De auteur is redacteur van Trends.
...

De auteur is redacteur van Trends. Het verloop van de Belgische conjunctuur ziet er normaal gezien uit als het profiel van een stevige bergetappe uit de Tour de France. Steile cols en snelle afdalingen volgen elkaar op, of een periode met sterke groei wordt afgewisseld met een recessie of groeivertraging. Maar dat ritme is zoekgeraakt de jongste jaren. De laatste col buiten categorie - de hoogconjunctuur van de 'nieuwe economie' - bereikte de top in het begin van 2000, en de afdaling nadien was steil en lang. Het dal werd pas in de herfst van 2001 bereikt. Het klimmetje dat daarop volgde, was er echter maar eentje van derde categorie, want nauwelijks zes maanden later ging het alweer snel bergaf tot begin 2003. We zijn intussen weer een eind uit het dal geklommen. De vraag is of in 2004 de weg verder bergop loopt. Maken we eindelijk een duurzaam herstel mee of is de top al weer in zicht? De tweede helft van 2003 was in elk geval hoopgevend voor de Belgische economie. Het dieptepunt van de zomer, toen de economische groei nagenoeg helemaal stilviel, is weggespoeld met 0,5 % reële groei (op jaarbasis) in het derde kwartaal. Het vierde kwartaal zou nog betere cijfers moeten neerzetten, zodat 2003 als geheel net geen procentje groei haalt. De Belgische economie loopt daarmee traditiegetrouw tijdens de eerste kwartalen wat voorop in de Europese herstelbeweging. De eurozone moest in 2003 tevreden zijn met 0,5 % groei. Het herstel kan nog in kracht winnen in de eerste helft van 2004. Over heel 2004 moet dat in het beste geval een groei van bijna 2 % opleveren. Slecht is dat niet, ervan uitgaand dat de bevolking nauwelijks toeneemt en dat die groei er komt zonder massale stimuli van de overheid of de Europese Centrale Bank. De afdankingen bij Ford Genk sloegen niet meer dan een tijdelijk deukje in de opgaande trend van het consumentenvertrouwen. De gevoelige verbetering van de werkgelegenheidsvooruitzichten moeten het vertrouwen en dus ook de gezinsbestedingen minstens op peil houden. De werkgelegenheid zou in 2004 een half procentje toenemen; op een totaal van 4,2 miljoen jobs geeft dat ongeveer 20.000 extra banen. Dat moet de toename van de werkloosheid vrijwel volledig tot stilstand brengen. Ook het ondernemersvertrouwen zit in de lift. En dat is maar goed ook, want de bedrijfsinvesteringen moeten zeker in de tweede helft van 2004 de rol van de gezinsbestedingen als motor van de groei overnemen. De gezinnen zouden de portemonnee niet verder opentrekken, maar veeleer wat meer sparen om het vermogen weer op peil te brengen na de ellendige beursjaren. En het vergt ook enige tijd voordat het vertrouwen van de gezinnen in de arbeidsmarkt hersteld is. Het kan eind 2004 zijn eer dat zover is. Het is trouwens opvallend dat in 2003 de binnenlandse vraag aantrok voordat de export herstelde. In 1996 en 1999, bijvoorbeeld, was de uitvoer nog de drijvende kracht achter het herstel. Maar in 2004 zou ook het saldo van in- en uitvoer stilaan moeten bijdragen tot de groei. Voor een open economie als de Belgische is het in elk geval van groot belang dat het in de buurlanden en in de rest van de wereld economisch goed gaat. De eurozone is daarbij goed voor twee derde van de Belgische uitvoermarkten. Die afzetmarkten klimmen stilaan uit het dal waar ze zich drie jaar lang in bevonden. Voor de eurozone zit er voor 2004 niet meer in dan 1,5 % groei, maar voor heel wat Belgische exporterende bedrijven is het vooral uitkijken of Duitsland zijn titel van 'zieke man van Europa' van zich kan afschudden. Vooral in de VS is de economie op toerental gekomen. In het derde kwartaal werd een groei op jaarbasis van 7,2 % opgetekend, en dat is ongezien sinds 1984. Dat mocht ook wel, gezien de enorme stimuli die de Amerikaanse economie krijgt. De Amerikaanse locomotief, wellicht goed voor 4 % groei volgend jaar, kan dan als vanouds ook de Europese economie verder op gang trekken. Maar het is wel uitkijken voor de zwakke dollar. Gaat die in vrije val, dan heeft dat ook meteen impact op het Europese herstel. Een koers van 1,2 dollar voor een euro is verteerbaar voor de bedrijven, maar een koers vanaf 1,25 dollar voor een euro wordt pijnlijker. In het scenario van een stilvallende Amerikaanse economie en een dollar in vrije val is het Europese herstel alweer van korte duur en ziet het conjunctuurverloop er de komende jaren niet uit als een bergrit uit de Tour, maar in het beste geval als een Ardense klassieker. Daan Killemaes