Wereldwijd wordt heel zwaar ingezet op windenergie. In ons land verrijzen her en der windmolens, en ook op zee worden turbines geplaatst. De eerste zes turbines van C-Power staan er al. Andere projecten zijn in uitvoering.
...

Wereldwijd wordt heel zwaar ingezet op windenergie. In ons land verrijzen her en der windmolens, en ook op zee worden turbines geplaatst. De eerste zes turbines van C-Power staan er al. Andere projecten zijn in uitvoering. Is windenergie de milieuvriendelijke energiebron van de toekomst? Volgens John Etherington, auteur van The Wind Farm Scam, niet. Er zijn immers te veel nadelen aan windenergie verbonden en de opbrengst zou veel minder groot zijn dan vaak gedacht. Een stelling die op het eerste gezicht de wenkrauwen doet fronsen. Denemarken bijvoorbeeld wordt steevast geroemd als hét voorbeeld voor andere landen. Voorstanders benadrukken dat windenergie daar voor liefst 20 procent van de elektriciteit zorgt. Volgens de auteur is dat een verkeerde voorstelling. Denemarken behoort samen met Zweden, Finland en Noorwegen tot een groep van landen die elektriciteit met elkaar uitwisselen. Etheringtons stelling is dan ook dat je dat hoge aandeel van windparken van Denemarken moet verspreiden over deze vier landen. De windparken van Denemarken produceren dus minder dan 5 procent van de energieoutput in deze regio. Etherington komt ook met de klassieke kritiek op windenergie op de proppen: het esthetisch aspect is veel burgers een doorn in het oog, maar vooral: er moeten vragen worden gesteld bij de rendabiliteit van het systeem. Volgens de auteur heeft totnogtoe niemand een antwoord gevonden voor de variabiliteit van wind of het zogenaamde intermittentieprobleem. De output van een turbine of een windpark schommelt immers heel sterk in functie van de wind. In zeer korte tijd kan de geleverde stroom van 0 procent naar 100 procent gaan en weer terug. Het is volgens Etherington dan ook onzin te beweren dat windenergie de CO2-uitstoot vermindert. Er is nood aan een back-up van gas en steenkoolinstallaties die niet echt een bijdrage leveren tot een verminderde CO2-uitstoot. De auteur wijst ook op de mogelijke negatieve gevolgen van de plaatsing van windturbines op het ecosysteem van de zee. Etherington is van oordeel dat er veel te veel in windenergie wordt geïnvesteed en dat de financiering van de projecten via allerlei subsidies eigenlijk betaald wordt door de consument die geen zeggenschap heeft over de beleidskeuzes. De auteur vindt het absurd dat er geld wordt uitgegeven voor een sector die in zijn woorden "niet kostenefficiënt is en ook niet bijdraagt tot de doelen die zelf worden vooropgesteld". Hij ergert zich aan de vele miljoenen die de voorbije jaren geïnvesteerd werden in Britse windenergieprojecten. John Etherington was professor aan de University of Wales in Cardiff en groeide uit tot een autoriteit in milieuvraagstukken. Sinds hij in 1990 de universiteit heeft verlaten, doet hij onderzoek naar hernieuwbare energiebronnen die - zoals in het vakjargon wordt gezegd - elektriciteit kunnen leveren, maar tegelijk met intermittentieprobleem worden geconfronteerd. Zijn aanvallen tegen het in zijn ogen kritiekloos promoten van windenergie hebben van hem de held gemaakt van de in Groot-Brittannië sterk staande antiwindenergielobby. JOHN ETHERINGTON, THE WIND FARM SCAM, STACEY INTERNATIONAL, 2009, 198 BLZ., 15 Thierry Debels