Wie van u zonder zonde is, werpe het eerst een steen. Niemand is onfeilbaar en dus moeten we aanvaarden dat mensen fouten kunnen maken. Ieder zinnig mens staat achter dat principe, behalve de fiscus. Simpele en gewone fiscale fouten worden niet door de vinger gezien. Bij elke fout hoort volgens de fiscus een straf. Ook ik heb dat ondertussen aan den lijve mogen ondervinden. Puur uit vergetelheid was ik de verschuldigde btw tegen de deadline vergeten over te maken aan de fiscale administratie, en hopla: een administratieve boete was mijn deel. Maar boven op die boete vorderde de fiscus ook nog eens nalatigheidsintresten vanwege de laattijdige betaling. Op zich is dat toch normaal, zult u zeggen? Ja, op voorwaarde dat ook het percentage van de gevorderde intresten normaal zou zijn. En dat is niet het geval...

Wie van u zonder zonde is, werpe het eerst een steen. Niemand is onfeilbaar en dus moeten we aanvaarden dat mensen fouten kunnen maken. Ieder zinnig mens staat achter dat principe, behalve de fiscus. Simpele en gewone fiscale fouten worden niet door de vinger gezien. Bij elke fout hoort volgens de fiscus een straf. Ook ik heb dat ondertussen aan den lijve mogen ondervinden. Puur uit vergetelheid was ik de verschuldigde btw tegen de deadline vergeten over te maken aan de fiscale administratie, en hopla: een administratieve boete was mijn deel. Maar boven op die boete vorderde de fiscus ook nog eens nalatigheidsintresten vanwege de laattijdige betaling. Op zich is dat toch normaal, zult u zeggen? Ja, op voorwaarde dat ook het percentage van de gevorderde intresten normaal zou zijn. En dat is niet het geval. De fiscus vordert maar liefst 9,6 procent aan nalatigheidsintresten. Dat mogen we als belastingbetalers absoluut niet langer aanvaarden. Bij de invoering van de btw in 1970 had de wetgever de bedoeling dat het tarief van de fiscale nalatigheidsintresten de wettelijke intrestvoet moest volgen. In 1970 werd 7,2 procent nalatigheidsintresten gevorderd. Dat percentage werd een eerste maal aangepast in 1976 en verhoogd tot 12 procent. In 1986 werd het verlaagd tot 9,6 procent. Tegelijk gaf de wetgever aan de uitvoerende macht de bevoegdheid het percentage aan te passen "wanneer zulks ingevolge de op de geldmarkt toegepaste rentevoeten verantwoord is". Sinds 1986 is het percentage van de fiscale nalatigheidsintresten voor btw niet meer gewijzigd. Dat is absurd, want sinds 1986 zijn de op de geldmarkt toegepaste rentevoeten uiteraard wel nog significant veranderd. Zo is de wettelijke intrest voor 2017 vastgesteld op 2 procent, maar zelfs die historisch lage intrestvoet inspireert de overheid niet om de fiscale intrestvoeten voor de btw te verlagen. Voor de inkomstenbelastingen heeft de overheid wel al ingegrepen en werd het percentage van de nalatigheidsintresten in 1998 herleid van 9,6 tot 7 procent. Tegelijk is om puur budgettaire redenen bij wet bepaald dat de fiscale nalatigheidsintresten minstens 7 procent moeten bedragen, zelfs al zakt de rentevoet van de wettelijke intresten onder dat niveau. Dat de overheid blijft vasthouden aan zulke absurd hoge intrestvoeten, roept juridische vragen op. Nalatigheidsintresten hebben tot doel de werkelijk geleden schade te dekken die het gevolg is van de aan de schuldenaar toe te rekenen vertraging in de betaling. De nalatigheidsintresten hebben tot doel een burgerlijke schadevergoeding toe te kennen aan de overheid, zodat de overheid het voordeel kan terugnemen dat de belastingplichtige heeft verkregen door te laat te betalen. Het is duidelijk dat de absurd hoge nalatigheidsintresten die de fiscale administratie vordert, het schadevergoedende karakter ervan ruimschoots overtreffen. Door een tarief te vorderen dat verder gaat dan intresten die louter als schadevergoeding werken, gaat de fiscus in wezen de belastingplichtige bestraffen. In dat geval moeten bepaalde juridische principes worden gerespecteerd. In het bijzonder kan er naast bestraffende nalatigheidsintresten geen sprake meer zijn van een andere bestraffing in de vorm van een belastingverhoging of een fiscale boete, want je kunt maar één keer voor hetzelfde feit worden bestraft. Daarnaast moet een rechter de bestraffende nalatigheidsintresten ook kunnen aanpassen, afhankelijk van de gepleegde feiten. Het wordt dan ook hoog tijd voor een debat daarover. Niet alleen moet de vraag worden beantwoord waarom de nalatigheidsintresten voor de btw 9,6 procent bedragen en die voor de inkomstenbelastingen 7 procent, ook de absurd hoge intrestvoeten moeten worden aangepast aan de normale tarieven. In Nederland bijvoorbeeld bedraagt de zogenoemde invorderingsrente bij de laattijdige betaling van belastingen 4 procent. Misschien moeten we daar een voorbeeld aan nemen.De auteur is advocaat en hoogleraar fiscaal recht. Michel MausMensen kunnen fouten maken. Ieder zinnig mens staat achter dat principe, behalve de fiscus.