Officieel spreekt men van DST of 'daylight saving time': het verzetten van de klok naar zomer- of wintertijd om minder elektriciteit te verbruiken. In de winter staan de meeste mensen op zodra het licht wordt, maar in de zomer is de zon veel vroeger op, waardoor een deel van het daglicht verloren zou gaan. Door de klok een uurtje vooruit te zetten in de lente wordt meer daglicht nuttig gebruikt.
...

Officieel spreekt men van DST of 'daylight saving time': het verzetten van de klok naar zomer- of wintertijd om minder elektriciteit te verbruiken. In de winter staan de meeste mensen op zodra het licht wordt, maar in de zomer is de zon veel vroeger op, waardoor een deel van het daglicht verloren zou gaan. Door de klok een uurtje vooruit te zetten in de lente wordt meer daglicht nuttig gebruikt. De eerste die op de idee kwam om energie te besparen door de klok te verzetten, was de Engelsman William Willet, met zijn publicatie 'Waste of daylight' in 1907. Hij kon, ondanks steun van een aanzienlijke groep parlementsleden, de Britse regering toen nog niet overtuigen van zijn voorstel om de klok aan te passen aan de beschikbaarheid van daglicht. De Duitse regering deed dat wel: in 1916, pal in de Eerste Wereldoorlog. Kort daarop volgde Groot-Brittannië. De nieuwe regel werd echter weer afgeschaft op het einde van de oorlog, wegens te veel protest. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de zomertijd opnieuw ingevoerd, nadien weer afgevoerd om dan in de jaren zeventig, tijdens de energieschaarste nog maar eens geofficialiseerd te worden. In die tijd werden de uurveranderingen evenwel niet op dezelfde dag toegepast in de diverse Europese landen. Er is pas sinds 1996 een Europese regeling: de zomertijd begint op de laatste zondag van maart en eindigt op de laatste zondag van oktober. Vorige week werd de klok dus weer een uurtje achteruitgezet. We hebben daarmee één uur gewonnen en bevinden ons opnieuw in de wintertijd. Behalve in IJsland - waar ze geen zomer- of wintertijden kennen - geldt deze regel voor alle Europese landen. Door aanhoudend protest van een aantal lidstaten staat het klok verzetten opnieuw ter discussie. De Europese Commissie wil de regel binnen afzienbare tijd herbekijken. Tegenstanders van het verzetten van het uur kregen er bovendien enkele stevige wetenschappelijke argumenten bij. Wetenschappers van de Universiteit van Groningen en van de Universität München publiceerden in het oktobernummer van het vakblad Current Biology de resultaten van hun onderzoek naar de effecten over het verzetten van de klok op het menselijk lichaam. Die effecten blijken groter dan oorspronkelijk gedacht. De basis van hun onderzoek is een onlinevragenlijst (te vinden op www.euroclock.org) naar slaapgedrag in functie van zomer- en wintertijd. Meer dan 50.000 mensen vulden de enquête in. Bij de analyse viel een opvallende verstoring van het slaappatroon op in de zomertijd. Het menselijk lichaam heeft een eigen dagritme, gebaseerd op een zogenaamde interne biologische klok. Het komt erop neer dat in ons lichaam de productie van hormonen, de fasen van alert zijn en slapen, worden aangestuurd vanuit de hersenen. Omdat het interne biologische ritme niet volledig synchroon loopt met het dag-nachtritme, moet ons lichaam voortdurend bijsturen. Dat bijsturen verloopt via het licht. Tijdens de wintertijd (de normale tijd) loopt ons ritme ongeveer gelijk met de licht-donkercyclus. Maar als de klok weer vooruitgezet wordt, in het laatste weekend van maart, kan het interne ritme niet volgen. Onze biologische klok past zich dus niet aan aan de zomertijd, waardoor de kwaliteit van de slaap minder goed is tijdens de lente en zomer. Vooral avondmensen hebben last van het verzetten van de klok. Zij slapen het slechtst tijdens de zomertijd. De wintertijd volgt ons intrinsieke dag-nachtritme beter, waardoor we in die periode van het jaar beter tot rust komen. marleen.finoulst@trends.be Niet alleen de mens, ook dieren en planten raken soms in de knoei door de uurwijziging. Koeien staan niet vroeger op en hun magen knorren geen uur later. Landbouwers klagen in dit geval terecht over de zomer-winterregeling. Ook planten laten hun levensritme niet bepalen door een uurwerk. Veel planten hebben midden op de dag meer water nodig, omdat de zon dan het hoogste punt bereikt. Dat hoogtepunt valt in de zomer na 13 uur. Kwekers en plantenverzorgers moeten tijdens de zomer rekening houden met die tijdverschuiving. Dat betekent dat de regelapparaten die in de tuinbouw worden toegepast bij het sproeiwerk moeten worden aangepast bij het verzetten van het uur. Marleen Finoulst