Wie Urbain Vandeurzen een beetje kent, weet dat hij een koppige doorzetter is. Een ingenieur die wiskundig berekent waar hij wil uitkomen. Hij is als voorzitter van Voka, de Vlaamse werkgeversvereniging, de motor achter het Solidariteitspact dat zes werkgeversverenigingen maandag tekenden. Een historisch moment. Het is de eerste keer dat Voka, UWE, BECI, VBO, Unizo en UCM zich achter een dergelijk strategisch document scharen.
...

Wie Urbain Vandeurzen een beetje kent, weet dat hij een koppige doorzetter is. Een ingenieur die wiskundig berekent waar hij wil uitkomen. Hij is als voorzitter van Voka, de Vlaamse werkgeversvereniging, de motor achter het Solidariteitspact dat zes werkgeversverenigingen maandag tekenden. Een historisch moment. Het is de eerste keer dat Voka, UWE, BECI, VBO, Unizo en UCM zich achter een dergelijk strategisch document scharen. Het Solidariteitspact moet tegen 2020 500.000 jobs opleveren, mooi verdeeld over Vlaanderen, Wallonië en Brussel. En wat antwoordde het ABVV? "Geen enkele Vlaamse, Waalse of Brusselse werknemer wordt daar beter van", verklaarde ABVV-voorzitter Rudy De Leeuw aan De Tijd. Voor De Leeuw is dit geen pact, maar een patronale eisenbundel, die hij meteen ook van tafel veegt. Het ACV reageerde dinsdag genuanceerder. "Laat ons hierover spreken", zei Luc Cortebeeck aan Trends. De ACV-voorzitter vond het pact ook wel te klassiek, te defensief en te weinig bevattend over wat de werkgevers zelf moeten doen (innovatie, vorming, enzovoort). Het ABVV blijft zijn radicale koers volgen. Een aanbod van 500.000 banen gewoonweg weigeren, is ongehoord. "Wij zijn natuurlijk ook voor meer jobs, maar dan wel voor kwaliteitsvolle jobs", zei De Leeuw nog. De vakbonden denken voornamelijk aan de werkenden. Hun statuut moet onaangetast blijven en hun loon moet verbeteren (de 'dalende koopkracht', weet u wel). De eisen die ze stellen aan nieuwe jobs maken het voor werklozen steeds moeilijker om een baan te vinden. In het economische jargon heet dat de insider-outsidertheorie. Alles voor de insider (de werkende), zodat het moeilijk blijft voor de outsider (de werkloze) om bij de insiders te geraken. Het ABVV kondigde ook aan dat het zijn voorstellen op papier zou zetten: meer koopkracht, betere sociale uitkeringen en een stabiele financiering van de federale overheid (lees: meer inkomsten uit belastingen op bedrijven). De kloof kan moeilijk groter zijn. De werkgevers hebben trouwens hun pact niet gelanceerd naar de vakbonden (dat zou dom zijn midden in de sociale verkiezingen). De werkgevers mikken resoluut op de politiek. Yves Leterme doet er goed aan dit pact te lezen vooraleer hij zijn sociaaleconomisch programma samenstelt. De verdienste van het pact is dat het de link legt tussen staatshervorming en sociaaleconomisch beleid. De passages over de staatshervorming blijven wel erg omfloerst. Het uitgangspunt is nochtans kristalhelder: de arbeidsmarktsituatie is verschillend in de drie regio's. En daaruit wordt geconcludeerd dat de drie regio's een eigen beleid moeten kunnen voeren op het vlak van arbeidsmarkt en fiscaliteit. Vroeger erkende het VBO wel dat er verschillen waren, maar al te vaak voegde het eraan toe "dat die verschillen ook bestaan tussen Limburg en West-Vlaanderen". Dat die onzin definitief voorbij moge zijn. Een tweede belangrijk element is de vaststelling dat er inconsistenties zijn tussen de beleidsbevoegdheden en de financiële middelen. Het wordt niet met zoveel woorden gezegd, maar eigenlijk betekent dit niet meer of minder dan dat de financieringswet kaduuk is. Het pact geeft toe dat de financiële stromen naar de regio's onvoldoende prikkels inhouden voor verantwoordelijk gedrag. Daarom moet een aantal taboes doorbroken worden, stelt de tekst. Jammer genoeg blijven die taboes ... onbesproken taboes. Het derde element van belang: het ambitieuze hoofdstuk over de overheid dat uitgavenbeperking, efficiëntieverbetering en een beperkte vervanging van gepensioneerde ambtenaren naar voren schuift. Maar ook hier blijven taboes onbesproken: het ambtenarenstatuut en het ambtenarenpensioen die geen van beide nog van deze tijd zijn. De werkgevers zullen het regeerprogramma van Leterme afmeten aan dit pact. En dat belooft niet veel goeds. Een grondige staatshervorming lijkt nog altijd ver weg, de herziening van de financieringswet al zeker. Voor de lastenverlagingen die het pact vraagt (onder andere de lineaire wegwerking van de 8 % loonhandicap en een drastische verlaging van de vennnootschapsbelasting) is er nauwelijks of geen geld. En het ontvetten van de overheid is ook geen succesnummer in de Wetstraat. De rekening zou na 21 maart wel eens negatief kunnen uitvallen. Nochtans is het doel van het pact, 500.000 jobs, een absolute noodzaak. De vergrijzing gaat elk jaar sneller en kostbare tijd is al verloren gegaan. Als Leterme I niet een belangrijk deel van de recepten van het pact overneemt, zal het moeilijker en moeilijker worden en zullen draconische maatregelen nodig worden. Met als gevolg dat weer een hele generatie opgezadeld wordt met de kosten, zoals een hele generatie heeft mogen boeten voor de begrotingsontsporingen uit de jaren zeventig. Een negatief resultaat is ook een nederlaag voor Urbain Vandeurzen en Voka. Hij heeft enkele Vlaamse eisen moeten inslikken om dit pact te kunnen realiseren. Het Vlaamse werkgeversfront in november 2006 was strijdvaardiger (met onder andere een regionalisering van de vennootschapsbelasting). In januari 2007 riep Vandeurzen op de nieuwjaarsreceptie van Voka dat de Vlamingen nog maximaal tien jaar solidair zouden zijn met Wallonië. Die strijdbijl werd afgebot om een consensus tussen noord en zuid te bereiken. Als dat geen resultaat oplevert, dan is het weer de beurt aan de radicalen in Voka. (T) Guido Muelenaer - de auteur is hoofdredacteur.