zich op met minimaal hulpgeld. Argentinië verwijt de Wereldbank zelfs zijn economische instorting van 2000-2001. De bevolking zet 11.11.11 op één lijn met de Wereldbank en denkt, in het geval van de bank soms terecht, dat de medewerkers het vertikken in de tropen te voet te gaan en slechts uitrukken tronend boven de inboorlingen in een Land Rover en verzekerd van een zoete maandwedde. 11.11.11 is routine, geen spektakel. Zijn discours zal anti-vrijemarkt en socialistisch blijven. De organisatie verrijst bij het vallen van de bladeren, schudt met de collectebus, heeft voor 12 november altijd hetzelfde triomfcommuniqué ("dit jaar 1,5 % meer") en zakt daarop elf maanden in coma. Milton Friedman, Nobelprijswinnaar Economie, merkte ooit op hoe ironisch het is om arme landen te redden door hen massaal geld toe te stoppen. De verdedigers van hulpgeld imiteren ongewild een basisgedachte van het communisme: donoren, zoals hun communistische rivalen, zijn in hun hart planideologen die veronderstellen dat welvaart verwezenlijkt kan worden op een mechanistische manier, gedirigeerd dient te worden en dus afstand kan nemen van de klassieke hefbomen: handel en vrij ondernemen. De hulpindustrie is geen volbloed, het is een melkkoe. Is er vandaag in een wereld die zwemt in de liquiditeiten een Wereldbank nodig? Veel landen van Azië en Latijns-Amerika kunnen goedkoop geld lenen op de kapitaalmarkt. Het IMF en de Wereldbank beschikten na 1945 als enige over grote sommen geld, grote deskundigheid en een grote bijstandsstrategie. Die exclusiviteit is voorbij. Hugo Chavez van Venezuela wil een Banco del Sur, los van het Amerikaanse imperialisme dat de Wereldbank en het IMF beheerst (zijn mening). De 67 leden van de Aziatische Ontwikkelingsbank bespraken in mei een rapport dat hen adviseerde hun kredieten te wieden en sterker op te treden als coördinator en raadgever. In het zuiden houdt geldgebrek niet de onderontwikkeling in stand, wel de onbekwaamheid en de verrotting van de machthebbers. Kijk naar Congo: een bedelaar op een brandkast van bodemschatten. Nadat het ideologische multiculturalisme botste met het gezond verstand van Jan met de pet, dreigt stilaan hetzelfde te gebeuren met de officiële hulp en haar poliepen. Er is gelukkig 11.11.11-Plus. Naast de ideologen van de hulp zijn er de klussers. Kris De Rycker, een familielid, werkt in Honduras met sloppenkinderen. Julie Ameloot in Nepal met wezen. Kris en Julie zijn twee van de duizenden Vlamingen die zich elk jaar maandenlang wijden aan de landen in ontwikkeling. De doe-het-zelvers behoren tot een keurbende van een Vredeskorps dat niet die naam draagt. Kris wordt gesteund door vader, moeder, de familie, de voetbalvrienden met een kaasavond, een sportfeest, een pastafuif. Julie ontvangt euro's van haar familie en medewerkers van Roularta Media Group. Elk Belgisch/Europees/Amerikaans gezin heeft een Kris of een Julie onder haar naamgenoten of kennissen en betaalt met plezier mee aan hun tropenidealisme. Kris en Julie arbeiden in de Derde Wereld als een tweede golf van belangeloze basisinzet nadat Vlaanderen 75 jaar paters en nonnen exporteerde. Wat die daar deden vóór "ontwikkelingshulp" een begrip werd, is onderschat en gewist uit het collectieve geheugen. Congo heeft vandaag een waterhoofd in Kinsjasa en dikke miserie in de rimboe. Zonder de scholen, hospitalen, stuwdammetjes, vliegveldjes, dieselmotoren van de missieposten en de abbés was het land ook daar een inferno. Naast Kris en Julie netwerken duizenden geneesheren, opticiens, ondernemers, syndicalisten met projecten in de Derde Wereld. Verschijnen de inzet en de sommen van de doe-het-zelvers in de cijfers van de Belgische ontwikkelingshulp? Berekent de Wereldbank de inspanningen van de honderdduizenden leeftijdsgenoten van de twee jonge vrouwen in de nieuwe landen? Is 11.11.11 bezig met de spontane actie van Kris en Julie? Het antwoord is driemaal neen. Ondanks dat kan men Paul Wolfowitz, de rijke kaderleden van de Wereldbank en de hulpindustrie meer en meer missen. De auteur is directeur van Trends.Frans Crols