Boosheid is een natuurlijke emotie die tot uiting komt in een plotse lichamelijke reactie waarin fysiologische, cognitieve en gedragselementen verweven zitten. Spierspanning, hartslag, ademhaling en temperatuur nemen toe wanneer iemand zich opwindt. En er duiken gewelddadige gedachten op. Die gedachten kunnen worden omgezet in woorden (schelden, schreeuwen) of daden (slaan, gooien).
...

Boosheid is een natuurlijke emotie die tot uiting komt in een plotse lichamelijke reactie waarin fysiologische, cognitieve en gedragselementen verweven zitten. Spierspanning, hartslag, ademhaling en temperatuur nemen toe wanneer iemand zich opwindt. En er duiken gewelddadige gedachten op. Die gedachten kunnen worden omgezet in woorden (schelden, schreeuwen) of daden (slaan, gooien). Waarom worden we boos? De heftige emotie komt voort uit ergernis en frustratie omdat de dingen niet lopen zoals we willen. Ze richt zich tot wie onze plannen in de war stuurt. Sommigen geven er min of meer impulsief de vrije loop aan, anderen bijten liever op hun tong. De impulsiviteit bij de heethoofden zou te maken hebben met onze 'primitieve' hersenen. Wie heftig reageert omdat er iemand tegen hem aanbotst, doet dat omdat het voelt alsof zijn territorium is aangetast. Het is een soort overlevingsinstinct. Maar het primitieve tijdperk ligt ver achter ons en tegenwoordig wordt zulk gedrag niet langer geaccepteerd. Boosheid is nochtans een normale, menselijke reactie. Alleen het gewelddadige gedrag dat eruit kan voortvloeien, kan als afwijkend worden beschouwd, niet de boosheid zelf. Hoe we onze boosheid uiten, hangt sterk af van de cultuur waarin we leven. Eskimo's bijvoorbeeld vinden dat het geen pas geeft om boosheid te tonen en zullen dat dan ook zo min mogelijk doen. Ook een gelovige opvoeding of je persoonlijke overtuiging kunnen van invloed zijn, bijvoorbeeld als je vindt dat het tonen van woede geweld kan veroorzaken en zo de samenhang van de groep in gevaar brengt. Voorts kan onze eigen achtergrond ons ertoe aanzetten om boosheid te onderdrukken. Omdat we bang zijn voor de gevolgen, of omdat de ander ons dan niet langer aardig vindt ... In sommige milieus daarentegen worden woede-uitbarstingen gezien als een bewijs dat je niet met je laat sollen en bestaat er daarom meer begrip voor. Sommige mensen maken zich niet alleen nooit boos en blazen nooit eens stoom af, maar voelen zich daar ook nog eens schuldig om en maken zichzelf verwijten zoals 'Ik kom nooit voor mezelf op'. De omgeving heeft soms de neiging om steeds meer van hen te vragen en hen onder de voet te lopen. Dat tast hun zelfwaardegevoel aan. Wie gemakkelijk in woede ontsteekt, wordt eerder met rust gelaten door de omgeving. Op die manier kan je boosheid als iets positiefs zien: ervoor zorgen dat anderen ons niet onder de voeten lopen. Het is tenslotte ook een uitlaatklep in tergende situaties. Uiteindelijk is het een kwestie van doseren. In plaats van boosheid weg te drukken, kan je beter leren die gevoelens niet te veroordelen, maar ze te observeren en te accepteren voor wat ze zijn. En dan iets gepaster te reageren. Het komt er dus op aan je boosheid te uiten, maar op een maatschappelijk aanvaarde manier. (T) Marleen Finoulst - hoofdredacteur bodytalk - Marleen.finoulst@bodytalk.be