De beste sociale zekerheid is een vlot draaiende arbeidsmarkt. Hoe meer jobs er zijn, hoe minder sociale zekerheid er nodig is. En omgekeerd: hoe minder jobs, hoe meer sociale zekerheid wenselijk is. De vakbonden vragen een stevig uit de kluiten gewassen sociale zekerheid. Houden ze daarom een pleidooi voor minder jobs? Natuurlijk niet, maar de eis van de bonden dat de overheid niet mag raken aan de sociale zekerheid verhindert de creatie van tienduizenden, zelfs honderdduizenden bijkomende jobs.
...

De beste sociale zekerheid is een vlot draaiende arbeidsmarkt. Hoe meer jobs er zijn, hoe minder sociale zekerheid er nodig is. En omgekeerd: hoe minder jobs, hoe meer sociale zekerheid wenselijk is. De vakbonden vragen een stevig uit de kluiten gewassen sociale zekerheid. Houden ze daarom een pleidooi voor minder jobs? Natuurlijk niet, maar de eis van de bonden dat de overheid niet mag raken aan de sociale zekerheid verhindert de creatie van tienduizenden, zelfs honderdduizenden bijkomende jobs. De vakbonden willen een sterke sociale zekerheid ongetwijfeld uit naastenliefde en solidariteit, maar ook uit eigenbelang. Een goede sociale zekerheid versterkt de onderhandelingspositie van de vakbonden om bij de werkgevers een hoger loon te eisen. Door de hogere lonen kunnen er minder werknemers tewerkgesteld worden, maar wie uit de boot valt, strijkt een royale werkloosheidsvergoeding op. De vakbond heeft alleen oog voor het belang van de werkende, de zorg voor de werkloze is immers uitbesteed aan de overheid. Sterker nog, werklozen spekken de kas van de vakbonden, want zij vangen een commissie bij het doorstorten van de werkloosheidsuitkeringen. Wanneer zien de vakbonden in dat de overheid de arbeidsvernietigende factuur doorrekent aan de werkgever en de werknemer? Wanneer zien ze in dat ze de ruiten van hun klanten ingooien? Wanneer zien ze in dat de bescherming van jobs allang een bedreiging voor de jobs is? 200.000 arbeidskrachten zijn intussen al definitief verloren voor de arbeidsmarkt. Zij zijn langdurig werkloos en raken niet meer aan een baan. Durft iemand nog het leger inactieven op arbeidsleeftijd bij de werkloosheidsstatistieken te tellen? Durft iemand nog te zeggen dat wat minder sociale zekerheid misschien wel een betere sociale zekerheid oplevert in de vorm van meer jobs? Zolang men het heilige huis van de sociale zekerheid niet durft op te knappen, is de toestand hopeloos en ernstig. Zolang is er in wezen geen ruimte voor de broodnodige loonlastenverlaging. Maar meer dan geld heeft deze regering moed nodig. In Frankrijk en Duitsland is er durf, maar bij ons gaat paars moeilijke knopen uit de weg. Wat overblijft, zijn wanhoopskreten en lapmiddelen. De wanhoopskreet kwam van Ludo Verhoeven, de voorzitter van het Vlaams Economisch Verbond ( VEV). Die deed vorige week op het VEV-congres een straffe uitspraak: België moet naar het voorbeeld van Nederland een volledige loonstop inlassen, index inbegrepen. Mooi, maar nutteloos. Alle bedrijven in ons land zijn immers gedekt door een lopende CAO tot en met december 2004. Deze overeenkomsten openbreken, is een totaal onhaalbare kaart. Een lapmiddel zijn bijvoorbeeld de dienstencheques. De problemen die de regering heeft meegemaakt met de dienstencheques zijn een voorbeeld van hoe de vakbonden een meer flexibele, innovatieve arbeidsmarkt onmogelijk maken. Via de PS verzette vooral de Waalse vleugel van het ABVV zich vierkant tegen de rol die uitzendbedrijven zouden kunnen spelen in dit segment. En weer eens beknotten de bestaande structuren de mogelijkheid om de werkgelegenheid op een open en creatieve manier te versterken.