Sinds enige tijd geldt in het Verenigd Koninkrijk de verplichting om belastingontwijkingsconstructies (zogenaamde tax avoidance schemes) aan te melden bij de fiscus. De verplichting bestaat (onder meer) in hoofde van de 'promotoren' van dergelijke constructies. Elke aangemelde constructie krijgt een referentienummer. Wie vervolgens van zo'n constructie gebruikmaakt, moet het referentienummer op zijn belastingaangifte vermelden.
...

Sinds enige tijd geldt in het Verenigd Koninkrijk de verplichting om belastingontwijkingsconstructies (zogenaamde tax avoidance schemes) aan te melden bij de fiscus. De verplichting bestaat (onder meer) in hoofde van de 'promotoren' van dergelijke constructies. Elke aangemelde constructie krijgt een referentienummer. Wie vervolgens van zo'n constructie gebruikmaakt, moet het referentienummer op zijn belastingaangifte vermelden. 'Promotoren' die de meldingsplicht niet nakomen, riskeren een boete die in een eerste fase kan oplopen tot 5000 Engelse pond per inbreuk. De achterliggende gedachte is dat een fiscale wetgeving nooit waterdicht kan zijn. Hoe goed de fiscale wetgever zijn werk ook doet, er zullen altijd mazen in het net zijn. De Britse bewindslui hopen dat de wetgever, dankzij de meldingsplicht, alerter kan reageren en mazen kan stoppen, desnoods met terugwerkende kracht. Ontwijking. Of zij gelijk hebben, zal de toekomst uitwijzen. Feit is dat het bestrijden van belastingontwijking tegenwoordig in verschillende landen een hot item is. Het probleem met belastingontwijking is dat er in principe niets onwettigs gebeurt. Ontwijking is geen ontduiking. Van belastingontduiking is pas sprake als er vals gespeeld wordt. Fraude is uiteraard uit den boze. Bij ontwijking blijf je strikt genomen binnen het wettelijke kader. Het ontwijken van belastingen bestaat overigens in verschillende gradaties. Als ik niet rook, ontwijk ik de accijnzen op tabak. Niemand die mij dat kwalijk kan nemen. Gecompliceerder wordt het bijvoorbeeld als een vennootschap beslist om een dividenduitkering te vervangen door een inkoop van eigen aandelen. De beide operaties zijn volstrekt in overeenstemming met de wet. Het enige verschil is dat in het eerste geval (dividenden) 25 % roerende voorheffing moet worden betaald, terwijl in het tweede geval (inkoop) slechts een roerende voorheffing van 10 % verschuldigd is. Een nog wat gecompliceerder voorbeeld (dikwijls in de praktijk op het randje van fiscale fraude omdat nogal wat mensen vergeten alle consequenties stipt na te leven): als ik een onroerend goed verhuur aan een vennootschap, dan ben ik in principe belastbaar op basis van de ontvangen nettohuur (in plaats van het meestal veel lagere kadastrale inkomen). Dat kan vermeden worden door niet rechtstreeks aan de vennootschap te verhuren, maar er een onderhuurconstructie tussen te schuiven. Wapen. Zijn zulke vormen van belastingontwijking geoorloofd? Daar zijn al hele boeken over volgeschreven. Begin jaren negentig van de vorige eeuw heeft de Belgische wetgever onder meer op het gebied van de inkomstenbelastingen een wapen in stelling gebracht dat aan dergelijke ontwijkingsmechanismen paal en perk zou moeten stellen. Bedoeld is de algemene antimisbruikbepaling (van artikel 344, paragraaf 1 van het Wetboek) die de fiscus toelaat een juridische kwalificatie naast zich neer te leggen als die gericht is op het ontwijken van de normaal verschuldigde belasting. Maar in de praktijk kent deze maatregel niet echt veel succes. Volgens de rechtspraak mag de fiscus slechts tot herkwalificatie (van bijvoorbeeld een inkoop van eigen aandelen in een dividenduitkering) overgaan als de nieuwe kwalificatie de juridische consequenties van de oorspronkelijke kwalificatie intact laat. In de praktijk is dat (bijna) nooit het geval. Btw. Dat heeft de fiscus niet tegengehouden om nu ook op het gebied van de btw een vergelijkbare antimisbruikbepaling in te voeren. Zij staat te lezen in de programmawet van 27 december 2005, die op 30 december 2005 in het Belgisch Staatsblad werd gepubliceerd. België anticipeert daarmee op een discussie die op Europees niveau wordt gevoerd. Het Europese Hof van Justitie behandelt op dit ogenblik een aantal zaken waarin de vraag wordt gesteld of het toegelaten is ongebreideld gebruik te maken van de Europese btw-richtlijnen. In deze zaken zijn de belastingplichtigen weliswaar netjes binnen de krijtlijnen van de bestaande Europese wetgeving gebleven. Maar zij hebben binnen die krijtlijnen zodanige constructies opgezet dat zij resultaten bereiken die diametraal ingaan tegen hetgeen diezelfde wetgeving wil bereiken (concreet: zij willen aftrek van btw realiseren, terwijl dit volgens de wetgeving normaal gezien uitgesloten zou moeten zijn). Ethiek. In het Nederlandse Weekblad voor Fiscaal Recht (van 19 januari 2006) vraagt R. Happé zich naar aanleiding van de voormelde Britse meldingsplicht af of belastingplichtigen zich ethisch moeten gedragen (en zich dus op eigen initiatief moeten onthouden van misbruik, ook als ze strikt genomen binnen de wettelijke krijtlijnen blijven). Zijn antwoord luidt bevestigend. Maar zeker in een internationale context gelooft hij niet in het vermogen van belastingplichtigen om zelfregulerend op te treden. Naar analogie van de bestaande regels die dubbele internationale belasting moeten tegengaan, pleit hij daarom voor regels die 'geen belasting' moeten voorkomen. De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.Jan Van Dyck